Tag: WOII

Blog#40: Polen streden tegen de Holocaust. Amerika en Groot Brittannië daartegen keken toe en deden er niets aan. Deel 1: De muur van onverschilligheid

 

Groot Brittannië en de VS deden niks om Hitler in het uitvoeren van de Holocaust te beletten

 

Inleiding

 

70 jaar geleden heeft de Poolse regering in Londen de geallieerden geïnformeerd over het feit dat de Duitsers Joden op grote schaal aan het moorden waren.

 

In de daar opvolgende jaren eiste hij van Groot Brittannië en de VS om er actie tegen te ondernemen. Zonder effect.

 

Die zwijgende toestemming van de wereldmachten voor de uitroeiing van de Joden blijft tot op heden een beschaamd en onduidelijk stuk van de geschiedenis.

 

Het verbaast ook niet dat men in deze landen gretig de pogingen ondersteunt om de Polen met de medeverantwoordelijkheid voor de Holocaust te belasten.

 

Er wordt beweerd dat Polen met de nazi-bezetter zouden hebben samengewerkt, financieel van de Holocaust zouden hebben geprofiteerd (valse stelling van Jan Tomasz Gross) of op zijn minst passief op de slachting van hun medeburgers zouden hebben toegezien.

 

De feiten zijn anders. Het waren juist de Polen, die eigen levens riskeerden om hun Joodse medeburgers te redden.

 

De Polen eisten van de geallieerden om er alles aan te doen om de Holocaust te stoppen. De twee grootste bondgenoten, de VS en Groot Brittannië, hebben ondertussen bewust besloten om daar niets aan te doen.

 

Het is de hoogste tijd om daar duidelijk over te gaan praten, schrijft historicus, Leszek Pietrzak.

 

De feiten op een rij

 

Begin 1940, de eerste berichten bereiken Winston Churchill

 

Leiding van de Poolse ondergrondse, De Unie voor de Gewapende Strijd (Zwiazek Walki Zbrojnej) informeert de Poolse regering in Londen over de vervolging van de Poolse Joden. Poolse premier en bevelhebber, Wladyslaw Sikorski deelt dit bericht met Winston Churchill en de Britse Minister voor de Buitenlandse Zaken, Antony Eden.

 

April, 1940, Duitsers bouwen Auschwitz-Birkenau

 

Duitsers beslissen over het bouwen van de concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Een paar maanden later vertrekt het eerste transport met Joden.

 

Om de waarheid over de Auschwitz-Birkenau concentratiekamp te leren kennen was een nauwkeurige informatie over de kamp en directe verslagen nodig.

 

Witold Pilecki met zijn gezin. Bron: e-learning-auschwitz-birkanau

Witold Pilecki, luitenant en medeoprichter van het Geheime Poolse Armee (die later samen met de AK, Home Army samen ging), legt de plannen voor om de Auschwitz concentratiekamp binnen te dringen.
Het doel was om de informatie over het functioneren van de kamp te verzamelen en de verzetsstructuren op te opbouwen.

 

19 september 1940, Witold Pilecki alias Tomasz Serafinski in Auschwitz

 

Witold Pilecki laat zich door de Duitsers tijdens een razzia in Warschau oppakken, om drie dagen later als Tomasz Serafinski in Auschwitz terecht te komen.

 

the mass extermination of jews in german occupied poland

Het rapport uitgegeven door de Poolse regering in Londen. Bron: jewish.org

De eerste informatie over de genocide, die in Auschwitz begon, kwam van luitenant Pilecki. Het ondergrondse cel “Anna” in Zweden heeft zijn verslag naar Londen doorgestuurd.

 

Voorjaar 1941, “German occupation in Poland”, een bericht in het Engels, Frans en Spaans 

 

Poolse premier, Wladyslaw Sikorski vergroot zijn inspanningen om de bondgenoten, en de wereldopinie van de informatie te voorzien over de situatie van Joden in het door de Duitsers bezette Polen.

 

Op 3 mei 1941 stuurt hij een bericht in het Engels, Frans en Spaans met als titel “German occupation in Poland”, waarin hij over de ekstermienatie van Joden informeerde.

 

Groot Brittannië en de VS hebben deze informatie herhaaldelijk ontvangen.

 

Najaar 1941, “Endlösung der Judenfrage” begint eerder op het bezet Pools gebied 

 

Voordat nog de exacte plannen het daglicht hebben gezien (formeel gebeurde het tijdens de conferentie aan de Wannsee, 20 januari 1942), realiseerden de Duitsers dit plan al op de door hen bezette Poolse gebieden.

 

Een voorbeeld is hier Chełmno, waar ze Joden in de afgesloten vrachtwagens met behulp van uitlaatgassen vermoordden.

 

De leiders van de westerse landen kregen deze informatie in december 1941.

 

Einde 1941 en begin 1942, “De tot nu toe ongekende beestachtigheid”, oproep van Sikorski op de BBC 

 

Sikorski deed er alles aan om de bondgenoten tot het handelen te dwingen. De Poolse Ministerie van Informatie heeft in die tijd een brochure over de ekstermienatie “De tot nu toe ongekende beestachtigheid” uitgegeven.

 

Alle geallieerde regeringen hebben deze toespraak later i.v.v. een diplomatieke nota ontvangen.

 

Najaar 1942, Jan Karski, AK soldaat levert de volgende bewijzen

 

In opdracht van de Poolse regering in Londen vertrekt Jan Karski naar bezet Polen. Twee keer drong hij in het Warschau getto binnen. Hij verbleef in een overgangskamp in Izbica.
In het najaar 1942 keert hij terug in Groot Brittannië, waar hij als ooggetuige over de moorden op Joden heeft verteld.

Jan Karski, AK soldaat, in opdracht van de Poolse regering in Londen. Bron: Wyborcza

 

Op basis van de documentatie, die Jan Karski had meebracht, heeft Edward Raczynski, Minister voor Buitenlandse Zaken, een grondig verslag over de Holocaust voorbereid en aan de geallieerden gepresenteerd.

 

Karski werd ook door president van de VS, F.D. Roosevelt ontvangen. Hij heeft ontmoetingen met allerlei invloedrijke mensen in Amerika gehad, zoals de politici, vertegenwoordigers van de media en de kunstwereld. Overal appelleerde hij om de Poolse Joden te helpen. Zonder resultaat.

 

10 december 1942, volgende berichten van de Poolse regering aan het Westen

 

Sikorski verstuurt het volgende bericht aan de Verenigde Naties. Opnieuw roept hij het Westen om actie tegen de uitroeiing “van Poolse burgers van de Joodse afkomst” te ondernemen .

 

De Poolse ambassadeur in Londen, Edward Raczynski, verstuurde een diplomatiek bericht aan de geallieerde regeringen. In het bericht beschreef hij het lot van de Joodse bevolking.

 

Ook de Poolse Nationale Raad in Londen wendde zich tot de internationale gemeenschap met een dergelijk appel.
De Poolse president in ballingschap, Wladyslaw Raczkiewicz riep de paus Pius XII op 18 december 1942 op, om zijn zwijgen door te breken en de Joden en de Polen, die door de Duitsers in het bezet Pools gebied worden vermoord, in bescherming te nemen.

 

 

Volgende blog: Deel 2: De rassenideologie van de Britten, het cynisme van de Amerikaanse elite en het antisemitisme van Frankrijk

 

Bron:
Bron omschlagfoto: Raport Witolda, glos gminny, “The Auschwitz Volunteer”, bron.com
Boek van historicus, dr Leszek Pietrzak: “Zakazana Historia” – Kibice Holokaustu, pag. 28-33 (“De verboden geschiedenis” – “De Supporters van de Holocaust”)

Blog#36: Drie genocides op de Poolse bevolking in de Tweede Wereldoorlog. Deel 2: De vernietiging van de Poolsheid in Wołyń

 

Foto: isakowicz.pl

Inleiding

 

Op een zondagochtend, 11 juli 1943 vielen er kogels, granaten, flessen met aangestoken benzine, hooivorken, zeisen, messen, bijlen en pokers. De meeste slachtoffers waren vrouwen en kinderen.

 

Deze tragedie heeft levens van meer dan 130.000 Polen gekost (….), tientallen duizenden gewonden, duizenden wezens, daklozen, ontelbare schare aan getraumatiseerde mensen.

 

De situatie van Polen, die in de Zuid-Oost provincies van het land woonden, was tragisch in de Tweede Wereldoorlog.

 

Eerst verscheurd door de Sovjetterreur, deportaties naar Siberië en Kazachstan, aanhoudingen midden in de nacht, Sovjet kampen (1939-1941).
Daarna de Duitse bezetting, dwangarbeid in Duitsland, quota’s in mensen, producten en geld, razzia’s, concentratiekampen (1941-1944), om uiteindelijk geteisterd te worden door de terreur, die de Oekraïense politie, in de Duitse dienst zaaide.

 

De genocide op Polen in Wolyn in de Tweede Wereldoorlog wacht nog steeds op de uitleg, ondanks het verstrijken van meer dan 70 jaar. (1)

 

Wat is genocide?

 

Het woord genocide heeft Poolse advocaat en officier van justitie van de Joodse afkomst, Rafal Lemkin geïntroduceerd. In het door Lemkin voorbereidde VN-verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, d.d. 9 december 1948, zegt het Art. II het volgende:

Foto: geni.com

“(…)
In dit Verdrag wordt onder genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen:
a. het doden van leden van de groep;
b. het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
c. het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;
d. het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
e. het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.(…)” (2)

 

Volgens het VN-verdrag worden de misdaden van de Oekraïense nationalisten (OUN-UPA) op Polen in Wolyn als Genocide aangeduid.

 

De Oekraïense nationalisten veronderstelden een zo snel mogelijke moord op alle leden van de Poolse natie, van ongeboren baby’s, kinderen, volwassenen tot bejaarden ongeacht het geslacht en de leeftijd.
Daar waar de omstandigheden het toelieten, ging het doden gepaard met barbaarse martelingen, zoals:

 

  1. hakken met bijlen
  2. spijkers in schedels slaan
  3. scalperen
  4. afsnijden of afhakken van een hand, neus, oren, lippen of een tong
  5. met een bijl op het voorhoofd of schedel slaan
  6. mond van oor tot oor openscheuren
  7. keel afsnijden
  8. het hoofd (af)hakken met een bijl
  9. borsten afsnijden
  10. iemand levend met een zaag door het midden snijden
  11. buik van een zwangere vrouw opensnijden en iets erin gooien
  12. stoppen van voorwerpen in de vrouwelijke schede
  13. ophangen van slachtoffers aan hun ingewanden
  14. aderen uittrekken
  15. handen branden
  16. het hele lichaam in stukken hakken
  17. vastspijkeren aan een tafel of aan een kruis in de kerk
  18. slaan met een hamer een houten pen in de buik
  19. het lichaam aan stukken scheuren met paarden of kettingen
  20. het lichaam door de straten slepen aan een touw rondom de nek
  21. het slachtoffer als schietschijf gebruiken
  22. ophangen aan een prikkeldraad
  23. het slachtoffer levend ingraven en het uitstekende hoofd met een zeis afsnijden
  24. het slachtoffer in brand steken
  25. de huid met een scheermes uitsnijden
  26. kinderen levend in een waterput, vuur of brandende gebouwen gooien, ophangen aan genitaliën, ze op pallen of hekken spitsen, in een rivier laten verdrinken, baby’s op hooivorken spitsen

(3)

De onvoorstelbare brutaliteit van de daders doet denken aan de scènes uit de 18de eeuwse bloederige traditie van de hajdamaks *) en later van de bolsjewistische revolutie.
De historicus Aleksander Korman heeft vastgesteld, dat de Oekrainse Partizanen Armee (UPA) 362 methodes van beestachtige martelingen op Polen toepaste. (4)

 

Onafhankelijkheidsprogramma van de OUN-UPA voor Oekraïne

 

De Oekraïense nationalisten (OUN-UPA) hebben een deel van hun samenleving een eenvoudig onafhankelijkheidsprogramma aangepraat.
“Als er geen enkele Jood, Pool, Hongaar, Roemeen, moslim of andere vreemdeling op de Oekraïense bodem zou zijn (…), maar vooral geen één Pool, zal ook Roosevelt Oekraïne als onafhankelijk land erkennen“.
Daarom riepen ze het volk op om “te doden, doden en nogmaals te doden wanneer het juiste moment aanbreekt”.

 

Acties tegen Polen waren georganiseerd, gepland en wijdverspreid.

 

In Wolyn hebben ze 60.000 slachtoffers gekost. Van 1150 dorp nederzettingen en 31.000 boerderijen heeft de UPA 91% vernietigd.
In Oost-Galicie waren het 70.000 slachtoffers.

 

De door hen aangevallen bevolking was niet eerder opgeroepen om het gebied te verlaten, nog werd hen een andere vesting aangeboden. Ze werden zelfs aangemoedigd om te blijven en ze kregen ‘veiligheidsgaranties’.

 

De medeplichtige aan de slachting van de Poolse bevolking, behalve de UPA strijders, was ook de Oekrainse bevolking, ook vrouwen en kinderen.

 

Oekraïense boeren namen deel aan de moorden op Polen, omdat ze op deze manier hun bezittingen en grond konden overnemen, en dit verlangen bleek in veel gevallen sterker te zijn dan het morele gebod “gij zult niet doden”.

 

De Oekrainse boeren, voorzien van bijlen, zeisen en messen vormden bendes, de zgn. ‘zelfverdedigingseenheden‘, en hielpen de UPA bij de moorden. Vrouwen en kinderen deden mee aan berovingen, brandstichtingen en aan het doden van de gewonden.

 

Dat mensen jarenlang buren van elkaar, goede kennissen of vrienden waren, had daar geen invloed op. Ook geen gemengd huwelijk werd ontzien. Vaak dwong de UPA de Oekrainse mannen (vrouwen) om hun echtgenote(s)n te doden.

 

Meedogenloze dood wachtte alle Oekrainers, die Polen op een of andere manier hielpen, door ze te waarschuwen of ze onderdak te bieden. Ondanks dat waren er veel rechtvaardige Oekrainers.

 

Typerend is dat het geen bezetter was die deze moorden pleegde. Het waren de medeburgers, mensen die geen loyaliteit aan de II Poolse Republiek toonden.

 

Sommigen maakten gebruik van de door hen geroofde documenten en onder de naam van hun slachtoffers verhuisden ze naar Polen of naar het Westen.

 

Na elke moord en beroving verbranden Oekrainers elke boerderij. Ze kapten de bomen, die er rondom stonden en ze ploegden de grond.

 

Ze deden het om geen kans te laten bestaan dat iemand na de oorlog zijn eigendommen zou kunnen herkennen. Ook om geen waterputten met de vermoordde mensen en de massagraven te laten vinden (5).

 

Het was geen Pools-Oekrainse- of burgeroorlog

 

Het is onjuist deze tragedie, die in de jaren 1943-44 plaatsvond een Pools-Oekrainse- of burgeroorlog te noemen. Dit zou betekenen dat beide kanten dezelfde doelen hadden.

 

Polen waren totaal geschokt en ze konden zich niet verdedigen. Wat ze konden doen was een wanhopige verdedig tegen de vernietiging. Bovendien waren het vooral hulpeloze boeren, die de schachtoffers werden. (6)

 

Het commandant van het AK district Wolyn, Kazimierz Babinski, psuedonim “Lubon”, vermeldde op 22 april 1943 over de situatie van de Polen in Wolyn, waarin de Oekraïense bandieten de hele gezinnen afslachten (…),

 

Hij wees erop dat de Duitsers de Oekraïense bevolking in een zelfmoordstrijd tegen hun medeburgers van de Poolse nationaliteit duwen.
Het is voor de Duitsers makkelijker het land te bezetten wanneer de verschillende bevolkingsgroepen met elkaar vechten. Op deze manier kunnen ook de Sovjet-partizanen de Poolse leiding in hun handen krijgen. De enige verliezers in deze situatie, schreef hij zijn de Poolse en Oekraïense bewoners en eigenaren van dit land.

 

Het AK commandant verbood de methoden, die de Oekraïnse bendieten gebruikten. Hij zei, we zullen geen Oekrainse boerderijen ter vergelding verbranden, geen vrouwen en kinderen vermoorden.

 

In de verdedigingsacties verbood hij de samenwerking zowel met de Duitse bezetter als met de Sovjet-partizanen. De commandanten hebben de plicht om er alles aan te doen dat ze de Polen, die samen met de Sovjet-partizanen vechten aan de Poolse kant te krijgen. Hij waarschuwde voor de provocateurs en de communisten. (8)

 

Op 16 januari 1944 schreef het AK commandant aan de leiding: Er is geen genade of een verzachtende omstandigheid voor de moordenaars van vrouwen en kinderen. We hebben dit gevecht niet gewild. Als buren wilden we in vrede met de Oekraïense bevolking van Volhynia leven. Het is anders gegaan en we hebben geen schuld aan dit bloedvergieten. (9)

 

Één keer was er sprake van vergelijkbare strijdkrachten tussen de Polen en de Oekrainers, toen in 1944 de “Pools-Oekrainse frontlinie” ontstond. Als gevolg daarvan stierven in dat hele gebied niet meer dan 2-3 duizend Oekraïners.

 

Moskou en Kiev beschouwden de OUN-UPA officieel als een criminele organisatie. Vooral omdat ze naar de onafhankelijkheid van Oekraïne streefde. Dat was zo wie zo het lot van elk volk dat dit soort aspiraties in de ogen van de Sovjets had. Dat OUN-UPA de Polen vermoordde was niet van belang.
In Oost- en Zuid-Oekraïne is een overtuiging dat de OUN-UPA een fascistische organisatie is.
In West-Oekraïne, die ooit van de Poolse Republiek II was, en onder de Oekraïners in Canada en Zuid-Amerika zijn de tradities van OUN-UPA tot de dag van vandaag levendig.
De OUN-UPA strijders krijgen hun gedenkmonumenten, de straten en scholen worden naar ze vernoemd. De dreigingen richting Polen worden nog steeds uitgesproken. (6)

 

Het gebeurde al eerder

 

In 1918 hebben twee Oekraïnse Volksrepublieken hun onafhankelijkheid verklaard: De Oekrainse Volksrepubliek (URL) met de hoofdstad Kiev en waar de provincie Volyn (Wolyn) toebehoorde en de West-Oekrainse Volksrepubliek (ZURL) in Oost-Galitie (Galicja Wschodnia) met de hoofdstad Lvov.

 

Lvov was beslist Pools en met de Poolse Republiek ruim 500 jaar verbonden.

 

Toen begon Oekraine oorlog met Polen.

 

Het Oekraïens bewind was kort en extreem bloederig. Een voorbeeld is hier Złoczów. Oekraïners hebben daar 150 Polen van verschillende leeftijden en beroepen op beschuldiging van ‘de Oekraïnse intelligentie te willen vermoorden’ aangehouden .

 

Ze hebben die 150 in wezen onschuldige mensen gevangen gehouden en gemarteld. De tijdelijke Oekraïense rechtbank heeft 22 van hen binnen enkele minuten ter dood veroordeeld.
Diegenen die de vonnis velden, waren geen primitieve of ongeschoolde mensen. Integendeel, allemaal beschikten ze over universitaire diploma’s.

 

Toen de Poolse Republiek II de macht in Złoczów overnam, heeft de Poolse regering exhumatie van de slachtoffers in maart 1919 verricht. De afgevaardigden van de geallieerden namen eraan deel.

 

Toen bleek dat de doden zonder doodskisten werden begraven, hun schedels waren verbrijzeld, benen en armen gebroken.
Onder de doden waren o.a. Jan Herzog, een minderjarige leerling, Kazimierz Izykiewicz, 21-jarige spoormedewerker, Ludwig Miller, 26-jarige fotograaf.

 

De moord in Złoczów heeft de positie van Oekraïne in Versailles, waar men over de toekomstige staatsgrenzen besliste, beschadigd .

 

Ook toen ging het om misdaden die wijd verbreid waren. Het waren de Oekraïense machthebbers, het leger en de Oekraïense bevolking die de misdaden pleegde.
(7)
Diegenen die sterke zenuwen hebben, kan ik deze video aanbevelen:

https://www.youtube.com/watch?v=ut3r_j9Uy0o&feature=youtu.be

Volgende blog: drie genocides op de Poolse bevolking in de WOII, deel 3:

Bronnen:

*) Het woord hajdamak komt uit de Turkse taal en betekent jagen, achtervolgen. Het waren losse groepen van de weggelopen boeren, verarmde stedelingen en Kozakken, die in 1730-1770 in Oekraïne opereerden. De adel, geestelijken en Joden waren voor hen een belichaming van het kwaad. http://www.historycy.org/index.php?showtopic=46404
(1)  Joanna Wieliczka-Szarkowa: “Wolyn we Krwi 1943”, pag. 44
(2) Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, 1948, Parijs, 9 december 1948, Nederlandse vertaling, Tractatenblad 1960, 32, gewijzigd bij Tractatenblad 1966, 179:  https://www.coutinho.nl/mrm/1001.htm
(3) Joanna Wieliczka-Szarkowa: “Wolyn we Krwi 1943”, pag. 339-340
(4) idem, pag. 340
(5) idem, pag. 340-342
(6) idem, pag. 343-346
(7) idem, pag. 46-48
(8) idem, pag. 262-265
(9) idem, pag. 292

Blog#31: Pools-Joodse relatie: anti-Poolse stereotypen met Duitsland en Rusland in de achtergrond

Kort overzicht ter inleiding
Het probleem met anti-Poolse stereotypen heeft zijn directe oorsprong na de Tweede Wereldoorlog.
Maar indirect nog in 1939 van de vorige eeuw (Duits-Sovjets agressie tegen Polen), en verder in 1919-20 toen Polen na 123 jaar haar onafhankelijkheid herwon en opnieuw opgroeide, en zelfs in de achttiende eeuw.
In al die periodes was Polen brutaal overheerst of in extreem moeilijke omstandigheden met de wederopbouw bezig.
Het is een patroon dat zich herhaalt, waar Duitsland en Rusland direct of indirect een rol spelen.
Af en toe nemen ze een onlogische ten opzichte van Polen bondgenoten aan, zoals katholiek Oostenrijk in de achttiende eeuw om de eerste deling van Polen te realiseren.
Een katholiek land dat zich samen met het protestantse Pruisen en orthodoxe Rusland tegen het katholieke Polen verklaarde.
Terwijl in Oostenrijk nog steeds levendig was de herinnering aan de overwinning van Wenen, waarin de Poolse koning Jan Sobieski III Wenen en Europa tegen de druk van de islamitische Turken had gered.

Verschuiving van de verantwoordelijkheid

Na de Tweede Wereldoorlog, in 1948 ontstond de staat Israël.
Als vertegenwoordiger van de Joden voerde Israël moeilijke gesprekken met Duitsland over de schadevergoeding.
Ze hebben een overeenkomst in de jaren 50-tig bereikt.
Vanaf dat moment begon ook een proces van verschuiving van de verantwoordelijkheid voor de Holocaust, en voor elke schade tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlog, van de werkelijke dader, de Duitse natie op de z.g.n. ‘nazi-ideologie’.
In dit proces begon ook een ‘nazi’ als containerbegrip te functioneren, iedereen kan het zijn of worden.
Sinds 1945 bestaat in Duitsland een consensus dat nazi’s altijd de anderen waren, en dat de oorlogsmisdadigers alleen een klein groepje rond Hitler vormden.
Christina Ullrich toont in haar boek (2) aan dat de rechtvaardigingen van de daders in Duitsland na de Tweede Wereldoorlog met de toen in de Duitse samenleving heersende opvattingen als geheel samenvielen.  “(…) We waren tenslotte allen in verzet en (groot)opa was geen crimineel”(3).
Paradoxaal genoeg beschouwt Duitsland zichzelf als expert van Polen, en in het algemeen van Midden- en Oost-Europa.
Duitsland wil bepalen wat West-Europa en Amerika over ons moeten denken, wat de actualiteiten zijn of wat in de Tweede Wereldoorlog heeft plaats gevonden.
Het is blijkbaar tot voor kort mogelijk geweest omdat de geschiedenis van dit gedeelte van de wereld in het Westen onbekend blijft.
Polen waren verbouwereerd toen ze na 1989 ontdekten dat de leugens niet alleen uit Moskou maar ook uit het Westen komen, alleen dan van een andere aard. Daar waren Polen niet op voorbereid.

Logisch gearrangeerde leugens

Vanaf de jaren 50 en 60-tig vorige eeuw worden de anti-Poolse leugens in een ‘logische volgorde gearrangeerd’, zegt professor Jan Zaryn (4).
In Amerika bestaat een algemene opinie dat Polen bandieten en antisemieten zijn: Polen waren antisemieten in maart 1968, omdat ze het in de Tweede Wereldoorlog waren, en na de oorlog (Kielce, 1947) moest het ook het geval zijn.
Niemand echter vertelt dat maart 1968 een strijd tussen twee kampen binnen één communistische partij was en het had niks met de Poolse bevolking te maken.
De door de communisten gearrangeerde onrusten dienden o.a. als ‘cover’ voor de communistische misdadigers om Polen als de z.g.n. dissidenten te verlaten.
Niemand vertelt dat Kielce 1947 een communistische provocatie was om de aandacht van het Westen van de vervalste verkiezingen in Polen af te leiden en de katholieke Kerk in Polen in diskrediet te brengen.
De eerste slachtoffers in deze provocatie waren trouwens Poolse burgers.
Niemand vertelt over de werkelijke situatie van Polen in de eerste drie jaar van de Tweede Wereldoorlog.
“(…) In het door de Duitsers bezette Polen in de jaren 1939-1942, degenen wiens levens het meest bedreigd waren, waren Polen.
Volgens de Joodse historicus Szymon Datner, de verhouding van de door Duitsers vermoorde Polen en Joden in die periode was 10: 1.
Dat wil zeggen dat op 10 door de Duitsers in die drie jaar vermoorde Poolse burgers, negen waren Pools en één was Joods (red.: en vaak was het iemand uit de Poolse intelligentsia)(…)”(5) .
“(..) Zoals de Joodse bronnen het vermelden (…) wat slimmere Polen deden in gevaarlijke situaties een bandje met de Davidster om. De Joodse spraak kon je voor de razzia’s behoeden (…)” (5).

De KGB in het spel

In 1958 kwam een voorstelling van Rolf Hochhuth “Der Stellvertreter”, waarin de paus Pius XII als bondgenoot van Hitler wordt afgeschilderd.
De conclusie moest zijn, dat het katholicisme tot de Holocaust heeft geleid. Het zou wraak op Joden zijn geweest voor het doden van Jezus Christus.
Met deze interpretatie van de geschiedenis, zegt prof. Zaryn, ‘spreekt het voor zich’ dat Polen als katholieken Joden hebben vermoord. Misschien kregen ze enige steun van de nazi’s, maar wie die nazi’s waren, weet verder niemand.
Toen was het nog onbekend dat “Der Stellvertreter” het werk van de KGB agenten was. Het was een onderdeel van de ideologische strijd van communisten tegen de katholieke Kerk (4).

Slachtoffers moeten daders worden

Duitsers hebben de formulering ‘Poolse concentratiekampen’ op grote schaal v.a. de jaren 50-tig vorige eeuw gepropageerd.
In feite veranderde de formulering ‘Poolse concentratiekampen’ op subtiele wijze de slachtoffers, in dit geval Polen, in daders.
Op dit idee kwam de Groep Gehlen (Agentuur 114) van de West-Duitse geheime dienst.
Het doel was om de terughoudendheid tegenover de Duitsers voor de oorlog en de Holocaust van Joden te verminderen.
Op het spel stond niet alleen het imago van Duitsland, maar ook geld, want niemand wilde Duitse producten kopen.
Aanvankelijk waren het de opiniesmakende media in Duitsland, vooral kranten en televisiestations, die deze formulering gebruikten.
De manipulatie werd op grote schaal ingezet en heel snel praatte men ook in de VS over de ‘Poolse concentratiekampen’ (6).

Haat campagne tegen Polen in september 1939

De formulering ‘Poolse concentratiekampen’ komt ook voor in de Sovjet haat-campagne tegen Polen in de WOII.
Het begon op 19 september 1939, twee dagen na de aanval van Sovjet Rusland op Polen.
Het was een beleid dat direct uit de Hitler-Stalin pact, de z.g.n. Ribbentrop-Molotov voortvloeidde (7), nl de agressie tegen Polen te rechtvaardigen.
Polen moest zodanig zwart gemaakt worden, dat niemand er medelijden mee zou hebben dat ze werd aangevallen.
De pers was een middel bij uitstek om de propaganda effectief te verspreiden. Daarvoor benutte men gefabriceerde artikels, poëzie, rapporten, getuigschriften en slogans.
Russen van anders vlekkeloze reputaties gebruikten grof taalgebruik om de aangewezen Poolse doelen te raken (8). Op deze wijze zette men doelbewust de etnische groepen tegen elkaar aan.
De Sovjet’s propaganda schilderde Polen af als een dwaas land, waar brutaal en onbeschaafd volk woonde. De Poolse adel zou miljoenen Wit-Russen, Oekraïners en Joden vervolgen.
Terwijl nog tussen januari 1937 en september 1939, bekeken de Sovjet’s periodieken de Poolse cultuur als westerse cultuur, en waardeerden hem als één van de belangrijkste vertalers van de Russische literatuur.
Elk door de Sovjets aangevallen land kreeg met dit soort agressieve propaganda te maken, zoals Finland en Roemenië (9).

Bezitterig Germanisme en hebzuchtige Rusland

De Russische keizerin Katarina II, een tiran met twee gezichten en een meesteres in propaganda (10) gebruikte dezelfde praktijken tegen Polen in de achttiende eeuw.
In Rusland (…) werden religieuze dissidenten met alle meedogenloosheid gedwongen om zich tot de orthodoxe kerk te bekeren. Dit belette de tsarina echter niet om ‘de verdediger van de achtergestelde minderheden’ in Polen te spelen.
In de achttiende eeuw was er geen land in de wereld waar een religieuze minderheid de rechten kreeg die de religieuze meerderheid genoot. Polen was op dit punt het meest tolerant.
(…) De hele actie ten bate van de dissidenten was ondergeschikt aan de politieke doelen (…) en gericht op het onderdrukken van Polen.
Een geest van bezitterig Germanisme, verbonden met de geest van hebzuchtige Moskou, drong binnen de katholieke Republiek Polen, om die intern te verstoren, in de wereld een gevoel van afkeer voor Polen te wekken en hiermee Polen te isoleren. (…) (11).
Bronnen:
(1)  M. Ryba, “Odklamac wczoraj i dzis”, wybor tekstow historycznych, pag. 33-36
(2) C. Ullrich, “Ich fuhl’ mich nicht als Morder”: https://www.hsozkult.de/publicationreview/id/rezbuecher-16623?language=en
(5) Ewa Kurek: “Polacy i Zydzi: problemy z historia” (pag. 148)/Sz.Datner: “Las Sprawiedliwych – karta z dziejow ratownictwa Zydow w okupowanje Polsce, Warszawa 1968, s.8)
(6) L. Pietrzak: Zakazana historia, “Jak Niemcy wrabiali Polakow w mordowanie Zydow”, pag 17-18
(7) Ewa M. Thompson: “Imperial Knowledge, Russian Literature and Colonialism”, pag. 175
(8) idem, pag. 166
(9) idem, pag. 166-167
(10)  B.Stanislawczyk: “Kto sie boi prawdy. Walka z cywilizacja chrzescijanska w Polsce”, pag. 67
(11) idem, pag. 81

mijnpolen.nl