Tag: Duitsland in de WOII

Blog#55: Amerikaanse wet “Act S-447” vs de poging tot afpersing van Polen. Welke groep Poolse Joden heeft de oorlog overleefd?

(…) Wee degenen die onrechtvaardige wetten uitvaardigen, die de onderdrukking wettelijk bekrachtigen. Zij verdraaien het recht van de zwakken (…)” – Jesaja 10:1-2

De onderwerpen die in de blogs 51 t/m 58 aan bod komen:

  1. “S-447 JUST”/De inleiding:  historische feiten, voor wie de schadeloosstelling en teruggave van bezittingen, “Magdalenka/Rondetafel afspraken van 1989” en de communistische invloed anno 2019
  2. “S-447 JUST” is ongrondwettig en onverenigbaar met het parlementaire recht in de Amerikaanse wetgeving
  3. Verdrag van Luxemburg d.d. 10 september 1950 tussen de Duitse Federale Republiek en Israël
  4. De vrijwaringsverdrag d.d. 16 juli 1960 tussen Polen de VS en de andere Europese landen
  5. Mythische rijkdommen van de Poolse Joden voor de Tweede Wereldoorlog – wie is wie iets schuldig? Deel 1, Deel 2
  6. “S-447 JUST” – een uitkomst van een goed georganiseerd en vooruitgedacht plan van de Joodse organisaties. Deel 1, Deel 2
  7. “Holocaust restitutie – “Dubieuze en frauduleuze onderneming van de Joodse organisaties” – helaas is dit artikel, door fenixx.org, van internet verdwenen.

Welke groep van Poolse Joden heeft de Holocaust overleefd?

Volgens historica Ewa Kuren waren de Poolse Joden in Polen tussen 1918-1939 zowel een nationale minderheid, de grootste Joodse diaspora, maar vooral een etnische groep. 

Tijdens hun verblijf in Polen tot aan de Holocaust leefden Poolse Joden binnen de lokale getto’s en zoals de Joodse historicus, Alexander Hertz hen beschreef, vormden ze als geheel een kaste. Ze hadden eigen religie, taal, bepaalde lange tradities. Ze maakten eigen literatuur, filosofie en kunst. Ze hadden eigen rechtssysteem en wettelijk-moreel systeem, die de wijze waarop ze leefden en hun deelname aan de kaste bepaalden. (1)

Aan het begin van de twintigste kon men Poolse Joden in ten minste drie groepen verdelen: gepoloniseerde, geëmancipeerde en degenen die Joodse historicus, Majer Balaban omschreef als ‘een grote, compacte massa orthodoxie‘. 

Volgens Majer Balaban was deze verdeling ook niet strikt. In elk Joods gezin in Polen in de jaren 1918-39 trof men zowel de gepoloniseerde, geëmancipeerde Joden als Joden die trouw aan de “dichte massa van orthodoxie” waren gebleven.  

Toen na 123 jaar Polen als staat opnieuw ontstond, “waren de gepoloniseerde Joden Pools. De geëmancipeerde Joden streefden binnen de democratische regels naar eigen autonomie, en toen het niet lukte, naar het behoud van eigen cultuur en taal, of kozen ze voor de communistische beweging” (2)

De geassimileerde Joden zijn vooral degenen die de Holocaust hebben overleeft. Op basis van hun relaties ontstond de voorstelling van de genocide op de Poolse Joden. De doden hebben geen stem“, schrijft historica Ewa Kurek. “Over het bestaan van de Poolse chassieden willen vooral de Joden zelf niet weten. In de joodse herinneringen verdween het vooroorlogse beeld van de getto’s, armoe, onwetendheid en verwaarlozing. Iedereen, die het aan het daglicht probeert te brengen, komt de aanvallen tegen. Volgens diegenen die de geschiedenis aan het herschrijven zijn, zou de waarheid over de arme Poolse Joden samen met hen moeten sterven“. (3)

Joodse memoires?

Dr Samuel Gringauz, Joodse historicus en overlevende van de Holocaust merkte al in de jaren 50-tig van de vorige eeuw dat alle Joodse memoires en getuigenissen uit de oorlogstijd aan een grondig historisch onderzoek toe waren. Toen wees hij erop dat de getuigenissen mogelijkerwijze uit persoonlijke wraak werden afgelegd.

Hij beschreef ze als “(…) Judeo-centrisch, logo-centrisch en egocentrisch. (…)  Dit is waarom de meeste [red. Joodse} memoires en verslagen vol zitten met: absurde praatjes, overdreven zelfpromotie, onbekwaam denken, bevlogen ambities, onbewezen zaken, vooroordelen, voor een deel aanvallen en excuses”. (4) 

Toen de Sovjet communisten Polen na 1944 binnen kwamen, gebruikten ze deze memoires en getuigenissen om met de Poolse ondergrondse af te rekenen. 

De communisten waren gekant tegen elke vorm van Pools verzet, die de Polen hun onafhankelijkheid terug zou kunnen brengen. Dus in de eerste linie van aanval waren diegenen, die tijdens de oorlog in de Nationale Strijdkrachten, de Boerenbataljons of de Home Army waren. Maar ook diegenen die de strijd tegen Hitler in het Westen, samen met de geallieerden voerden.

Ook in de z.g.n. Yizkor bukh, een verzameling van verschillende memoires uit een bepaald gebied, vinden we, schrijft Ireneusz Lisiak, “de beschrijvingen van echte gebeurtenissen, maar ook verhalen van het horen zeggen, verrijkt met de typische voor de Joden onvriendelijke houding tegenover de Polen, de katholieke kerk, priesters en de katholieken (…)“. (5)

De Joodse wetenschapper, dr Icchak (Henryk) Rubin zei rechtuit, dat “de mens echter instinctief de schuldigen van zijn tegenslagen zoekt en heeft daarin de neiging om te generaliseren en details uit zijn eigen ervaringen met de fantasieën aan te vullen“.

In zijn bewerking over de getto van Lodz uit 1988 schrijft dr Icchak (Henryk) Rubin dat het de “(…) officieren van het Joodse Comité waren, die door de communistische partij waren benoemd en de getuigenissen verzamelden. Zij wezen diegenen die de getuigenissen hadden opgeschreven aan, wie ze als schuldige moesten aanwijzen en welke straf ze verdienden“. (5)

Zo te zien, was de kennis op deze wijze verkregen gecontroleerd, ideologisch en cultureel beïnvloed.

Tot de dag van vandaag zijn de memoires, getuigenissen nooit geverifieerd. 

Volgens de “nieuwe geschiedschrijving“, door J. T. Gross vertegenwoordigd, is “de twijfel tegenover niet-Joden verplicht. Terwijl een historicus moet een positieve houding tegenover de Joodse relaties aannemen en de waarheid daarvan op geen wijze in twijfel trekken“. (13)

Dit maakt het onmogelijk om de waarheid goed te dienen.

Rol van de Amerikaanse en West-Europese historici

Voor de Amerikaanse en West-Europese historici was de oorlog van 1939-1945 op het Poolse grondgebied alleen een achtergrond voor de Holocaust. Buiten de Holocaust bestond toen niets meer wat van belang was. En als je de zaken zo stelt, was de Tweede Wereldoorlog voor de Polen een, niets hun rust verstorende, episode.  De wereld is gaan geloven dat het alleen Joden waren, die in de Tweede Wereldoorlog hebben geleden“. (6)

Daar zijn er Twee redenen voor, schrijft historicus Ireneusz T. Lisiak.

Ten eerste zijn momenteel maar weinig onderzoekers in het Westen, die trouw zijn aan een wetenschappelijke benadering van het onderzoek.

Dit is een gevolg van de politieke correctheid die geen kritiek op de officieel aangenomen en opgelegde interpretatie van de Holocaust toestaat.

Ten tweede wordt er geen rekening gehouden met de Poolse bronnen. De westerse onderzoekers steunen op secundaire bronnen, monografieën en studies in het Engels.

Misschien daarom, schrijft Ireneusz Lisiak, krijgen we een overvloed aan studies en films, zoals “Defiance” of “Inglourious Basterds“, die de Joodse partizanen afbeelden als een belangrijke en compromisloze kracht in de strijd tegen de Duitsers. 

Dat vertellen ook boeken over de gebroeders Bielski. 

In werkelijkheid waren de gebroeders Bielski, als veel Joodse groepen in die tijd criminelen, die op de Poolse boeren gewapende overvallen pleegden en vrouwen verkrachtten.

Daarbij noemden ze de Poolse boeren ‘fascisten’.

En dit soort memoires zonder verificaties nemen de Amerikaanse onderzoekers klakkeloos over.

De discussie van tegenwoordig lijkt niet over de historische waarheid in de Joods-Poolse relatie te gaan. Het zoeken van waarheid is uit de mode en alles is aan interpretaties en politieke stroming onderhevig.

De bezetters van Polen

Sinds ik met het schrijven van mijn blog bezig ben, gaan mijn ogen in veel zaken open.

Opvallend is een patroon in het gedrag van de bezetters van Polen, uit het verleden of diegenen die nu deze ‘ambitie’ hebben.

De bezetters van Polen hebben altijd één prioriteit gehad. Eerst de opinie van Polen in het Westen, in de wereld te bederven zodat niemand met ons medelijden zou hebben als ze ons overvallen en onderling verdelen.

Dit gebeurde in de achttiende eeuw, vlak voor de eerste deling van Polen. Dit gebeurde voor en tijdens het verdrag van Verseilles in 1919 en vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Dit gebeurde voor 1989 zodat de communisten hun greep op Polen konden houden. Nu anno 2019 wordt hetzelfde patroon gevolgd. 

Gevaarlijke mythen

Zeer gevaarlijk zijn de mythen over de Joodse rijkdommen.

Tientallen jaren na de oorlog, de vernietiging van de documenten en bewijzen van eigendom, het overlijden van eigenaren. 

Sinds tientallen jaren probeert men een legende van ongekende rijkdommen van de Poolse Joden te creëren en hiermee reële grond voor de financiële claims.

De wereld liet zich “effectief overtuigen van de overal aanwezige rijkdom van alle Joden“, schrijft Ireneusz Lisiak in zijn boek.

Emanuel Ringelbloem, Poolse Jood, historicus en politicus zei voor de WOII: “de meeste Poolse Joden waren straat arm en volledig door de Joodse elite vergeten“. (7) 

Dit bevestigen ook de beschrijving van de Poolse, middeleeuwse voorstellingen rond de Kerst. “In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht over het (…) stereotype van de Joodse rijkdom, komt een wijdverbreide Joodse armoede voort uit het Kerst-beeld van een Jood“. (8) 

Men moet weten

“Men moet weten, zegt historicus Ewa Kurek, dat onder Poolse Joden slechts een paar procent extreem rijke Joden waren.

De meesten van hen zijn zo rijk geworden, omdat ze vierhonderd jaar lang tot 1764 de joodse gemeenschappen extreem hoge belastingen oplegden. De joodse bevolking bestond uit de eenvoudige Joodse chassieden, dramatisch armen.

De Judenratten en de Joodse politieagenten [red. policja żydowska, Jüdischer Ordnungsdienst] hebben deze Joodse chassieden op bevel van de Duitsers als eersten in de wagons geladen en naar Chełmno, Treblinka, Bełżec en andere vernietigingskampen gestuurd.

Emanuel Ringelblum, de Joodse schrijver van een dagboek, vermoord door de Duitsers, schreef dat onder de geassimileerde rijke Joden in het getto van Warschau een uitdrukking had postgevat: ‘de menigte moet sterven‘.

Daarom, zegt Ewa Kuren, hadden onze Poolse Joodse chassieden geen kans om gered te worden. Ze kenden geen Pools. Ze werden veracht door hun eigen verlichte Joden.” (14)

Ultimatum tot terugbetalingen?

Steeds vaker horen we over ‘een ultimatum tot terugbetaling, schadeloosstelling of compensatie voor het Joods onroerend goed dat nog in Polen is achtergebleven‘.

Bron: geopolityka.org
De Curzon linie. Bron: wikipedia.org

Het is merkwaardig dat deze eisen de eigendommen betreffen die zijn achtergelaten in het vooroorlogse IIRP.

Voor de Joodse kringen is het blijkbaar onbelangrijk dat Polen 1/3 van zijn grondgebied in de oostelijke gebieden door de oorlog [red. aan de Sovjet Unie] verloor“. (9)     

In de afgelopen 50 jaar ontstond een zorgvuldig opgebouwd en wijdverbreid geloof, dat 10% Joden in het vooroorlogse Polen 40% van alle belastingen betaalden.

Het is ook triest dat sommige belangrijke Joodse historici hun aanzien gebruikten om dit verzinsel door de jaren heen te laten beklijven. (10) 

3 miljoen Poolse Joden afhankelijk van de liefdadiagheidsorganisaties

Het zou betekenen dat 17,27% van de Joodse bevolking (17,27% van 10% = 517.000 mensen), 40% van de gehele belasting (800 000 000,00 PLN) betaalde, om een miljarden budget van de Poolse staat te onderhouden.

 “Terwijl 1 miljoen van de 3 miljoen Poolse Joden afhankelijk was van de liefdadigheidsorganisaties. (…) 50% van de Poolse Joden niet in staat was om jaarlijks de minimale belasting ten hoogte van 5 zloty aan hun eigen gemeente te betalen. 50-55% was helemaal niet van plan iets te betalen. De helft van de belastingbetalers kon geen 10 zloty betalen. 75% van de Joden kan als arm worden aangemerkt“. (11)

Adressanten van de claims blijven Duitsers

Voor 1 september 1939 beschikten Joden als privé personen en als leden van een joodse gemeenschap (corporatie) over een bepaald vermogen. Ze waren burgers van de Tweede Poolse Republiek en aanhangers van een soort joodse religie. Voor ongeveer 90% waren het de chassieden.

Als gevolg van de Duitse aanval op Polen op 1 september 1939, de zes jaar durende bezetting van Polen en de uitroeiing van Joden hebben de meeste van deze burgers niet overleefd.

Tegelijk zijn tijdens de Duitse bezetting van Polen ook andere Poolse burgers, gelovigen of ongelovigen vermoord.

Diegenen die daarvoor verantwoordelijk zijn, zijn de Duitsers en de landen die met Duitsland tijdens de WOII collaboreerden.

Polen was het enige land in Europa dat nooit met het regime van Hitler collaboreerde. Polen was het eerste land dat de strijd tegen Duitsland aanging. (12)

Edward Reid over de Pools-Joodse relaties: ‘de ongegronde claims’ (Engels)

Lees meer:

Vorige blog: houding van Joden tegenover de Poolse strijd om vrijheid in de 123 jaar van bezetting van het land

Volgende blog: wat de wereld niet mag weten, o.a. een gedicht van Itzaak Katzenelson

Bronnen:

*) De statistische jaarboeken vermeldden het inkomen van de staat zonder onderscheid van de nationale minderheden, maar wetende het professionele karakter van de Joodse minderheid, kunnen we proberen en, hoewel bij benadering, de geloofwaardigheid van de ‘autoriteiten’ te controleren.

Het Poolse budget uit 1937/38 bedroeg: 2 049 000 000, 00 Plz, waarvan de belastingen: 723 000 000,00 Plz. Directe belastingen: 

  • grondbelasting: 58 000 000,00 Plz
  • onroerendezaakbelasting: 86 000 000,00 Plz
  • industriële belasting: 262 000 000,00 Plz
  • inkomstenbelasting: 280 000 000,00 Plz
  • vermogensbelasting: 5 000 000,00 Plz
  • rentes, schulden en boetes enz.: 17 000 000,00 Plz
  • licenties te koop: 2 000 000,00 Plz
  • heffingen voor eigendomsgebruik: 13 000 000,00 Plz  (11)

(1) Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45” str. 46-47 / na: Alexader Hertz, Zydzi w kulturze polskiej, Warszawa, s. 83-87 [E. Kurek: Voorbij de grens van solidariteit. Pools-Joodse relatie 1939-45/Alexander Hertz: Joden in de Poolse cultuur]

(2) idem, pag. 35 

(3) idem, pag. 46

(4) Ireneusz T. Lisiak Zaklamany Holokaust, str. 14 [P. Gontarczyk, Daleko od prawdy (w] R. Jankowski (red.), Cena “Strachu”. Gross w oczach historykow, Warszawa 2008, s. 293-294) [I.T.Lisiak: De verkeerde voorstelling van de Holocaust/P.Gontarczyk: Ver van de waarheid – in: R.Jankowski: De prijs van “Angst”, Gross gezien door historici]

(5) idem, pag.15 – na: M.J. Chodakiewicz, “Klopoty z kuracja szokowa”, ‘Rzeczpospolita’, 5 stycznia 2001; zob. tez. L.Z. Niekrasz, Operacja ‘Jedwabne’. Mity i fakty, Wroclaw, 2005, s. 59 [in: M.J.Chodakiewicz: Problemen met de schokbehandeling; L.Z.Niekrasz: Operatie ‘Jedwabne’, mythen en feiten]

(6) idem, pag. 73

(7) idem, pag. 27

(8) Ewa Kurak, Poza granica solidarnosci/wokol stereotypow: Judasz i Haman w jednym stali domu, pag. 95 [E. Kurek: Voorbij de grens van solidariteit: Judas en Haman woonden in één huis]

(9)     Ireneusz T. Lisiak “Zaklamany Holokaust”, pag. 29

(10)   idem, pag. 28 

(11)   idem, pag. 31

(12) https://justice4poland.com/2019/02/26/dlugi-zydow-wobec-polski/comment-page-1/

(13) Ireneusz T. Lisiak “Zaklamany Holokaust”, pag. 24

(14) Katarzyna Treter-Sierpinska: Zydzi, gender, multikulti czyli oszustwo i szajba/wywiady z ‘antysemitami'”, pag. 251-252 [Joden, gender, multiculti ofwel het vlasspelen en de gedachteloosheid/interviews met ‘antisemieten’].

Blog#40: Polen streden tegen de Holocaust. Amerika en Groot Brittannië daartegen keken toe en deden er niets aan. Deel 1: De muur van onverschilligheid

 

Groot Brittannië en de VS deden niks om Hitler in het uitvoeren van de Holocaust te beletten

 

Inleiding

 

70 jaar geleden heeft de Poolse regering in Londen de geallieerden geïnformeerd over het feit dat de Duitsers Joden op grote schaal aan het moorden waren.

 

In de daar opvolgende jaren eiste hij van Groot Brittannië en de VS om er actie tegen te ondernemen. Zonder effect.

 

Die zwijgende toestemming van de wereldmachten voor de uitroeiing van de Joden blijft tot op heden een beschaamd en onduidelijk stuk van de geschiedenis.

 

Het verbaast ook niet dat men in deze landen gretig de pogingen ondersteunt om de Polen met de medeverantwoordelijkheid voor de Holocaust te belasten.

 

Er wordt beweerd dat Polen met de nazi-bezetter zouden hebben samengewerkt, financieel van de Holocaust zouden hebben geprofiteerd (valse stelling van Jan Tomasz Gross) of op zijn minst passief op de slachting van hun medeburgers zouden hebben toegezien.

 

De feiten zijn anders. Het waren juist de Polen, die eigen levens riskeerden om hun Joodse medeburgers te redden.

 

De Polen eisten van de geallieerden om er alles aan te doen om de Holocaust te stoppen. De twee grootste bondgenoten, de VS en Groot Brittannië, hebben ondertussen bewust besloten om daar niets aan te doen.

 

Het is de hoogste tijd om daar duidelijk over te gaan praten, schrijft historicus, Leszek Pietrzak.

 

De feiten op een rij

 

Begin 1940, de eerste berichten bereiken Winston Churchill

 

Leiding van de Poolse ondergrondse, De Unie voor de Gewapende Strijd (Zwiazek Walki Zbrojnej) informeert de Poolse regering in Londen over de vervolging van de Poolse Joden. Poolse premier en bevelhebber, Wladyslaw Sikorski deelt dit bericht met Winston Churchill en de Britse Minister voor de Buitenlandse Zaken, Antony Eden.

 

April, 1940, Duitsers bouwen Auschwitz-Birkenau

 

Duitsers beslissen over het bouwen van de concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Een paar maanden later vertrekt het eerste transport met Joden.

 

Om de waarheid over de Auschwitz-Birkenau concentratiekamp te leren kennen was een nauwkeurige informatie over de kamp en directe verslagen nodig.

 

Witold Pilecki met zijn gezin. Bron: e-learning-auschwitz-birkanau

Witold Pilecki, luitenant en medeoprichter van het Geheime Poolse Armee (die later samen met de AK, Home Army samen ging), legt de plannen voor om de Auschwitz concentratiekamp binnen te dringen.
Het doel was om de informatie over het functioneren van de kamp te verzamelen en de verzetsstructuren op te opbouwen.

 

19 september 1940, Witold Pilecki alias Tomasz Serafinski in Auschwitz

 

Witold Pilecki laat zich door de Duitsers tijdens een razzia in Warschau oppakken, om drie dagen later als Tomasz Serafinski in Auschwitz terecht te komen.

 

the mass extermination of jews in german occupied poland

Het rapport uitgegeven door de Poolse regering in Londen. Bron: jewish.org

De eerste informatie over de genocide, die in Auschwitz begon, kwam van luitenant Pilecki. Het ondergrondse cel “Anna” in Zweden heeft zijn verslag naar Londen doorgestuurd.

 

Voorjaar 1941, “German occupation in Poland”, een bericht in het Engels, Frans en Spaans 

 

Poolse premier, Wladyslaw Sikorski vergroot zijn inspanningen om de bondgenoten, en de wereldopinie van de informatie te voorzien over de situatie van Joden in het door de Duitsers bezette Polen.

 

Op 3 mei 1941 stuurt hij een bericht in het Engels, Frans en Spaans met als titel “German occupation in Poland”, waarin hij over de ekstermienatie van Joden informeerde.

 

Groot Brittannië en de VS hebben deze informatie herhaaldelijk ontvangen.

 

Najaar 1941, “Endlösung der Judenfrage” begint eerder op het bezet Pools gebied 

 

Voordat nog de exacte plannen het daglicht hebben gezien (formeel gebeurde het tijdens de conferentie aan de Wannsee, 20 januari 1942), realiseerden de Duitsers dit plan al op de door hen bezette Poolse gebieden.

 

Een voorbeeld is hier Chełmno, waar ze Joden in de afgesloten vrachtwagens met behulp van uitlaatgassen vermoordden.

 

De leiders van de westerse landen kregen deze informatie in december 1941.

 

Einde 1941 en begin 1942, “De tot nu toe ongekende beestachtigheid”, oproep van Sikorski op de BBC 

 

Sikorski deed er alles aan om de bondgenoten tot het handelen te dwingen. De Poolse Ministerie van Informatie heeft in die tijd een brochure over de ekstermienatie “De tot nu toe ongekende beestachtigheid” uitgegeven.

 

Alle geallieerde regeringen hebben deze toespraak later i.v.v. een diplomatieke nota ontvangen.

 

Najaar 1942, Jan Karski, AK soldaat levert de volgende bewijzen

 

In opdracht van de Poolse regering in Londen vertrekt Jan Karski naar bezet Polen. Twee keer drong hij in het Warschau getto binnen. Hij verbleef in een overgangskamp in Izbica.
In het najaar 1942 keert hij terug in Groot Brittannië, waar hij als ooggetuige over de moorden op Joden heeft verteld.

Jan Karski, AK soldaat, in opdracht van de Poolse regering in Londen. Bron: Wyborcza

 

Op basis van de documentatie, die Jan Karski had meebracht, heeft Edward Raczynski, Minister voor Buitenlandse Zaken, een grondig verslag over de Holocaust voorbereid en aan de geallieerden gepresenteerd.

 

Karski werd ook door president van de VS, F.D. Roosevelt ontvangen. Hij heeft ontmoetingen met allerlei invloedrijke mensen in Amerika gehad, zoals de politici, vertegenwoordigers van de media en de kunstwereld. Overal appelleerde hij om de Poolse Joden te helpen. Zonder resultaat.

 

10 december 1942, volgende berichten van de Poolse regering aan het Westen

 

Sikorski verstuurt het volgende bericht aan de Verenigde Naties. Opnieuw roept hij het Westen om actie tegen de uitroeiing “van Poolse burgers van de Joodse afkomst” te ondernemen .

 

De Poolse ambassadeur in Londen, Edward Raczynski, verstuurde een diplomatiek bericht aan de geallieerde regeringen. In het bericht beschreef hij het lot van de Joodse bevolking.

 

Ook de Poolse Nationale Raad in Londen wendde zich tot de internationale gemeenschap met een dergelijk appel.
De Poolse president in ballingschap, Wladyslaw Raczkiewicz riep de paus Pius XII op 18 december 1942 op, om zijn zwijgen door te breken en de Joden en de Polen, die door de Duitsers in het bezet Pools gebied worden vermoord, in bescherming te nemen.

 

 

Volgende blog: Deel 2: De rassenideologie van de Britten, het cynisme van de Amerikaanse elite en het antisemitisme van Frankrijk

 

Bron:
Bron omschlagfoto: Raport Witolda, glos gminny, “The Auschwitz Volunteer”, bron.com
Boek van historicus, dr Leszek Pietrzak: “Zakazana Historia” – Kibice Holokaustu, pag. 28-33 (“De verboden geschiedenis” – “De Supporters van de Holocaust”)

Blog#36: Drie genocides op de Poolse bevolking in de Tweede Wereldoorlog. Deel 2: De vernietiging van de Poolsheid in Wołyń

 

Foto: isakowicz.pl

Inleiding

 

Op een zondagochtend, 11 juli 1943 vielen er kogels, granaten, flessen met aangestoken benzine, hooivorken, zeisen, messen, bijlen en pokers. De meeste slachtoffers waren vrouwen en kinderen.

 

Deze tragedie heeft levens van meer dan 130.000 Polen gekost (….), tientallen duizenden gewonden, duizenden wezens, daklozen, ontelbare schare aan getraumatiseerde mensen.

 

De situatie van Polen, die in de Zuid-Oost provincies van het land woonden, was tragisch in de Tweede Wereldoorlog.

 

Eerst verscheurd door de Sovjetterreur, deportaties naar Siberië en Kazachstan, aanhoudingen midden in de nacht, Sovjet kampen (1939-1941).
Daarna de Duitse bezetting, dwangarbeid in Duitsland, quota’s in mensen, producten en geld, razzia’s, concentratiekampen (1941-1944), om uiteindelijk geteisterd te worden door de terreur, die de Oekraïense politie, in de Duitse dienst zaaide.

 

De genocide op Polen in Wolyn in de Tweede Wereldoorlog wacht nog steeds op de uitleg, ondanks het verstrijken van meer dan 70 jaar. (1)

 

Wat is genocide?

 

Het woord genocide heeft Poolse advocaat en officier van justitie van de Joodse afkomst, Rafal Lemkin geïntroduceerd. In het door Lemkin voorbereidde VN-verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, d.d. 9 december 1948, zegt het Art. II het volgende:

Foto: geni.com

“(…)
In dit Verdrag wordt onder genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen:
a. het doden van leden van de groep;
b. het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
c. het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;
d. het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
e. het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.(…)” (2)

 

Volgens het VN-verdrag worden de misdaden van de Oekraïense nationalisten (OUN-UPA) op Polen in Wolyn als Genocide aangeduid.

 

De Oekraïense nationalisten veronderstelden een zo snel mogelijke moord op alle leden van de Poolse natie, van ongeboren baby’s, kinderen, volwassenen tot bejaarden ongeacht het geslacht en de leeftijd.
Daar waar de omstandigheden het toelieten, ging het doden gepaard met barbaarse martelingen, zoals:

 

  1. hakken met bijlen
  2. spijkers in schedels slaan
  3. scalperen
  4. afsnijden of afhakken van een hand, neus, oren, lippen of een tong
  5. met een bijl op het voorhoofd of schedel slaan
  6. mond van oor tot oor openscheuren
  7. keel afsnijden
  8. het hoofd (af)hakken met een bijl
  9. borsten afsnijden
  10. iemand levend met een zaag door het midden snijden
  11. buik van een zwangere vrouw opensnijden en iets erin gooien
  12. stoppen van voorwerpen in de vrouwelijke schede
  13. ophangen van slachtoffers aan hun ingewanden
  14. aderen uittrekken
  15. handen branden
  16. het hele lichaam in stukken hakken
  17. vastspijkeren aan een tafel of aan een kruis in de kerk
  18. slaan met een hamer een houten pen in de buik
  19. het lichaam aan stukken scheuren met paarden of kettingen
  20. het lichaam door de straten slepen aan een touw rondom de nek
  21. het slachtoffer als schietschijf gebruiken
  22. ophangen aan een prikkeldraad
  23. het slachtoffer levend ingraven en het uitstekende hoofd met een zeis afsnijden
  24. het slachtoffer in brand steken
  25. de huid met een scheermes uitsnijden
  26. kinderen levend in een waterput, vuur of brandende gebouwen gooien, ophangen aan genitaliën, ze op pallen of hekken spitsen, in een rivier laten verdrinken, baby’s op hooivorken spitsen

(3)

De onvoorstelbare brutaliteit van de daders doet denken aan de scènes uit de 18de eeuwse bloederige traditie van de hajdamaks *) en later van de bolsjewistische revolutie.
De historicus Aleksander Korman heeft vastgesteld, dat de Oekrainse Partizanen Armee (UPA) 362 methodes van beestachtige martelingen op Polen toepaste. (4)

 

Onafhankelijkheidsprogramma van de OUN-UPA voor Oekraïne

 

De Oekraïense nationalisten (OUN-UPA) hebben een deel van hun samenleving een eenvoudig onafhankelijkheidsprogramma aangepraat.
“Als er geen enkele Jood, Pool, Hongaar, Roemeen, moslim of andere vreemdeling op de Oekraïense bodem zou zijn (…), maar vooral geen één Pool, zal ook Roosevelt Oekraïne als onafhankelijk land erkennen“.
Daarom riepen ze het volk op om “te doden, doden en nogmaals te doden wanneer het juiste moment aanbreekt”.

 

Acties tegen Polen waren georganiseerd, gepland en wijdverspreid.

 

In Wolyn hebben ze 60.000 slachtoffers gekost. Van 1150 dorp nederzettingen en 31.000 boerderijen heeft de UPA 91% vernietigd.
In Oost-Galicie waren het 70.000 slachtoffers.

 

De door hen aangevallen bevolking was niet eerder opgeroepen om het gebied te verlaten, nog werd hen een andere vesting aangeboden. Ze werden zelfs aangemoedigd om te blijven en ze kregen ‘veiligheidsgaranties’.

 

De medeplichtige aan de slachting van de Poolse bevolking, behalve de UPA strijders, was ook de Oekrainse bevolking, ook vrouwen en kinderen.

 

Oekraïense boeren namen deel aan de moorden op Polen, omdat ze op deze manier hun bezittingen en grond konden overnemen, en dit verlangen bleek in veel gevallen sterker te zijn dan het morele gebod “gij zult niet doden”.

 

De Oekrainse boeren, voorzien van bijlen, zeisen en messen vormden bendes, de zgn. ‘zelfverdedigingseenheden‘, en hielpen de UPA bij de moorden. Vrouwen en kinderen deden mee aan berovingen, brandstichtingen en aan het doden van de gewonden.

 

Dat mensen jarenlang buren van elkaar, goede kennissen of vrienden waren, had daar geen invloed op. Ook geen gemengd huwelijk werd ontzien. Vaak dwong de UPA de Oekrainse mannen (vrouwen) om hun echtgenote(s)n te doden.

 

Meedogenloze dood wachtte alle Oekrainers, die Polen op een of andere manier hielpen, door ze te waarschuwen of ze onderdak te bieden. Ondanks dat waren er veel rechtvaardige Oekrainers.

 

Typerend is dat het geen bezetter was die deze moorden pleegde. Het waren de medeburgers, mensen die geen loyaliteit aan de II Poolse Republiek toonden.

 

Sommigen maakten gebruik van de door hen geroofde documenten en onder de naam van hun slachtoffers verhuisden ze naar Polen of naar het Westen.

 

Na elke moord en beroving verbranden Oekrainers elke boerderij. Ze kapten de bomen, die er rondom stonden en ze ploegden de grond.

 

Ze deden het om geen kans te laten bestaan dat iemand na de oorlog zijn eigendommen zou kunnen herkennen. Ook om geen waterputten met de vermoordde mensen en de massagraven te laten vinden (5).

 

Het was geen Pools-Oekrainse- of burgeroorlog

 

Het is onjuist deze tragedie, die in de jaren 1943-44 plaatsvond een Pools-Oekrainse- of burgeroorlog te noemen. Dit zou betekenen dat beide kanten dezelfde doelen hadden.

 

Polen waren totaal geschokt en ze konden zich niet verdedigen. Wat ze konden doen was een wanhopige verdedig tegen de vernietiging. Bovendien waren het vooral hulpeloze boeren, die de schachtoffers werden. (6)

 

Het commandant van het AK district Wolyn, Kazimierz Babinski, psuedonim “Lubon”, vermeldde op 22 april 1943 over de situatie van de Polen in Wolyn, waarin de Oekraïense bandieten de hele gezinnen afslachten (…),

 

Hij wees erop dat de Duitsers de Oekraïense bevolking in een zelfmoordstrijd tegen hun medeburgers van de Poolse nationaliteit duwen.
Het is voor de Duitsers makkelijker het land te bezetten wanneer de verschillende bevolkingsgroepen met elkaar vechten. Op deze manier kunnen ook de Sovjet-partizanen de Poolse leiding in hun handen krijgen. De enige verliezers in deze situatie, schreef hij zijn de Poolse en Oekraïense bewoners en eigenaren van dit land.

 

Het AK commandant verbood de methoden, die de Oekraïnse bendieten gebruikten. Hij zei, we zullen geen Oekrainse boerderijen ter vergelding verbranden, geen vrouwen en kinderen vermoorden.

 

In de verdedigingsacties verbood hij de samenwerking zowel met de Duitse bezetter als met de Sovjet-partizanen. De commandanten hebben de plicht om er alles aan te doen dat ze de Polen, die samen met de Sovjet-partizanen vechten aan de Poolse kant te krijgen. Hij waarschuwde voor de provocateurs en de communisten. (8)

 

Op 16 januari 1944 schreef het AK commandant aan de leiding: Er is geen genade of een verzachtende omstandigheid voor de moordenaars van vrouwen en kinderen. We hebben dit gevecht niet gewild. Als buren wilden we in vrede met de Oekraïense bevolking van Volhynia leven. Het is anders gegaan en we hebben geen schuld aan dit bloedvergieten. (9)

 

Één keer was er sprake van vergelijkbare strijdkrachten tussen de Polen en de Oekrainers, toen in 1944 de “Pools-Oekrainse frontlinie” ontstond. Als gevolg daarvan stierven in dat hele gebied niet meer dan 2-3 duizend Oekraïners.

 

Moskou en Kiev beschouwden de OUN-UPA officieel als een criminele organisatie. Vooral omdat ze naar de onafhankelijkheid van Oekraïne streefde. Dat was zo wie zo het lot van elk volk dat dit soort aspiraties in de ogen van de Sovjets had. Dat OUN-UPA de Polen vermoordde was niet van belang.
In Oost- en Zuid-Oekraïne is een overtuiging dat de OUN-UPA een fascistische organisatie is.
In West-Oekraïne, die ooit van de Poolse Republiek II was, en onder de Oekraïners in Canada en Zuid-Amerika zijn de tradities van OUN-UPA tot de dag van vandaag levendig.
De OUN-UPA strijders krijgen hun gedenkmonumenten, de straten en scholen worden naar ze vernoemd. De dreigingen richting Polen worden nog steeds uitgesproken. (6)

 

Het gebeurde al eerder

 

In 1918 hebben twee Oekraïnse Volksrepublieken hun onafhankelijkheid verklaard: De Oekrainse Volksrepubliek (URL) met de hoofdstad Kiev en waar de provincie Volyn (Wolyn) toebehoorde en de West-Oekrainse Volksrepubliek (ZURL) in Oost-Galitie (Galicja Wschodnia) met de hoofdstad Lvov.

 

Lvov was beslist Pools en met de Poolse Republiek ruim 500 jaar verbonden.

 

Toen begon Oekraine oorlog met Polen.

 

Het Oekraïens bewind was kort en extreem bloederig. Een voorbeeld is hier Złoczów. Oekraïners hebben daar 150 Polen van verschillende leeftijden en beroepen op beschuldiging van ‘de Oekraïnse intelligentie te willen vermoorden’ aangehouden .

 

Ze hebben die 150 in wezen onschuldige mensen gevangen gehouden en gemarteld. De tijdelijke Oekraïense rechtbank heeft 22 van hen binnen enkele minuten ter dood veroordeeld.
Diegenen die de vonnis velden, waren geen primitieve of ongeschoolde mensen. Integendeel, allemaal beschikten ze over universitaire diploma’s.

 

Toen de Poolse Republiek II de macht in Złoczów overnam, heeft de Poolse regering exhumatie van de slachtoffers in maart 1919 verricht. De afgevaardigden van de geallieerden namen eraan deel.

 

Toen bleek dat de doden zonder doodskisten werden begraven, hun schedels waren verbrijzeld, benen en armen gebroken.
Onder de doden waren o.a. Jan Herzog, een minderjarige leerling, Kazimierz Izykiewicz, 21-jarige spoormedewerker, Ludwig Miller, 26-jarige fotograaf.

 

De moord in Złoczów heeft de positie van Oekraïne in Versailles, waar men over de toekomstige staatsgrenzen besliste, beschadigd .

 

Ook toen ging het om misdaden die wijd verbreid waren. Het waren de Oekraïense machthebbers, het leger en de Oekraïense bevolking die de misdaden pleegde.
(7)
Diegenen die sterke zenuwen hebben, kan ik deze video aanbevelen:

https://www.youtube.com/watch?v=ut3r_j9Uy0o&feature=youtu.be

Volgende blog: drie genocides op de Poolse bevolking in de WOII, deel 3:

Bronnen:

*) Het woord hajdamak komt uit de Turkse taal en betekent jagen, achtervolgen. Het waren losse groepen van de weggelopen boeren, verarmde stedelingen en Kozakken, die in 1730-1770 in Oekraïne opereerden. De adel, geestelijken en Joden waren voor hen een belichaming van het kwaad. http://www.historycy.org/index.php?showtopic=46404
(1)  Joanna Wieliczka-Szarkowa: “Wolyn we Krwi 1943”, pag. 44
(2) Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, 1948, Parijs, 9 december 1948, Nederlandse vertaling, Tractatenblad 1960, 32, gewijzigd bij Tractatenblad 1966, 179:  https://www.coutinho.nl/mrm/1001.htm
(3) Joanna Wieliczka-Szarkowa: “Wolyn we Krwi 1943”, pag. 339-340
(4) idem, pag. 340
(5) idem, pag. 340-342
(6) idem, pag. 343-346
(7) idem, pag. 46-48
(8) idem, pag. 262-265
(9) idem, pag. 292

mijnpolen.nl