Categorie: achttiende eeuw tot 1918

Blog#54: Amerikaanse wet “Act S-447” vs de poging tot afpersing van Polen. De mythische rijkdommen van de Poolse Joden voor de WOII. Terugblik in de 123 jaar bezetting van Polen.

(…) Wee degenen die onrechtvaardige wetten uitvaardigen, die de onderdrukking wettelijk bekrachtigen. Zij verdraaien het recht van de zwakken (…)” – Jesaja 10:1-2

De onderwerpen die in de blogs 51 t/m 58 aan bod komen:

  1. “S-447 JUST” – De inleiding:  historische feiten lijden, voor wie de schadeloosstelling en teruggave van bezittingen, “Magdalenka/Rondetafel afspraken van 1989” en de communistische invloed anno 2019
  2. S-447 JUST” is onverenigbaar met de Amerikaanse constitutie
  3. Verdrag van Luxemburg d.d. 10 september 1950 tussen de Duitse Federale Republiek en Israël
  4. Verdrag d.d. 16 juli 1960 tussen Polen de VS en andere Europese landen  
  5. Mythische rijkdommen van de Poolse Joden voor de Tweede Wereldoorlog – wie is wie iets schuldig? Deel 1, Deel 2
  6. “S-447 JUST” – uitkomst van een goed georganiseerd en vooruitgedacht plan van de Joodse organisaties. Deel 1, Deel 2
  7. “Holocaust restitutie – dubieuze en frauduleuze onderneming van de Joodse organisaties”, helaas is dit artikel van de fenixx.org van internet verdwenen.

Tegenover de dreiging van Pruisen en Rusland medio achttiende eeuw

rozbiory Polski. Bron: rozbria.pl

In Polen bestond een traditie om Joden hun zaken zelf te laten regelen. Het begon met de privileges die Poolse koning, Kazemier de Grote, Joden in de 14de eeuw gaf.

400 jaar gaat het goed in de Pools-Joodse relatie. De 15de eeuw is bekend van een goede conjunctuur en in de 16de eeuw beleeft Polen de gouden eeuw.

De 17de eeuw noemt Ewa Kurek een ongelukkige tijd voor Polen. Het land wordt van alle kanten aangevallen. Waaronder de Zweedse zondvloed verwoest het land.

In de 18de eeuw blijkt de schatkist leeg te zijn, er zijn veel politieke en economische problemen. (23)

De economische toestand van de Poolse bevolking medio achttiende eeuw was dramatisch, schrijft Feliks Koneczny, filosoof, historicus en kenner van de beschavingen. (1) 

De hervormingen zouden het land herstellen en moderniseren. Een sterk leger zou Polen van Pruisen en vooral van Rusland onafhankelijk maken. Daar was geld voor nodig.  

Joodse schulden aan de schatkist

Het Joodse parlement, het z.g.n. ‘vier landen parlement’ was geroepen om de belastingen onder de Joden te laten innen en aan de schatkist te betalen.

In 1764, het kroningsjaar, komen de Joodse zaken voor het eerst onder de aandacht. Na 400 jaar blijkt dat de schatkist leeg is, de Joodse belastingen komen niet meer binnen, de Joodse elite rijker dan de koning wordt en de Joodse massa’a steeds armer worden. (23)

Joodse bankiers in opdracht van de Pruisische koning verpestten opzettelijk de waarde van de Poolse munt en fraudeerden wijdverbreid met de belastingen, die ze aan de Staatskas verschuldigd waren, voor gigantische bedragen. (7)

Om daar korte metten mee te maken, schaafde Poolse koning de hogere Joodse structuren af. Het Poolse parlement nam de belastinginning van de Joden over en heeft een verzoek tot terugbetaling van de schulden bij de Kahals ingediend. (5) 

“Staat binnen een staat”

Tijdens de administratieve hervorming is gebleken dat de Joodse gemeenschap in Polen een soort ‘staat binnen een staat‘, ‘natie binnen een natie‘ was. 

De enige verbinding tussen de juridisch-administratieve structuren van de Poolse staat en de religieuze structuren van de Joodse gemeenschap – schrijft historica Ewa Kurek – was de z.g. Judeanus, die aan het koninklijk hof verbleef. (2)   

Macht van de Kahals

De macht van het bestuur binnen de Joodse gemeenschap, de Kahals, en de uitbuiting van de geloofsgenoten blijken buitensporig. 

Medio achttiende eeuw, aan de vooravond van de deling van Polen ontstaat een hevige strijd binnen de Joodse gemeenschappen, tussen de voor- en tegenstanders van de Kahals.

Het is een verzet tegen de macht van de Joodse elite, bestaande uit één paar rijke families die niet alleen de Joodse “massa’s genadeloos exploiteerden, maar bemoeiden zich ook met elk aspect van hun leven“. (3)

De armoe en overbevolking van de Joodse massa’a beginnen medio achttiende eeuw nadrukkelijk zichtbaar en problematisch te worden. (4)

Joodse schulden aan de magnaten

De economische eisen van de Poolse magnaten vormden een andere reden voor de hervormingen. De Joodse gemeenschappen, Kahals hadden ook enorme schulden bij de adel, magnaten en de geestelijken.  

De Kahal’s maakten schulden bij de rijkere Polen en door kredietmisbruik dreigden failliet te gaan. Deze situatie had vanzelfsprekend fatale gevolgen voor de vooraanstaande families in Polen en kon ze ten val brengen.

Deze kredieten hadden speculatief karakter en waren een langere tijd aan de gang. 

De Poolse magnaten leenden de Kahals geld met 6% rente. Tegelijkertijd bedroeg de handelscommissie tussen de Joden onderling 35%. Het was voor hen een zeer lucratieve business, een soort geldpiramide, en ze leenden zo veel mogelijk. (6) Het had te maken met de door de Kahals bedachte exploitatierechten, de z.g.n. “chazaka” en “meropia”. **)

Schulden volgens het onderzoek uit 1764

Volgens het onderzoek van de parlementaire commissie uit 1764  ging het om kosmische voor die tijd bedragen: 2,5 miljoen PLZ. 1,5 miljoen daarvan waren schulden bij de geestelijken. 

De deling van Polen die kort daarna plaatsvond, maakte het onmogelijk om alle schulden in kaart te brengen, zoals de kleinere claims van de rijkere plattelandsheren. 

Geen één schuld is ooit terug betaald.  

Bij de huidige bankpraktijken en de toepassing van strafrentes over het gehele periode, tot nu toe komen de deskundigen op een schuld van 25 biljoen USD uit. 

Men vergeet vaak, schrijft Ireneusz T. Lisiak, dat de in Polen financieel actieve Joden leningen van de banken ook vóór de [Tweede Wereld]oorlog namen. Als onderpand voor de leningen gebruikten ze hun onroerend goed, waarop al hypotheken waren afgesloten. Deze hypotheken zijn ook nooit afbetaald. (24)

Vergeefse pogingen om Joden in Polen te laten emanciperen en ze voor de Poolse zaak te winnen

De hervormingen voorzagen voor de Joden gelijke rechten met de christenen, verplichte scholing in een Poolse openbare school en opschorting van drankvergunningen voor een periode van 50 jaar. 

De meerderheid van de Poolse Joden was daar tegen en bleef liever in de afzondering. Elke verandering zagen ze als een aanval op hun materiële en morele belangen. 

‘De herbergiers, overijverig opgeleid in de Talmoed konden geen pioniers van de hervormingen zijn. De ouderlingen, die ten koste van de gemeente leefden, wilden geen veranderingen, omdat ze geen macht en winst wilden verliezen’.

Joden noemden Polen ‘hun paradijs en een beloofde land, want ze hadden er alles wat nodig was om hun spirituele onderscheid te behouden. En met het geld dat ze de dorpelingen listig afpakten, betaalden ze de rijken voor de vrijheden en vrijstellingen die de wet ze niet wilde geven.’ (8)

Houding tegenover de staat 

Wat Polen en Joden van elkaar scheidde, waren niet alleen de religie, cultuur en de economische rivaliteit, maar ook de houding tegenover de staat. De bezetters maakten daar gebruik van. (9) 

Mikolaj Repnin zei over de Kosciuszko Opstand [red. 1794] dat “alle joden (…) in hun ijver ons begunstigden”. “In de oorlog 1812-13, toen de Polen met hulp van Napoleon hun vrijheid hoopten te winnen, hebben joden de kant van de Russen gekozen (…). Alle joden waren ons [Russen] zo toegewijd (…) en heel vaak gaven ze aan ons de belangrijkste informatie door”. “(…) Ook in de november opstand [1830] dienden ze meer het bezettende Russische leger dan het Poolse (…)”. (9)

In 123 jaar van de bezetting van Polen, gebruikten de bezetters ook andere nationale minderheden zoals Oekraïners, Wit-Russen of Litouwers in hun anti-Poolse plannen. Dat gebeurde na 1918 en in 1939-45. 

Zowel in de Poolse geschiedschrijving als de Poolse traditie heeft men elke samenwerking met de bezetter als verraad gezien, ongeacht of het een Duitse, Sovjets, Zweeds, Russische of Oostenrijkse bezetter was. (10)

Magnaten trekken hun steun terug

Tijdens de 123 jaar durende bezetting van Polen, zochten Polen de gewone menselijke solidariteit. Ze zochten het overal in de wereld, maar vooral onder diegenen die het land sinds de eeuwen bewoonden. 

De adel en de magnaten waren als stand verplicht het land te verdedigen. *)

De houding, die de Joden tegenover de strijd voor de onafhankelijkheid van Polen hadden aangenomen, zag men als onverschilligheid en verraad. Daarom begonnen magnaten hun steun voor de Joden terug te trekken.

Desondanks verloren Polen in de negentiende eeuw het vertrouwen niet in het wakker maken van de massa’s Poolse Joden om samen te vechten.

Met elke opstand uit 1794, 1812, 1830, 1846, 1863, elk gevangenschap en verbanning naar Siberië, en weer op nieuw een verzet, riepen ze hen op om samen te vechten. (11)

De jaren vlogen voorbij en slechts een paar Poolse Joden begreep het idee van de Pools-Joodse broederschap van bloed. (12)

Één van hen was kolonel Berek Joselewicz. “De eerste die wilde en kon met de tirannie van de kahal’s en de almacht van tsadicks breken (…)“. (13) 

Joden, zoals de Joodse historicus, Majer Balaban het zei, “waren zich niet bewust van de plotselinge verandering, ze begrepen de bezetting niet, het interesseerde hen niet dat drie mogendheden de deling van Polen hadden ondertekend (…)“. Ze aanbaden de indringers en zwoeren hen de loyaliteit. (14)

Een vreemd land?

Ondanks het feit dat Poolse Joden bijna duizend jaar het Pools grondgebied bewoonden, bleef Polen voor de meerderheid van hen een vreemd land. Polen dienen betekende een vreemde zaak dienen. (…) Poolse Joden leefden in de historische traditie van eigen volk, eigen mysticisme, religie en legendes“. (15)

De bezettende machten waren voor hen even legitiem als de macht van de Poolse koningen. Ze begroetten de bezetters met hen toebehorende eer, ze baden voor ze en ze onderwierpen zich daaraan zonder te veel weerstand.

Het blijkt dat de Joodse geschiedenis, tradities, liturgie en de religieuze principe die Joden hebben, het voor hen onmogelijk maakte om de historische en religieuze last van hun eigen natie met de last van de Poolse geschiedenis en het Poolse concept van patriottisme en vrijheid te kunnen verzoenen“, schrijft historica Ewa Kurek. (16)

In alle door Pruisen, Rusland en Oostenrijk bezette delen van Polen begon het proces van assimilatie van de Poolse Joden in de culturen en samenlevingen van Rusland, Pruisen en Oostenrijk. Het was een gevaarlijke voor de Poolse zaak ontwikkeling en de hoofdmotor voor de vijandigheid tegen de Joden. (17)

Eigen belang en geen solidariteit

Nu weten we, zegt historica Ewa Kurek, dat de houding van de Joden vooral werd bepaald door de bezorgdheid om te overleven en de vorm van het Joods leven, die ze door de eeuwen heen op het Pools gebied hadden opgebouwd, in de onveranderde vorm te behouden”.

Polen gaven hun beste zonen en dochters om voor de vrijheid van Polen te vechten. Ze verwachtten van Joden geen afstand van hun eigen religie maar solidariteit. 

De houding van de Joden tegenover de bezetters en gebrek aan solidariteit tegenover Polen noemde men bij de naam: een enorme ondankbaarheid en duidelijk verraad van de buitenlanders.

Poolse oorlog tegen de Bolsjewieken. Bron: Polish club

Polen hadden het volste recht om solidariteit van de Joden te verwachten, zowel in de strijd als de opbouw van de Poolse staat, die de Joden en hun belangen door de eeuwen heen beschermde. 

Dus op het moment toen de Polen hun onafhankelijkheid in 1918 hadden herwonnen, één ding werd duidelijk dat “de Joodse ‘natie’ geen vertrouwen, respect en solidariteit van de opgebouwde Poolse staat verdiende“. 

Deze overtuiging werd des te meer versterkt door de Joodse claims op het Poolse grondgebied.

Het gebeurde voordat nog de laatste strijd voor de onafhankelijkheid moest worden gewonnen. (18) 

Op 21-22 oktober 1918 vond de zionistische conferentie in Warschau plaats. Izaak Grünbaum eiste van de Poolse staat een constitutionele garantie voor de nationale autonomie voor de Joden in Polen. (19) 

Door dit soort eisen te accepteren, “zou Polen geen product meer van het nationale leven zijn – zei Poolse politicus Joachim Lelewel – maar een naamloze vennootschap waarin de verschillende naties een staat vormden om hun materiële belangen te bevredigen”
In Polen, vanaf het moment van het herwinnen van de onafhankelijkheid in 1918 hadden de Joodse, Ruthenische [Russische] en Duitse minderheden gelijke rechten met de Poolse bevolking. Ze waren op gelijke wijze in alle gezamenlijke organen vertegenwoordigd.

Als ze daarnaast nog afzonderlijke lichamen kregen, zouden Polen er als de enige natie tot de rol van een paria in hun eigen land gereduceerd worden. (20)

Dat kon niemand accepteren. 

Het is ook het moment waarop de vijandige propaganda tegen Polen begon.

Bron: historiek.net

Het ging zelfs zo ver dat Polen in het verdrag van Versailles in 1919 slechter werd behandeld dan de Duitsers, de aanstichters en verliezers van de Grote Oorlog.

Met een uitzondering van 1-2% hebben Joden tijdens de 123 jaar gevangenschap van Polen geen solidariteit getoond. Ze hebben geen deel aan de strijd en de opbouw van de nieuwe Poolse staat genomen. Ze waren echter de eersten, die van de nieuw gewonnen onafhankelijkheid wilden profiteren door mede eigenschap van Polen te eisen. (21)

wordt vervolgd

Vorige blog: Wie waren de Poolse Joden?

Volgende blog: Welke groep Poolse Joden heeft de oorlog overleefd

Terug naar het begin: blog#1

*) Elke stand had in de Eerste Republiek Polen duidelijke rechten en verplichtingen – de adel: politiek en de verdediging van het land, boeren akkers bewerken, priesters bidden, stedelingen ambacht en verzorging van de stad. Hoewel Joden formeel geen stand waren, behandelde ze men wel als zodanig. Hun taak was handel en het verstrekken van leningen. 

**) Volgens de Joodse wet (Talmoed) is alles wat niet-Joden hebben, een ‘woestijn’ of een ‘vrij meer’, waar Joden zich op hun eigen manier mogen vestigen, zoals hun eigen welzijn het vereist. Men had dus bedacht dat alles wat niet-Jood heeft, is eigendom van de Kahal.

De Kahal kon een niet-Jood zijn eigendom niet zomaar afpakken, daarom heeft hij voor zijn eigen gebruik de ‘exploitatierechten’ van niet-Joden bedacht. Deze rechten mocht een Jood van de Kahal door middel van veiling ‘kopen’. Deze ‘rechten’ waren beschermd en erfelijk. Als de ‘exploitatierecht’ over een grond ging, noemde men het ‘chazaka’, en over een persoon ‘meropia’. “Wie op deze wijze een goj (niet-Jood) of zijn eigendom ‘verwierf’, mag hij er zijn eigen winsten bedenken, naar willekeur handelen, zich niet beperkt voelen en voor geen concurrentie vrezen“.

Deze praktijk ontstond in Polen eind zestiende eeuw.

“Zo zag de Joodse economie in Polen eruit”, schrijft Feliks Koneczny, “(…) dat medio achttiende eeuw het hele land met chazaka of meropia werd beplakt. Er bleken twee wetten, het Poolse en het Joodse, twee eigendomsrechten en twee rechterlijke machten op het gebied van eigendom te bestaan”. (22)

Bronnen:

(1) Feliks Koneczny, Cywilizacja zydowska, deel III, walka o byt, ekspansja”, pag. 55-56 [De Joodse beschaving, deel 3. De strijd om het bestaan, de uitbreiding]

(2) Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45”, str. 52 [“Voorbij de grens van solidariteit”. Pools-Joodse relaties 1939-45″]

(3) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag.92 – na: S. Hirschhom “Historia Zydow w Polsce od Sejmu Czteroletniego do wojny europejskiej (1788-1940)”, pag.18; Warszawa 1921- [De Joodse beschaving, deel 3. De strijd om het bestaan, de uitbreiding; S. Hirschhom “Joodse geschiedenis in Polen v.a. de Vierjarig Palrement tot de WOII (1788-1940)”]

(4) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag. 56 – na Zalkind Hurwicz “Usprawiedliwienie czyli Apologia Zydow, I,2; Warszawa 1786 – [De Joodse beschaving, deel 3. De strijd om het bestaan, de uitbreiding; Zalkind Hurwicz “Rechtvaardiging of verontschuldiging van Joden”, I 2, Warszawa 1786]

(5)  Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45” str. 52 na: A. Eisenbach “Emancypacja zydowska na ziemiach polskich 1785-1870”, Warszawa 1988, s. 42 [Voorbij de grens van solidariteit. Pools-Joodse relaties 1939-1945 – na: A. Eisenbacht “Joodse emancipatie op het Pools grondgebied 1785-1870]

(6) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag. 102-103 [Joodse beschaving]

(7) https://justice4poland.com/2019/02/26/dlugi-zydow-wobec-polski/comment-page-1/ [Justice4Poland_Joodse schulden aan Polen]

(8) B. Stanislawczyk “Kto sie boi prawdy? Walka z cywilizacja chrzescijanska w Polsce”, pag. 112-114 [ “Wie is bang voor de waarheid? Het gevecht tegen de christelijke beschaving in Polen”]

(9)  B. Stanislawczyk “Kto sie boi prawdy? Walka z cywilizacja chrzescijanska w Polsce”, pag. 114-115

(10) Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45”, pag. 13

(11) idem, pag. 60

(12) idem, pag. 64

(13) idem, pag. 55 na: Z. Hoffman, Berek Joselewicz, in: Kalendarz zydowski 1984-1985, Warszawa 1984, str. 116

(14) idem, pag. 53-54

(15) idem, pag. 64-65

(16) idem, pag. 66

(17) idem, pag. 62

(18) idem, pag. 68-69

(19) idem, pag. 68-69

(20) idem, pag. 71; uit het parlementair verslag, november 1920, l.59

(21) idem, pag. 71

(22) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag. 107-109 – na: Brafmann: ‘Joden en de Kahals’ (vierde uitgave), met uitleg van Teodor Jeske-Choinski; Warszawa, 1914

(23) TV Niezalezny Lublin, gesprek met historica Ewa Kurek over de Joodse schulden de zogenaamde ‘schulden op synagogen’ uit 1764; d.d. 8-11-2019: https://youtu.be/58qUj3kY9VA [TV Onafhankelijk Lublin]

(24) Ireneusz T. Lisiak, “Zaklamany Holokaust”, pag. 51 [De verkeerde voorstelling van de Holocaust]

Blog#31: Pools-Joodse relatie: anti-Poolse stereotypen met Duitsland en Rusland in de achtergrond

Kort overzicht ter inleiding
Het probleem met anti-Poolse stereotypen heeft zijn directe oorsprong na de Tweede Wereldoorlog.
Maar indirect nog in 1939 van de vorige eeuw (Duits-Sovjets agressie tegen Polen), en verder in 1919-20 toen Polen na 123 jaar haar onafhankelijkheid herwon en opnieuw opgroeide, en zelfs in de achttiende eeuw.
In al die periodes was Polen brutaal overheerst of in extreem moeilijke omstandigheden met de wederopbouw bezig.
Het is een patroon dat zich herhaalt, waar Duitsland en Rusland direct of indirect een rol spelen.
Af en toe nemen ze een onlogische ten opzichte van Polen bondgenoten aan, zoals katholiek Oostenrijk in de achttiende eeuw om de eerste deling van Polen te realiseren.
Een katholiek land dat zich samen met het protestantse Pruisen en orthodoxe Rusland tegen het katholieke Polen verklaarde.
Terwijl in Oostenrijk nog steeds levendig was de herinnering aan de overwinning van Wenen, waarin de Poolse koning Jan Sobieski III Wenen en Europa tegen de druk van de islamitische Turken had gered.

Verschuiving van de verantwoordelijkheid

Na de Tweede Wereldoorlog, in 1948 ontstond de staat Israël.
Als vertegenwoordiger van de Joden voerde Israël moeilijke gesprekken met Duitsland over de schadevergoeding.
Ze hebben een overeenkomst in de jaren 50-tig bereikt.
Vanaf dat moment begon ook een proces van verschuiving van de verantwoordelijkheid voor de Holocaust, en voor elke schade tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlog, van de werkelijke dader, de Duitse natie op de z.g.n. ‘nazi-ideologie’.
In dit proces begon ook een ‘nazi’ als containerbegrip te functioneren, iedereen kan het zijn of worden.
Sinds 1945 bestaat in Duitsland een consensus dat nazi’s altijd de anderen waren, en dat de oorlogsmisdadigers alleen een klein groepje rond Hitler vormden.
Christina Ullrich toont in haar boek (2) aan dat de rechtvaardigingen van de daders in Duitsland na de Tweede Wereldoorlog met de toen in de Duitse samenleving heersende opvattingen als geheel samenvielen.  “(…) We waren tenslotte allen in verzet en (groot)opa was geen crimineel”(3).
Paradoxaal genoeg beschouwt Duitsland zichzelf als expert van Polen, en in het algemeen van Midden- en Oost-Europa.
Duitsland wil bepalen wat West-Europa en Amerika over ons moeten denken, wat de actualiteiten zijn of wat in de Tweede Wereldoorlog heeft plaats gevonden.
Het is blijkbaar tot voor kort mogelijk geweest omdat de geschiedenis van dit gedeelte van de wereld in het Westen onbekend blijft.
Polen waren verbouwereerd toen ze na 1989 ontdekten dat de leugens niet alleen uit Moskou maar ook uit het Westen komen, alleen dan van een andere aard. Daar waren Polen niet op voorbereid.

Logisch gearrangeerde leugens

Vanaf de jaren 50 en 60-tig vorige eeuw worden de anti-Poolse leugens in een ‘logische volgorde gearrangeerd’, zegt professor Jan Zaryn (4).
In Amerika bestaat een algemene opinie dat Polen bandieten en antisemieten zijn: Polen waren antisemieten in maart 1968, omdat ze het in de Tweede Wereldoorlog waren, en na de oorlog (Kielce, 1947) moest het ook het geval zijn.
Niemand echter vertelt dat maart 1968 een strijd tussen twee kampen binnen één communistische partij was en het had niks met de Poolse bevolking te maken.
De door de communisten gearrangeerde onrusten dienden o.a. als ‘cover’ voor de communistische misdadigers om Polen als de z.g.n. dissidenten te verlaten.
Niemand vertelt dat Kielce 1947 een communistische provocatie was om de aandacht van het Westen van de vervalste verkiezingen in Polen af te leiden en de katholieke Kerk in Polen in diskrediet te brengen.
De eerste slachtoffers in deze provocatie waren trouwens Poolse burgers.
Niemand vertelt over de werkelijke situatie van Polen in de eerste drie jaar van de Tweede Wereldoorlog.
“(…) In het door de Duitsers bezette Polen in de jaren 1939-1942, degenen wiens levens het meest bedreigd waren, waren Polen.
Volgens de Joodse historicus Szymon Datner, de verhouding van de door Duitsers vermoorde Polen en Joden in die periode was 10: 1.
Dat wil zeggen dat op 10 door de Duitsers in die drie jaar vermoorde Poolse burgers, negen waren Pools en één was Joods (red.: en vaak was het iemand uit de Poolse intelligentsia)(…)”(5) .
“(..) Zoals de Joodse bronnen het vermelden (…) wat slimmere Polen deden in gevaarlijke situaties een bandje met de Davidster om. De Joodse spraak kon je voor de razzia’s behoeden (…)” (5).

De KGB in het spel

In 1958 kwam een voorstelling van Rolf Hochhuth “Der Stellvertreter”, waarin de paus Pius XII als bondgenoot van Hitler wordt afgeschilderd.
De conclusie moest zijn, dat het katholicisme tot de Holocaust heeft geleid. Het zou wraak op Joden zijn geweest voor het doden van Jezus Christus.
Met deze interpretatie van de geschiedenis, zegt prof. Zaryn, ‘spreekt het voor zich’ dat Polen als katholieken Joden hebben vermoord. Misschien kregen ze enige steun van de nazi’s, maar wie die nazi’s waren, weet verder niemand.
Toen was het nog onbekend dat “Der Stellvertreter” het werk van de KGB agenten was. Het was een onderdeel van de ideologische strijd van communisten tegen de katholieke Kerk (4).

Slachtoffers moeten daders worden

Duitsers hebben de formulering ‘Poolse concentratiekampen’ op grote schaal v.a. de jaren 50-tig vorige eeuw gepropageerd.
In feite veranderde de formulering ‘Poolse concentratiekampen’ op subtiele wijze de slachtoffers, in dit geval Polen, in daders.
Op dit idee kwam de Groep Gehlen (Agentuur 114) van de West-Duitse geheime dienst.
Het doel was om de terughoudendheid tegenover de Duitsers voor de oorlog en de Holocaust van Joden te verminderen.
Op het spel stond niet alleen het imago van Duitsland, maar ook geld, want niemand wilde Duitse producten kopen.
Aanvankelijk waren het de opiniesmakende media in Duitsland, vooral kranten en televisiestations, die deze formulering gebruikten.
De manipulatie werd op grote schaal ingezet en heel snel praatte men ook in de VS over de ‘Poolse concentratiekampen’ (6).

Haat campagne tegen Polen in september 1939

De formulering ‘Poolse concentratiekampen’ komt ook voor in de Sovjet haat-campagne tegen Polen in de WOII.
Het begon op 19 september 1939, twee dagen na de aanval van Sovjet Rusland op Polen.
Het was een beleid dat direct uit de Hitler-Stalin pact, de z.g.n. Ribbentrop-Molotov voortvloeidde (7), nl de agressie tegen Polen te rechtvaardigen.
Polen moest zodanig zwart gemaakt worden, dat niemand er medelijden mee zou hebben dat ze werd aangevallen.
De pers was een middel bij uitstek om de propaganda effectief te verspreiden. Daarvoor benutte men gefabriceerde artikels, poëzie, rapporten, getuigschriften en slogans.
Russen van anders vlekkeloze reputaties gebruikten grof taalgebruik om de aangewezen Poolse doelen te raken (8). Op deze wijze zette men doelbewust de etnische groepen tegen elkaar aan.
De Sovjet’s propaganda schilderde Polen af als een dwaas land, waar brutaal en onbeschaafd volk woonde. De Poolse adel zou miljoenen Wit-Russen, Oekraïners en Joden vervolgen.
Terwijl nog tussen januari 1937 en september 1939, bekeken de Sovjet’s periodieken de Poolse cultuur als westerse cultuur, en waardeerden hem als één van de belangrijkste vertalers van de Russische literatuur.
Elk door de Sovjets aangevallen land kreeg met dit soort agressieve propaganda te maken, zoals Finland en Roemenië (9).

Bezitterig Germanisme en hebzuchtige Rusland

De Russische keizerin Katarina II, een tiran met twee gezichten en een meesteres in propaganda (10) gebruikte dezelfde praktijken tegen Polen in de achttiende eeuw.
In Rusland (…) werden religieuze dissidenten met alle meedogenloosheid gedwongen om zich tot de orthodoxe kerk te bekeren. Dit belette de tsarina echter niet om ‘de verdediger van de achtergestelde minderheden’ in Polen te spelen.
In de achttiende eeuw was er geen land in de wereld waar een religieuze minderheid de rechten kreeg die de religieuze meerderheid genoot. Polen was op dit punt het meest tolerant.
(…) De hele actie ten bate van de dissidenten was ondergeschikt aan de politieke doelen (…) en gericht op het onderdrukken van Polen.
Een geest van bezitterig Germanisme, verbonden met de geest van hebzuchtige Moskou, drong binnen de katholieke Republiek Polen, om die intern te verstoren, in de wereld een gevoel van afkeer voor Polen te wekken en hiermee Polen te isoleren. (…) (11).
Bronnen:
(1)  M. Ryba, “Odklamac wczoraj i dzis”, wybor tekstow historycznych, pag. 33-36
(2) C. Ullrich, “Ich fuhl’ mich nicht als Morder”: https://www.hsozkult.de/publicationreview/id/rezbuecher-16623?language=en
(5) Ewa Kurek: “Polacy i Zydzi: problemy z historia” (pag. 148)/Sz.Datner: “Las Sprawiedliwych – karta z dziejow ratownictwa Zydow w okupowanje Polsce, Warszawa 1968, s.8)
(6) L. Pietrzak: Zakazana historia, “Jak Niemcy wrabiali Polakow w mordowanie Zydow”, pag 17-18
(7) Ewa M. Thompson: “Imperial Knowledge, Russian Literature and Colonialism”, pag. 175
(8) idem, pag. 166
(9) idem, pag. 166-167
(10)  B.Stanislawczyk: “Kto sie boi prawdy. Walka z cywilizacja chrzescijanska w Polsce”, pag. 67
(11) idem, pag. 81
Poolse elites en hun lot

Blog#23: Vernietiging van Poolse elites. Deel 1.: methodes in de negentiende eeuw

 

Het woord elite komt uit het Latijns eligere en betekent ‘uitkiezen’. Het is een groep mensen die op basis van haar capaciteiten, kennis en bevoegdheden gekozen wordt om het land te leiden (2). Het zijn de machtigste, rijkste en best opgeleide mensen van de bevolking (1). Geen maatschappij kan zonder elite bestaan, een sterk en soevereine staat heeft zijn elite nodig.

 

Nederland heeft haar koninklijke familie en de leiders van het land. Het is ook ondenkbaar dat iemand deze vooraanstaande mensen zou kunnen bedreigen. Ooit heeft iemand uit protest een waxinelichtje tegen de koninklijke koets aan gegooid en volgens de Nederlandse wet was het een ernstig vergrijp. De dader kreeg ook een straf.

 

Polen bestaat sinds 1000 jaar. De Poolse Republiek (res publika = republiek, wat gemeenschappelijk is) als vrije staat, was altijd een land van voorspoed, tolerantie en mogelijkheden. Polen beschikte over de beste universiteiten en gaf leiding aan het Intermarum (landen tussen de Baltische en Zwarte zee).

 

200 jaar geleden heeft Polen zijn onafhankelijkheid verloren (delingen van Polen) en sindsdien hebben de vijanden van Polen alles in werking gesteld om Polen zijn elite te ontnemen. Tijdens de oorlogen werd de bestaande elite vernietigd en in de tijden zonder oorlogen lieten de bezetters niet toe dat de nieuwe elite kon ontstaan (2).

 

Tijdens de bezetting van Polen in de 19-de eeuw

 

Toen Polen zijn onafhankelijkheid in de achttiende eeuw verloor, wisten vooral Rusland en Pruisen dat de Poolse staat zonder elite zwak zou zijn (2). In Polen behoorde 12% van de bevolking tot adel. Voor de vergelijking in Engeland waren dat 3% en in Frankrijk 2% (3).

 

Vooral Rusland was buitengewoon meedogenloos. De Poolse adel werd gevangen genomen, vervolgd, en naar Siberië gedeporteerd. Het bezit van de rijkere adel werd geconfisqueerd (2).

 

De bezettende machten hebben toen de hele adel in staat van beschuldiging gesteld en ze gedwongen hun adellijke herkomst te bewijzen. De kansen waren al bij voorbaat ongelijk (4).

 

Deze operatie (red. I.V.: uit het Pools deklasacja) was vooral tegen de lagere Poolse adel gericht, die vaak naast de hogere adel woonde, eigen boerderijen had en kleine dorpjes vormde (2).

 

Een tientallen jaren durende strijd met de Russische autoriteiten om erkenning van hun rechten en privileges was in wezen de strijd om overleving en behoud van eigen identiteit. Vooral in een systeem zoals in Rusland waarin adel een duidelijke voorkeur van de tsaar in alle gebieden van het leven genoot.

 

Peter de Grote heeft in Rusland een overheidsdienst met klassen/rangen (14 bij elkaar) ingevoerd en ze op een militaire wijze, naar Mongools model, georganiseerd (6). Een mens zonder range had in Rusland geen sociale waarde en droeg een naam “overtallig” (5).

 

De Russen noemden deze operatie een modernisering van de structuur van de adel. In feite wilden ze hiermee hun eigen positie in de Poolse provincies versterken. In de lagere adel zagen ze, vooral sinds de novemberopstand (powstanie listopadowe 1831) de gevaarlijke vijand van Rusland. (…)

 

De uitsluiting van de adellijke stand en daarna een onvermijdelijke vermenging met de massa en de niet-Poolse bevolking zou ze onschadelijk moeten maken en hun invloeden verzwakken (4).

 

Na 1831 hebben 340.000 Polen hun rechten en privileges als gevolg van deze operatie verloren. Deze mensen hadden geen rechten meer, ze waren slaaf in Rusland. Dit brak de banden tussen de rijkere en de armere groepen van de Poolse bevolking en vernietigde hun cultuur en identiteit.

 

In de nieuwe situatie moesten ze ook voor 25 jaar het Russische leger in. Na zoveel jaren, ver van huis keerden ze terug als gebroken mensen.

 

De Russische autoriteiten creëerden bovendien omstandigheden waarin mensen elkaar konden verraden om hiermee de bescherming van de tsaar te winnen.

 

Tijdens de bezetting van Polen in de negentiende eeuw had de Poolse bevolking geen toegang tot cultuur, onderwijs en banen in de administratie. Alleen degenen die kennis van de Russische literatuur hadden, mochten tot de laagste, 14 klasse/range behoren.

 

Ondanks deze verschrikkelijke vervolgingen lukte het de Poolse gemeenschap te overleven, de nieuwe elite en de staat te vormen (red. IV: Poolse Republiek II, 1920-1939). De Tweede Wereldoorlog heeft dit proces onderbroken (2).

 

In zijn boek over Polen schrijft James A. Mitchener, “dat Polen zoveel drastische omwentelingen kon overleven, is een bewijs van zijn onbedwingbare vrijheidszin” (3).

Volgende blog: Poolse Onafhankelijkheidsdag, 11 november

Vorige blog: EU en haar vrijheidvijandige experimenten

 

Bronnen:
Omslagfoto bij de blog op basis van:
  1. Intelligenzakzion – Prusy Zachodnie: wikipedia.png
  2. thenowypolskishow.co.uk_ignacy-jan-paderewski.jpg
  3. zaproszenie Katyn-rewers-muzeum-historii i militariow-jelenia gora.jpg
  4. 1-32795_m_instytut pamieci narodowej.jpg
  5. zaglada polskich elit – Akcja AB Katyn_ipn.gov.pl
(2) “Metody niszczenia elit polskich”, lezing van prof. P. Jaroszynski in Chicago: https://youtu.be/Zh0qLdPWYfE
(3) James A. Mitchener “Polen”
(4) Jolanta Sikorska-Kulesza, “Deklasacja drobnej szlachty na Litwie i Bialorusi w XIX wieku”
(5) Adam Mickiewicz, “Dziady”, Objasnienia poety: http://literat.ug.edu.pl/dziadypo/0018.htm
(6) WikiBooks, Materialy do nauk administracyjnych/Rosja w XVIII wieku:

mijnpolen.nl