Tag: AK (Home Army)

Witold Pilecki, "The Auschwitz Volunteer: Byond Bravery"

Blog#41: Polen streden tegen de Holocaust, Amerika en Groot Brittannië daartegen keken toe en deden er niets aan. Deel 2: De rassenideologie van de Britten, het cynisme van de Amerikaanse elite en het antisemitisme van Frankrijk

Aankondiging van de doodstraffen. Bron: pl.wikipedia.org

In Polen, als het enige door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog bezette land, stond de doodstraf voor elke hulp aan Joden. De dood wachtte niet alleen de helper maar ook zijn hele gezin, zelfs een dorp.
Ondanks dat heeft de Poolse ondergrondse regering vanaf het begin hulp aan de Poolse Joden verleend.
Binnen het hoofdhoofdkwartier van de AK (Home Army) bestond er vanaf begin 1941 een afdeling, die de informatie over het lot van de Poolse Joden verzamelde.
Om hulp te kunnen organiseren ontstaat eerst in september 1942 een tijdelijk orgaan voor hulp aan de Joden, dat op 4 december 1942 in “Żegota” veranderde.

Bron: Polscy sprawiedliwi/De Poolse rechtvaardigen

De Poolse regering in ballingschap had in maart 1943 een afvaardiging naar Polen gestuurd om de samenwerking met “Żegota” aan te gaan. Via deze weg stroomde de financiële hulp aan “Żegota” en de verslagen aan de regering in Londen.

Witold Pilecki samen met Jan Redzej en Edmund Ciesielski ontsnapten uit Auschwitz. Bron: Nasz Dziennik

Van 26 op 27 april 1943 vlucht Witold Pilecki uit Auschwitz en hij voorziet het Westen van de volgende bewijzen over de genocide.
Ten einde raad hebben Polen ook een aanval op Auschwitz overwogen om de aandacht van het Westen voor deze drama te trekken. Op dat moment waren er acht duizend SS-ers ter verdediging gestationeerd.
In juli 1943 heeft Żegota een voorstel aan de Poolse regering in Londen gedaan om de geallieerden officieel te verzoeken een ruil tussen de Joodse bevolking en de Duitse burgers te organiseren.
Ook de Poolse katholieke kerk bleef met de lot van de Joden begaan.

Bisschop Karol Radoński. Bron: Chronologia.pl

De Poolse bisschop, Karol Radoński heeft de misdaden van de Duitsers in een radiotoespraak in Londen hard veroordeeld. Hij zei: “Als het gaat om de Joodse bevolking, zijn marteling overtreft alles, wat de haat en het barbarisme van de onderdrukker kan bedenken (…). “
De regeringen van de VS en Groot Brittannië wilden de informatie over de genocide op de Joodse bevolking niet horen.
De nota’s van de Poolse regering in Londen stuitten op onverschilligheid.
Toen gen. Sikorski begin december 1942 voor de zoveelste keer de geallieerden had opgeroepen om de spoorwegen naar de gaskamers en de crematoria te bombarderen, beloofde Churchill zich over die kwestie te buigen.
Het is een feit, dat dit soort bombardementen technisch gezien al vanaf 1942 mogelijk waren, en in 1944 vonden ze regelmatig plaats.
In 1944 waren het niet alleen Polen maar ook de joodse organisaties, die de geallieerden verzochten om de communicatiewegen naar de vernietigingskampen te bombarderen.
De informatie over de genocide op Joden kregen Britten niet allen van de Poolse kant. Dit bewijzen berichten van de Chileense diplomaat uit Tsjechië en Moravië, waarin hij over de beginnende genocide informeerde.
Churchill bleef niet allen zwijgen, maar hij steunde het Britse beleid in Palestina nl. de toestroom van de Joodse vluchtelingen uit Europa tegen te gaan.
Toen in december 1940 het schip “Salvador” met honderden illegale Joodse immigranten de Palestijnse kusten had bereikt, hebben de Britten hen de toegang tot Haifa geweigerd.
Het schip “Salvador” zonk.
Van dit soort incidenten waren er veel aan de Palestijnse kust in de jaren 1940-42.
Om de onverschilligheid van de Britten te begrijpen, moet men eerst de realiteit uit die tijd begrijpen, legt historicus, Leszek Pietrzak verder uit.
Niet alleen de Duisters vonden zichzelf een betere ras, de Britten vonden het ook. Churchill zei het herhaaldelijk “we are superior”.
Voor de Britse elite waren Joden, Arabieren, Hindoe en de negers alleen mindere rassen.
Britten vonden dat de genocide op Joden niet hun zaak was.
Een soortgelijke houding toonden de Amerikaanse regering en de Amerikaanse elite.
De Amerikaanse president, Franklin D. Roosevelt reageerde niet eens op de Poolse oproep om de genocide te stoppen.
Volgens de historicus was Roosevelt een doeltreffende en cynische politicus.
Laten we aan een feit helpen herinneren, zegt de historicus, dat Roosevelt liet Stalin de verantwoordelijkheid voor de misdaden in Katyń de Duitsers in de schoenen schuiven. Waarom? Om aan zijn kiezers niet hoeven uit te leggen, dat hij één misdadiger aan het helpen was om de strijd tegen een andere misdadiger te voeren.
In de Holocaust-kwestie zag Roosevelt een dreiging voor zijn eigen imago.
Hij was er van bewust dat als hij iets daartegen had ondernomen, zou de publieke opinie in Amerika het mogelijk onvoldoende hebben gevonden. Daarom koos hij voor het zwijgen.
Toen eind oktober 1943 een delegatie van de Amerikaanse rabbijnen in het Witte Huis arriveerde, vluchtte Roosevelt stiekem het kantoor uit om de zoveelste gesprek over de Holocaust te vermijden.

1943, mars van de rabbijnen in Washington. Bron: Haaretz

Dat hier sprake van een bewust beleid was, bewijst het handelen van het Amerikaanse Departement.
Begin 1943 hebben de Amerikaanse ambtenaren voor de Amerikaanse media de toegang tot informatie over de genocide, die de Joodse gemeenschap in Amerika vanuit Zwitserland kreeg, geblokkeerd.
Een paar weken later hebben de Amerikanen en Britten tijdens een geheime conferentie op Bermuda besloten, dat de geallieerden geen speciale actie zouden ondernemen om de Holocaust te onderbreken.

Bermuda conferentie, 1943. Bron: The Telegraph

Tot de dag van vandaag blijft de verloop van deze conferentie geheim.
De Amerikanen hebben maar een deel daarvan openbaar gemaakt. De Britse documenten zijn nog steeds geheim.
De regeringen van de VS en Groot Brittannië hebben alleen één keer officieel hun standpunt in de genocide op Joden genomen.
Op 17 december 1942 hebben ze een diplomatieke nota afgevaardigd, waarin stond, dat na de oorlog de schuldigen aan de misdaden aan hun verantwoordelijkheid niet zouden ontkomen.
Hoewel de Amerikanen en Britten de Holocaust doodgewoon hebben genegeerd, heeft de derde belangrijkste bondgenoot, Frankrijk actief aan de holocaust deelgenomen.

Bron: nations wiki-fandom

De Franse Vichy-regering deed er vanaf het begin z’n best om zijn antisemitisme aan de Duitsers te laten zien.
Nog in oktober 1940 hebben ze 6 duizend Joden vanuit het III Duitse Rijk naar Frankrijk vervoerd.
Dezelfde maand hebben de Fransen een anti-Joodse wet ingevoerd. De Jodenvervolging in Frankrijk was begonnen.
Joden mochten niet meer bepaalde beroepen uitoefenen. De buitenlandse Joden werden naar de interneringskampen gebracht.
Daarna volgden de registratie en het in beslagneming van de Joodse eigendommen.
De Vichy machthebbers waren bereid de vervolging van Joden te vergroten, mits de Joodse eigendommen bij de Fransen terecht konden komen.
De Vichy regering organiseerde de transporten met Joden naar Auschwitz zelf.
Het eerste transport vertrok op 27 maart 1942, en de laatste in juli 1944, toen de geallieerden al in Normandië waren geland.
In zijn boek uit 1972, “Vichy Frankrijk” vertelt de Amerikaanse historicus Robert Paxton dat Duitsers in Frankrijk weinig bezettingskrachten hadden, omdat de Fransen de meerderheid van de taken zelf uitvoerden.

Bron: bol.com

Hoe het vork in de steel zat, getuigt een geschil tussen de Franse spoorwegen en de Franse regering dat over de rekeningen voor het vervoer van Joden naar de vernietigingskampen ging.
Omdat de Vichy regering die rekeningen niet had betaald, eiste het bestuur van het spoorbedrijf nog één jaar na de oorlog dat de Franse regering de kosten zou voldoen.
Het is goed deze feiten in acht te nemen,  zegt de historicus, als we de huidige Franse media nu horen roepen over het bestrijden van het vermeend Pools antisemitisme.
Bron:
Bron omslagfoto: Raport Witolda, glos gminny, “The Auschwitz Volunteer”, bron.com
Boek van historicus, dr Leszek Pietrzak: “Zakazana Historia” – Kibice Holokaustu, pag. 30-33 (“De verboden geschiedenis” – “De Supporters van de Holocaust”)

Blog#36: Drie genocides op de Poolse bevolking in de Tweede Wereldoorlog. Deel 2: De vernietiging van de Poolsheid in Wołyń

 

Foto: isakowicz.pl

Inleiding

 

Op een zondagochtend, 11 juli 1943 vielen er kogels, granaten, flessen met aangestoken benzine, hooivorken, zeisen, messen, bijlen en pokers. De meeste slachtoffers waren vrouwen en kinderen.

 

Deze tragedie heeft levens van meer dan 130.000 Polen gekost (….), tientallen duizenden gewonden, duizenden wezens, daklozen, ontelbare schare aan getraumatiseerde mensen.

 

De situatie van Polen, die in de Zuid-Oost provincies van het land woonden, was tragisch in de Tweede Wereldoorlog.

 

Eerst verscheurd door de Sovjetterreur, deportaties naar Siberië en Kazachstan, aanhoudingen midden in de nacht, Sovjet kampen (1939-1941).
Daarna de Duitse bezetting, dwangarbeid in Duitsland, quota’s in mensen, producten en geld, razzia’s, concentratiekampen (1941-1944), om uiteindelijk geteisterd te worden door de terreur, die de Oekraïense politie, in de Duitse dienst zaaide.

 

De genocide op Polen in Wolyn in de Tweede Wereldoorlog wacht nog steeds op de uitleg, ondanks het verstrijken van meer dan 70 jaar. (1)

 

Wat is genocide?

 

Het woord genocide heeft Poolse advocaat en officier van justitie van de Joodse afkomst, Rafal Lemkin geïntroduceerd. In het door Lemkin voorbereidde VN-verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, d.d. 9 december 1948, zegt het Art. II het volgende:

Foto: geni.com

“(…)
In dit Verdrag wordt onder genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen:
a. het doden van leden van de groep;
b. het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
c. het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;
d. het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
e. het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.(…)” (2)

 

Volgens het VN-verdrag worden de misdaden van de Oekraïense nationalisten (OUN-UPA) op Polen in Wolyn als Genocide aangeduid.

 

De Oekraïense nationalisten veronderstelden een zo snel mogelijke moord op alle leden van de Poolse natie, van ongeboren baby’s, kinderen, volwassenen tot bejaarden ongeacht het geslacht en de leeftijd.
Daar waar de omstandigheden het toelieten, ging het doden gepaard met barbaarse martelingen, zoals:

 

  1. hakken met bijlen
  2. spijkers in schedels slaan
  3. scalperen
  4. afsnijden of afhakken van een hand, neus, oren, lippen of een tong
  5. met een bijl op het voorhoofd of schedel slaan
  6. mond van oor tot oor openscheuren
  7. keel afsnijden
  8. het hoofd (af)hakken met een bijl
  9. borsten afsnijden
  10. iemand levend met een zaag door het midden snijden
  11. buik van een zwangere vrouw opensnijden en iets erin gooien
  12. stoppen van voorwerpen in de vrouwelijke schede
  13. ophangen van slachtoffers aan hun ingewanden
  14. aderen uittrekken
  15. handen branden
  16. het hele lichaam in stukken hakken
  17. vastspijkeren aan een tafel of aan een kruis in de kerk
  18. slaan met een hamer een houten pen in de buik
  19. het lichaam aan stukken scheuren met paarden of kettingen
  20. het lichaam door de straten slepen aan een touw rondom de nek
  21. het slachtoffer als schietschijf gebruiken
  22. ophangen aan een prikkeldraad
  23. het slachtoffer levend ingraven en het uitstekende hoofd met een zeis afsnijden
  24. het slachtoffer in brand steken
  25. de huid met een scheermes uitsnijden
  26. kinderen levend in een waterput, vuur of brandende gebouwen gooien, ophangen aan genitaliën, ze op pallen of hekken spitsen, in een rivier laten verdrinken, baby’s op hooivorken spitsen

(3)

De onvoorstelbare brutaliteit van de daders doet denken aan de scènes uit de 18de eeuwse bloederige traditie van de hajdamaks *) en later van de bolsjewistische revolutie.
De historicus Aleksander Korman heeft vastgesteld, dat de Oekrainse Partizanen Armee (UPA) 362 methodes van beestachtige martelingen op Polen toepaste. (4)

 

Onafhankelijkheidsprogramma van de OUN-UPA voor Oekraïne

 

De Oekraïense nationalisten (OUN-UPA) hebben een deel van hun samenleving een eenvoudig onafhankelijkheidsprogramma aangepraat.
“Als er geen enkele Jood, Pool, Hongaar, Roemeen, moslim of andere vreemdeling op de Oekraïense bodem zou zijn (…), maar vooral geen één Pool, zal ook Roosevelt Oekraïne als onafhankelijk land erkennen“.
Daarom riepen ze het volk op om “te doden, doden en nogmaals te doden wanneer het juiste moment aanbreekt”.

 

Acties tegen Polen waren georganiseerd, gepland en wijdverspreid.

 

In Wolyn hebben ze 60.000 slachtoffers gekost. Van 1150 dorp nederzettingen en 31.000 boerderijen heeft de UPA 91% vernietigd.
In Oost-Galicie waren het 70.000 slachtoffers.

 

De door hen aangevallen bevolking was niet eerder opgeroepen om het gebied te verlaten, nog werd hen een andere vesting aangeboden. Ze werden zelfs aangemoedigd om te blijven en ze kregen ‘veiligheidsgaranties’.

 

De medeplichtige aan de slachting van de Poolse bevolking, behalve de UPA strijders, was ook de Oekrainse bevolking, ook vrouwen en kinderen.

 

Oekraïense boeren namen deel aan de moorden op Polen, omdat ze op deze manier hun bezittingen en grond konden overnemen, en dit verlangen bleek in veel gevallen sterker te zijn dan het morele gebod “gij zult niet doden”.

 

De Oekrainse boeren, voorzien van bijlen, zeisen en messen vormden bendes, de zgn. ‘zelfverdedigingseenheden‘, en hielpen de UPA bij de moorden. Vrouwen en kinderen deden mee aan berovingen, brandstichtingen en aan het doden van de gewonden.

 

Dat mensen jarenlang buren van elkaar, goede kennissen of vrienden waren, had daar geen invloed op. Ook geen gemengd huwelijk werd ontzien. Vaak dwong de UPA de Oekrainse mannen (vrouwen) om hun echtgenote(s)n te doden.

 

Meedogenloze dood wachtte alle Oekrainers, die Polen op een of andere manier hielpen, door ze te waarschuwen of ze onderdak te bieden. Ondanks dat waren er veel rechtvaardige Oekrainers.

 

Typerend is dat het geen bezetter was die deze moorden pleegde. Het waren de medeburgers, mensen die geen loyaliteit aan de II Poolse Republiek toonden.

 

Sommigen maakten gebruik van de door hen geroofde documenten en onder de naam van hun slachtoffers verhuisden ze naar Polen of naar het Westen.

 

Na elke moord en beroving verbranden Oekrainers elke boerderij. Ze kapten de bomen, die er rondom stonden en ze ploegden de grond.

 

Ze deden het om geen kans te laten bestaan dat iemand na de oorlog zijn eigendommen zou kunnen herkennen. Ook om geen waterputten met de vermoordde mensen en de massagraven te laten vinden (5).

 

Het was geen Pools-Oekrainse- of burgeroorlog

 

Het is onjuist deze tragedie, die in de jaren 1943-44 plaatsvond een Pools-Oekrainse- of burgeroorlog te noemen. Dit zou betekenen dat beide kanten dezelfde doelen hadden.

 

Polen waren totaal geschokt en ze konden zich niet verdedigen. Wat ze konden doen was een wanhopige verdedig tegen de vernietiging. Bovendien waren het vooral hulpeloze boeren, die de schachtoffers werden. (6)

 

Het commandant van het AK district Wolyn, Kazimierz Babinski, psuedonim “Lubon”, vermeldde op 22 april 1943 over de situatie van de Polen in Wolyn, waarin de Oekraïense bandieten de hele gezinnen afslachten (…),

 

Hij wees erop dat de Duitsers de Oekraïense bevolking in een zelfmoordstrijd tegen hun medeburgers van de Poolse nationaliteit duwen.
Het is voor de Duitsers makkelijker het land te bezetten wanneer de verschillende bevolkingsgroepen met elkaar vechten. Op deze manier kunnen ook de Sovjet-partizanen de Poolse leiding in hun handen krijgen. De enige verliezers in deze situatie, schreef hij zijn de Poolse en Oekraïense bewoners en eigenaren van dit land.

 

Het AK commandant verbood de methoden, die de Oekraïnse bendieten gebruikten. Hij zei, we zullen geen Oekrainse boerderijen ter vergelding verbranden, geen vrouwen en kinderen vermoorden.

 

In de verdedigingsacties verbood hij de samenwerking zowel met de Duitse bezetter als met de Sovjet-partizanen. De commandanten hebben de plicht om er alles aan te doen dat ze de Polen, die samen met de Sovjet-partizanen vechten aan de Poolse kant te krijgen. Hij waarschuwde voor de provocateurs en de communisten. (8)

 

Op 16 januari 1944 schreef het AK commandant aan de leiding: Er is geen genade of een verzachtende omstandigheid voor de moordenaars van vrouwen en kinderen. We hebben dit gevecht niet gewild. Als buren wilden we in vrede met de Oekraïense bevolking van Volhynia leven. Het is anders gegaan en we hebben geen schuld aan dit bloedvergieten. (9)

 

Één keer was er sprake van vergelijkbare strijdkrachten tussen de Polen en de Oekrainers, toen in 1944 de “Pools-Oekrainse frontlinie” ontstond. Als gevolg daarvan stierven in dat hele gebied niet meer dan 2-3 duizend Oekraïners.

 

Moskou en Kiev beschouwden de OUN-UPA officieel als een criminele organisatie. Vooral omdat ze naar de onafhankelijkheid van Oekraïne streefde. Dat was zo wie zo het lot van elk volk dat dit soort aspiraties in de ogen van de Sovjets had. Dat OUN-UPA de Polen vermoordde was niet van belang.
In Oost- en Zuid-Oekraïne is een overtuiging dat de OUN-UPA een fascistische organisatie is.
In West-Oekraïne, die ooit van de Poolse Republiek II was, en onder de Oekraïners in Canada en Zuid-Amerika zijn de tradities van OUN-UPA tot de dag van vandaag levendig.
De OUN-UPA strijders krijgen hun gedenkmonumenten, de straten en scholen worden naar ze vernoemd. De dreigingen richting Polen worden nog steeds uitgesproken. (6)

 

Het gebeurde al eerder

 

In 1918 hebben twee Oekraïnse Volksrepublieken hun onafhankelijkheid verklaard: De Oekrainse Volksrepubliek (URL) met de hoofdstad Kiev en waar de provincie Volyn (Wolyn) toebehoorde en de West-Oekrainse Volksrepubliek (ZURL) in Oost-Galitie (Galicja Wschodnia) met de hoofdstad Lvov.

 

Lvov was beslist Pools en met de Poolse Republiek ruim 500 jaar verbonden.

 

Toen begon Oekraine oorlog met Polen.

 

Het Oekraïens bewind was kort en extreem bloederig. Een voorbeeld is hier Złoczów. Oekraïners hebben daar 150 Polen van verschillende leeftijden en beroepen op beschuldiging van ‘de Oekraïnse intelligentie te willen vermoorden’ aangehouden .

 

Ze hebben die 150 in wezen onschuldige mensen gevangen gehouden en gemarteld. De tijdelijke Oekraïense rechtbank heeft 22 van hen binnen enkele minuten ter dood veroordeeld.
Diegenen die de vonnis velden, waren geen primitieve of ongeschoolde mensen. Integendeel, allemaal beschikten ze over universitaire diploma’s.

 

Toen de Poolse Republiek II de macht in Złoczów overnam, heeft de Poolse regering exhumatie van de slachtoffers in maart 1919 verricht. De afgevaardigden van de geallieerden namen eraan deel.

 

Toen bleek dat de doden zonder doodskisten werden begraven, hun schedels waren verbrijzeld, benen en armen gebroken.
Onder de doden waren o.a. Jan Herzog, een minderjarige leerling, Kazimierz Izykiewicz, 21-jarige spoormedewerker, Ludwig Miller, 26-jarige fotograaf.

 

De moord in Złoczów heeft de positie van Oekraïne in Versailles, waar men over de toekomstige staatsgrenzen besliste, beschadigd .

 

Ook toen ging het om misdaden die wijd verbreid waren. Het waren de Oekraïense machthebbers, het leger en de Oekraïense bevolking die de misdaden pleegde.
(7)
Diegenen die sterke zenuwen hebben, kan ik deze video aanbevelen:

https://www.youtube.com/watch?v=ut3r_j9Uy0o&feature=youtu.be

Volgende blog: drie genocides op de Poolse bevolking in de WOII, deel 3:

Bronnen:

*) Het woord hajdamak komt uit de Turkse taal en betekent jagen, achtervolgen. Het waren losse groepen van de weggelopen boeren, verarmde stedelingen en Kozakken, die in 1730-1770 in Oekraïne opereerden. De adel, geestelijken en Joden waren voor hen een belichaming van het kwaad. http://www.historycy.org/index.php?showtopic=46404
(1)  Joanna Wieliczka-Szarkowa: “Wolyn we Krwi 1943”, pag. 44
(2) Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, 1948, Parijs, 9 december 1948, Nederlandse vertaling, Tractatenblad 1960, 32, gewijzigd bij Tractatenblad 1966, 179:  https://www.coutinho.nl/mrm/1001.htm
(3) Joanna Wieliczka-Szarkowa: “Wolyn we Krwi 1943”, pag. 339-340
(4) idem, pag. 340
(5) idem, pag. 340-342
(6) idem, pag. 343-346
(7) idem, pag. 46-48
(8) idem, pag. 262-265
(9) idem, pag. 292
Polen in de Tweede Wereldoorlog en Jalta 1945

Blog#21: Deling van Polen in de 19-de en 20-te eeuw – deel 2: Jałta 1945

 

1 september 1939 en de gevolgen van 1920
 

 

Volgens de Britse en Franse toezeggingen zou Polen militaire steun van deze landen al in de eerste dagen van de Duitse agressie moeten ontvangen. Dat gebeurde niet (1).

 

De westerse mogendheden waren in feite niet van plan hun verplichtingen na te komen.

 

De tegenzin om aan een nieuwe oorlog te beginnen, rechtvaardigde het feit dat Frankrijk door de Eerste Wereldoorlog uitgeput en failliet was, en Groot-Brittannië zat diep in de schulden bij de Amerikanen.

 

Hier ging het echter ook om iets anders, namelijk de houding van deze landen tegenover Polen en in het algemeen tegenover Centraal- en Oost-Europa (red. IV: vaak Oost-Europa genoemd). Zoals de Britse premier in 1920 Loyd George het verwoordde “landen die ver weg van ons zijn en waar we niks van weten” (2).

 

In hun beleving was Polen zwak en anarchistisch (2)(3). Alsof men een echo van de achttiende-eeuwse propaganda over Polen hoorde, die door Catharina II werd gecreëerd om in Polen haar gang te kunnen gaan.

 

Schijnwerkelijkheid is de kern van elke propaganda, feiten zijn niet belangrijk, maar wat mensen over een ander leren en wat ze zullen denken (12).

 

Op 11 augustus 1920 wilde de Britse premier Loyd George het hele “Oost-Europa” aan de Sovjets geven. Ook eiste hij concessies ten koste van Polen in de vredesverdrag van Versailles (1919/20).

 

Het was een appeasement beleid ten opzichte van Duitsland en Rusland, dat wil zeggen, het tevreden stellen van de ‘keizerlijke eetlust’ ten koste van de zwakkere landen.

 

Polen, had recht om te bestaan indien ze klein was en Rusland als Duitsland niet in de weg stond. Het was een bittere ervaring, die Polen in 1939 vergeten was (2).

 

Van de diplomatieke kant had de Tweede Wereldoorlog al vanaf het begin desastreuze gevolgen voor Polen.

 

De Poolse autoriteiten deden er alles aan om te voorkomen dat de Poolse regering zou geliquideerd worden.
Ze hebben de overgave in september 1939 nooit ondertekend. Ze zijn naar Roemenië vertrokken, waar ze vervolgens onder de Duitse druk werden gearresteerd.

 

De Poolse president, Moscicki, met zijn grondwettelijke bevoegdheden, benoemde een nieuwe regering. Eerst in Frankrijk en later in Groot-Brittannië.

 

Dus formeel bestond de Poolse staat verder. Er was een Pools leger gevormd in het Westen, evenals een ondergronds leger in Polen (Armia Krajowa, AK = Home Army) en de ondergrondse administratie (1).

 

De rol van Polen in de Tweede Wereldoorlog en Jałta 1945

 

In de Tweede Wereldoorlog vochten Polen aan de kant van de geallieerden. Naast de Amerikanen, de Sovjet-Unie en de Britten hadden ze het grootste aantal troepen in de oorlog tegen Hitler.

 

250.000 Polen vochten naast de Britse en Canadese soldaten in Noord-Afrika, Monte Casino, Arnhem, Narvik, Frankrijk (Normandië, de beslissende oorlog om Normandië in Montormel), Berlin, Warschau.

 

1 op de 12 piloten in de strijd om Groot-Brittannië waren Polen. Polen speelden een enorme rol in het verwerven van informatie (43% van de waardevolle informatie kwam uit Polen), het spioneren voor de geallieerden en het breken van de Enigma-code (9).

 

In vergelijking met andere door de Duitsers bezette landen heeft de Poolse ondergrondse de meeste aanvallen op de vijand uitgevoerd. Dit leidde tot verschrikkelijke vergeldingsacties.

 

Er was geen collaborerende regering in Polen. Samenwerking met de bezetter was zeldzaam en door de Poolse ondergrondse met de dood bestraft (10).

 

25% van de rechtvaardigen onder de volkeren die hun leven waagden om Joden tijdens de Holocaust te redden, Yad Vashem (14), zijn Pools (10). Polen was het enige land in de Tweede Wereldoorlog waar Duitsers elke vorm van hulp (al was het een glaasje water geven) aan mensen met de Joodse afkomst direct met de dood straften. De helper en zijn familie werden ter plekke doodgeschoten.

 

In zijn herinneringen schreef Churchill, dat:
“(…) Given the knife-edge on which the outcome depended, it could be argued that the Poles played a key role in turning the tide of victory when the fate not just of Britain, but of the world, hung in the balance” (9). “The Polish contribution to Allied victory in the Second World War was extraordinary, perhaps even decisive, but for many years it was disgracefully played down, obscured by the politics of the Cold War” (11).

 

Daarom kunnen de Jalta bepalingen in 1945 niet anders gezien worden als verraad van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië tegen Polen.

 

Ze hebben de Poolse regering in ballingschap van haar bevoegdheden beroofd, en het Poolse leger dat in het Westen heeft gevochten aan zijn lot over gelaten.

 

Door de acceptatie van de tijdelijke regering in Polen op basis van de PKWN, hebben de geallieerden de Moskou agentuur in Polen goedgekeurd. Op alle afspraken met de Poolse regering hebben ze hun woord niet gehouden en de door hen zelf opgestelde Atlantische Kaart hebben ze geschonden.

 

In Jalta gingen Theodore Roosevelt en Winston Churchill akkoord met een drastische verschuiving van de Poolse grens naar het Westen toe, wat de toestemming betekende voor de nieuwe Poolse deling en het verlies van de soevereiniteit van Polen aan de Sovjet-Unie.

 

Zoals in de achttiende eeuw ook nu werd naar een ‘morele’ rechtvaardiging van de deze handelingen gezocht, dus:

 

  1. ze hebben de voormalige premier van de Poolse regering in Londen Stanisław Mikołajczyk overtuigd om aan de regering in Warschau deel te nemen, alsof er sprake was van een coalitie in die regering
  2. in de vrije en democratische verkiezingen zou een nieuwe Poolse regering worden gecreëerd. Aan deze verkiezingen zouden alle Polen dus ook die in het buitenland, en alle democratische en anti-fascistische groepen moeten deelnemen.

 

Zoals blijkt, de Sovjet-communisten bepaalden zelf welke groepen “anti-fascistisch” waren (1).

 

Net als de bezetter in de oorlog pasten de Sovjet-communisten brutale terreur, bezetting en openbare doodstraffen toe. De lijsten met de doodvonnissen en de uitgevoerde doodstraffen werden tot 1947 in de lokale dagbladen gepubliceerd. Iedereen in Polen wist het. De deling was eenduidig, iedereen die democratisch Polen wilde, werd gedood of vervolgd (…)(13).

 

De geallieerden waren er van bewust, dat Stalin geen van de bepalingen zou respecteren en dat de verkiezingen zouden worden vervalst (1), wat ook werkelijk gebeurde.
Om de aandacht van het Westen van de verkiezingen af te leiden, hebben de Sovjets een provocatie in Kielce (de z.g.n. pogrom van Kielce 1946) georganiseerd om het Poolse katholicisme in het kwaad licht te stellen en Polen van antisemitisme te beschuldigen (10).

 

13 februari 1945 verklaarde de Poolse regering in Londen dat de bepalingen van Jalta betreffende Poolse zaken niet als bindend voor de Poolse natie kunnen worden beschouwd.

 

Om deze reden heeft de Poolse regering in Londen zijn bestaan door de hele communistische periode van Polen gehandhaafd om de westerse wereld aan dit onrecht te blijven herinneren (1).

 

Bronnen:
(1) M. Ryba: “Odklamac wczoraj i dzis”/’Historia faktyczna zamiast propagandy – od rozbiorow do PRL, legalizacja niesprawiedliwosci’, str. 15-65
(2) A. Nowak: “Jak Zachod sprzedal Europe Wschodnia?”: https://www.youtube.com/watch?v=yfQ7rpq_irA&t=3820s
(3) A. Nowak: “Pierwsza zdrada Zachodu”: https://www.youtube.com/watch?v=6bwNvki98No
(10) James R. Thomson, Rice University, Houston, essay “Book Review: Fear – Anti-Semitism in Poland After Auschwitz”. The Chesterton Review (Special Polish Issue), volume XXXIII, Nos. 1&2 Spring/Smmer 2007 – review van het boek van Jan T. Gross, “Fear: Anti-Semitism in Poland After Auschwitz”
(11) Ben Macintyre, Poland’s war contribution was extraordinary, and disgracefully downplayed – The Times, december 10, 2010: http://www.thetimes.co.uk/tto/news/world/europe/article2839471.ece
(13) L. Zebrowski “Mity przeciwko Polsce”, ‘Swieto tragicznie spoznione – 1 marca, dzien “Zolniezy Wykletych”‘, pag. 256
(14)  In 1953 bekrachtigde het Israëlische parlement de Wet Martelaren- en Heldenherdenking (Yad Vashem), die Yad Vashem in Jerusalem de verantwoordelijkheid gaf onderscheidingen te geven en een monument op te richten voor deze rechtvaardigen onder de volkeren die hun leven waagden om Joden te redden:
http://www.yadvashem.org/yv/en/education/languages/dutch/encyclopedia/52.asp

mijnpolen.nl