Mijn naam is Ilona, ik ben geboren en getogen in Polen. Vanaf 1991 woon ik in Nederland.

Hoe zou ik me aan jou, mijn lezer, willen voorstellen? Vroeg ik me al lang af. Ik zou over mijn studies, werk, opleidingen of passies kunnen beginnen. Dit is echter zo vergankelijk.

Misschien ben je meer geïnteresseerd in het waarom ik de waarheid over Polen zo belangrijk vind? Vooral in de wereld waarin de waarheid uit de mode lijkt te raken en mensonvriendelijke ideeën de feiten, de realiteit verdringen.

Je kunt het heden nooit los van het verleden zien.

Daarom stel ik me voor vanuit mijn eigen ervaring.

Het was 1970, stakingen van de arbeiders aan de kust, in Gdansk. Ik was toen nog geen 7 jaar oud. Het was de sluitingstijd van de winkels. Mijn moeder en ik liepen naar buiten…

Eenmaal daar zag ik overal mensen heen en weer rennen, en schuilen. Vreemde rook in de lucht, grote wagens in de straat, de sfeer van angst.

Instinctief schoten we in een donker straatje naast de uitgang. Gedrukt tegen de muur maakten we ons onzichtbaar. Mij moeder hield mijn hand de hele tijd stevig vast. Plotseling zagen we een deur vlak naast ons opengaan. Een verkoopster uit het warenhuis gebaarde iedereen naar binnen.

Ik heb het nooit kunnen vergeten, thuis werd er nooit over gepraat.  

Ik groeide op onder een totalitair regime, waar het gebrek aan vrijheid een gegeven was. Hoe zeer we onze vrijheid misten, kon ik pas beseffen toen ik al een tijd in het vrije Westen leefde. 

De Sovjet-Unie bezette Polen in 1944. Stalin wist dat hij van een Pool geen communist kon maken. Zijn eigen communisten, versterkt door het Sovjetleger en de communistische diensten zouden Polen breken.

Deze vreemdelingen en hun families vormden een ontoegankelijke kaste en ze leefden in weelde. Stalin heeft ze zelfs aangespoord om hun achternamen naar de Pools klinkende namen te veranderen om geen argwaan te wekken. De Poolse bevolking was bedoeld om het leven als slaaf te slijten. 

We leefden onder een totalitair regime, die de meest basale, persoonlijke situaties beïnvloedde….

Het terreursysteem drong diep tot onze onderbewustzijn, verlamde en vernederde ons, deed ons de ketens om.

De druk werd geleidelijk opgevoerd en toch waren we er elke dag van bewust, dat het ons verstikte en we wilden er vanaf. 

Ondanks de onderdrukking probeerden we een normaal leven te leiden.

We hadden ons eigen geluk, dagelijkse vreugdes, we bleven studeren, we koesterden ons geloof, het vertrouwen en de hoop op een ander toekomst. Elke dag een nieuwe poging om door het plafond dat we opgelegd kregen te breken.

In het land ontbrak er aan alles, eten, kleding, toiletspullen, boeken etc. Elke dag draaide om het bemachtigen, regelen en om de rijen.

Je stond in een rij vaak niet wetend waarvoor je daar stond. Je wist wel dat wat er ook kwam, had je het zeker nodig.

Vaak liep ik in de stad en opeens zag ik een rij ontstaan. Iedereen vroeg aan iedereen: “wat komt er?”

Je stond daar, in een driedubbele rij voor 10 rollen grijze toiletpapier. Minimaal vier uur wachten, want men moest eerst alles uitladen en inventariseren. Soms verliet je de rij voor een half uurtje, maar je omkleden kon je beter uit je hoofd laten, want dan herkenden de mensen je niet meer en je kon je plek in de rij vergeten. Elke plek in de rij was kostbaar en men verdedigde hem.

Om een stuk vlees te bemachtigen stond je één nacht in een rij. Alleen een vermoeden dat men de volgende dag vlees ging verkopen, zorgde ervoor dat mensen een rij voor de deur van de slager vormden. Rond 22.00 uur begon het.

Mijn oudste broer en ik stonden regelmatig in zo’n rij.

Als kinderen deden we het, want onze ouders moesten werken, het was ook dichtbij het huis dus veilig. Elkaar afwisselen mocht, dan konden we een beetje slapen. We waren kinderen en zelfs van dit soort situaties maakten we een spelletje.

Om 11.00 uur ‘s ochtends ging de deur van de slager open. Even dringen en een uur later, als je geluk had, kon je met je één kilo vlees naar huis.

Om een meubelstuk te kopen stond men 7-14 dagen in de rij. De keuze was meestal “dit of niks”.

In deze rij stonden alleen de volwassenen, het was altijd ergens in de stad. 

We vergeten het snel, maar tot en met 1989 waren nog vlees en suiker alleen op bon te verkrijgen.

Een bon betekende echter “geen recht“, maar “als je het lukt, mag je het kopen“.

We mochten geen paspoorten of telefoons hebben, zomaar naar buitenland reizen of een mening over het regime uiten. Men vertrouwde eigen familie en misschien nog de buren en daarbuiten vertrouwde men niemand meer.

Een inkomen die men mocht hebben, was één derde van wat je nodig had om als gezin een beetje normaal te kunnen leven. Polen zijn zeer ondernemend en deze eigenschap kwam enorm van pas.

Voor de generatie van mijn ouders en hun ouders was het leven het zwaarst. Om ons te beschermen, praatten ze er nooit over.

Eerst de ontberingen van de Tweede Wereldoorlog, het land totaal vernield, één derde van de bevolking vermoord. Daarna de Sovjetoverheersing, communistische zuiveringen, terreur, nog meer armoe. 

Ze gingen door. Vaak aan hun lot overgelaten, op een zeer jonge leeftijd op zoek naar werk, van hun families gescheiden.

Geen kansen en mogelijkheden om te ontwikkelen zoals zij het misschien hadden gewild want het systeem, en niet het verstandelijk vermogen, de grenzen van je ontplooiing bepaalde. As je geen ouders had, kon het leven zwaar, kil en frustrerend zijn.

De generatie van mijn ouders sterft nu uit, vermoeid door de dagelijkse strijd om te leven en te overleven. Vaak zijn ze ziek en de zorg is voor velen niet te betalen.

Elk jaar als ik Polen bezoek, zie ik ze te oud voor hun werkelijke leeftijd. Ze zijn moe, keer op keer misleid en neergeslagen door het systeem.

Elk totalitair systeem gaat gepaard met een sociale engineering. Om de mate van manipulatie te herkennen en er effectief tegen te vechten is geen eenvoudige weg. Met dank mag ik zeggen dat het mij is gelukt.

Dit bewustzijn verplicht mij om het ware verhaal van Polen te ontdekken en door te vertellen. Vooral in de tijd waarin de ideologische en politieke aanvallen op Polen aan de orde van de dag zijn.

Het is een verplichting, aan mijn ouders die zo hun best voor mij en mijn broers hebben gedaan. Aan alle generaties van Polen, die de vrijheid en hun land nooit hebben opgeheven en die daarvoor de hoogste prijs moesten betalen. Toen de Tweede Wereldoorlog in Europa afgelopen was, ging de strijd voor vrijheid in Polen door, tot zeker begin jaren 60. 

Polen is een mooi land, met een geschiedenis om er trots op te zijn.

Prof. Feliks Koneczny, Poolse historicus, filosoof en kenner van de beschavingen zei: “in de Poolse geschiedenis waren fouten, maar er was geen kwaad”.

Door de ware geschiedenis van Polen beter te leren kennen, ontdek ik ook mijzelf. Met trots wil ik deze kennis met iedereen delen.

Naar blog#1