Maand: november 2019

Blog#55: Amerikaanse wet “Act S-447” vs de poging tot afpersing van Polen. Welke groep Poolse Joden heeft de oorlog overleefd?

(…) Wee degenen die onrechtvaardige wetten uitvaardigen, die de onderdrukking wettelijk bekrachtigen. Zij verdraaien het recht van de zwakken (…)” – Jesaja 10:1-2

De onderwerpen die in de blogs 51 t/m 58 aan bod komen:

  1. “S-447 JUST”/De inleiding:  historische feiten, voor wie de schadeloosstelling en teruggave van bezittingen, “Magdalenka/Rondetafel afspraken van 1989” en de communistische invloed anno 2019
  2. “S-447 JUST” is ongrondwettig en onverenigbaar met het parlementaire recht in de Amerikaanse wetgeving
  3. Verdrag van Luxemburg d.d. 10 september 1950 tussen de Duitse Federale Republiek en Israël
  4. De vrijwaringsverdrag d.d. 16 juli 1960 tussen Polen de VS en de andere Europese landen
  5. Mythische rijkdommen van de Poolse Joden voor de Tweede Wereldoorlog – wie is wie iets schuldig? Deel 1, Deel 2
  6. “S-447 JUST” – een uitkomst van een goed georganiseerd en vooruitgedacht plan van de Joodse organisaties. Deel 1, Deel 2
  7. “Holocaust restitutie – “Dubieuze en frauduleuze onderneming van de Joodse organisaties” – helaas is dit artikel, door fenixx.org, van internet verdwenen.

Welke groep van Poolse Joden heeft de Holocaust overleefd?

Volgens historica Ewa Kuren waren de Poolse Joden in Polen tussen 1918-1939 zowel een nationale minderheid, de grootste Joodse diaspora, maar vooral een etnische groep. 

Tijdens hun verblijf in Polen tot aan de Holocaust leefden Poolse Joden binnen de lokale getto’s en zoals de Joodse historicus, Alexander Hertz hen beschreef, vormden ze als geheel een kaste. Ze hadden eigen religie, taal, bepaalde lange tradities. Ze maakten eigen literatuur, filosofie en kunst. Ze hadden eigen rechtssysteem en wettelijk-moreel systeem, die de wijze waarop ze leefden en hun deelname aan de kaste bepaalden. (1)

Aan het begin van de twintigste kon men Poolse Joden in ten minste drie groepen verdelen: gepoloniseerde, geëmancipeerde en degenen die Joodse historicus, Majer Balaban omschreef als ‘een grote, compacte massa orthodoxie‘. 

Volgens Majer Balaban was deze verdeling ook niet strikt. In elk Joods gezin in Polen in de jaren 1918-39 trof men zowel de gepoloniseerde, geëmancipeerde Joden als Joden die trouw aan de “dichte massa van orthodoxie” waren gebleven.  

Toen na 123 jaar Polen als staat opnieuw ontstond, “waren de gepoloniseerde Joden Pools. De geëmancipeerde Joden streefden binnen de democratische regels naar eigen autonomie, en toen het niet lukte, naar het behoud van eigen cultuur en taal, of kozen ze voor de communistische beweging” (2)

De geassimileerde Joden zijn vooral degenen die de Holocaust hebben overleeft. Op basis van hun relaties ontstond de voorstelling van de genocide op de Poolse Joden. De doden hebben geen stem“, schrijft historica Ewa Kurek. “Over het bestaan van de Poolse chassieden willen vooral de Joden zelf niet weten. In de joodse herinneringen verdween het vooroorlogse beeld van de getto’s, armoe, onwetendheid en verwaarlozing. Iedereen, die het aan het daglicht probeert te brengen, komt de aanvallen tegen. Volgens diegenen die de geschiedenis aan het herschrijven zijn, zou de waarheid over de arme Poolse Joden samen met hen moeten sterven“. (3)

Joodse memoires?

Dr Samuel Gringauz, Joodse historicus en overlevende van de Holocaust merkte al in de jaren 50-tig van de vorige eeuw dat alle Joodse memoires en getuigenissen uit de oorlogstijd aan een grondig historisch onderzoek toe waren. Toen wees hij erop dat de getuigenissen mogelijkerwijze uit persoonlijke wraak werden afgelegd.

Hij beschreef ze als “(…) Judeo-centrisch, logo-centrisch en egocentrisch. (…)  Dit is waarom de meeste [red. Joodse} memoires en verslagen vol zitten met: absurde praatjes, overdreven zelfpromotie, onbekwaam denken, bevlogen ambities, onbewezen zaken, vooroordelen, voor een deel aanvallen en excuses”. (4) 

Toen de Sovjet communisten Polen na 1944 binnen kwamen, gebruikten ze deze memoires en getuigenissen om met de Poolse ondergrondse af te rekenen. 

De communisten waren gekant tegen elke vorm van Pools verzet, die de Polen hun onafhankelijkheid terug zou kunnen brengen. Dus in de eerste linie van aanval waren diegenen, die tijdens de oorlog in de Nationale Strijdkrachten, de Boerenbataljons of de Home Army waren. Maar ook diegenen die de strijd tegen Hitler in het Westen, samen met de geallieerden voerden.

Ook in de z.g.n. Yizkor bukh, een verzameling van verschillende memoires uit een bepaald gebied, vinden we, schrijft Ireneusz Lisiak, “de beschrijvingen van echte gebeurtenissen, maar ook verhalen van het horen zeggen, verrijkt met de typische voor de Joden onvriendelijke houding tegenover de Polen, de katholieke kerk, priesters en de katholieken (…)“. (5)

De Joodse wetenschapper, dr Icchak (Henryk) Rubin zei rechtuit, dat “de mens echter instinctief de schuldigen van zijn tegenslagen zoekt en heeft daarin de neiging om te generaliseren en details uit zijn eigen ervaringen met de fantasieën aan te vullen“.

In zijn bewerking over de getto van Lodz uit 1988 schrijft dr Icchak (Henryk) Rubin dat het de “(…) officieren van het Joodse Comité waren, die door de communistische partij waren benoemd en de getuigenissen verzamelden. Zij wezen diegenen die de getuigenissen hadden opgeschreven aan, wie ze als schuldige moesten aanwijzen en welke straf ze verdienden“. (5)

Zo te zien, was de kennis op deze wijze verkregen gecontroleerd, ideologisch en cultureel beïnvloed.

Tot de dag van vandaag zijn de memoires, getuigenissen nooit geverifieerd. 

Volgens de “nieuwe geschiedschrijving“, door J. T. Gross vertegenwoordigd, is “de twijfel tegenover niet-Joden verplicht. Terwijl een historicus moet een positieve houding tegenover de Joodse relaties aannemen en de waarheid daarvan op geen wijze in twijfel trekken“. (13)

Dit maakt het onmogelijk om de waarheid goed te dienen.

Rol van de Amerikaanse en West-Europese historici

Voor de Amerikaanse en West-Europese historici was de oorlog van 1939-1945 op het Poolse grondgebied alleen een achtergrond voor de Holocaust. Buiten de Holocaust bestond toen niets meer wat van belang was. En als je de zaken zo stelt, was de Tweede Wereldoorlog voor de Polen een, niets hun rust verstorende, episode.  De wereld is gaan geloven dat het alleen Joden waren, die in de Tweede Wereldoorlog hebben geleden“. (6)

Daar zijn er Twee redenen voor, schrijft historicus Ireneusz T. Lisiak.

Ten eerste zijn momenteel maar weinig onderzoekers in het Westen, die trouw zijn aan een wetenschappelijke benadering van het onderzoek.

Dit is een gevolg van de politieke correctheid die geen kritiek op de officieel aangenomen en opgelegde interpretatie van de Holocaust toestaat.

Ten tweede wordt er geen rekening gehouden met de Poolse bronnen. De westerse onderzoekers steunen op secundaire bronnen, monografieën en studies in het Engels.

Misschien daarom, schrijft Ireneusz Lisiak, krijgen we een overvloed aan studies en films, zoals “Defiance” of “Inglourious Basterds“, die de Joodse partizanen afbeelden als een belangrijke en compromisloze kracht in de strijd tegen de Duitsers. 

Dat vertellen ook boeken over de gebroeders Bielski. 

In werkelijkheid waren de gebroeders Bielski, als veel Joodse groepen in die tijd criminelen, die op de Poolse boeren gewapende overvallen pleegden en vrouwen verkrachtten.

Daarbij noemden ze de Poolse boeren ‘fascisten’.

En dit soort memoires zonder verificaties nemen de Amerikaanse onderzoekers klakkeloos over.

De discussie van tegenwoordig lijkt niet over de historische waarheid in de Joods-Poolse relatie te gaan. Het zoeken van waarheid is uit de mode en alles is aan interpretaties en politieke stroming onderhevig.

De bezetters van Polen

Sinds ik met het schrijven van mijn blog bezig ben, gaan mijn ogen in veel zaken open.

Opvallend is een patroon in het gedrag van de bezetters van Polen, uit het verleden of diegenen die nu deze ‘ambitie’ hebben.

De bezetters van Polen hebben altijd één prioriteit gehad. Eerst de opinie van Polen in het Westen, in de wereld te bederven zodat niemand met ons medelijden zou hebben als ze ons overvallen en onderling verdelen.

Dit gebeurde in de achttiende eeuw, vlak voor de eerste deling van Polen. Dit gebeurde voor en tijdens het verdrag van Verseilles in 1919 en vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Dit gebeurde voor 1989 zodat de communisten hun greep op Polen konden houden. Nu anno 2019 wordt hetzelfde patroon gevolgd. 

Gevaarlijke mythen

Zeer gevaarlijk zijn de mythen over de Joodse rijkdommen.

Tientallen jaren na de oorlog, de vernietiging van de documenten en bewijzen van eigendom, het overlijden van eigenaren. 

Sinds tientallen jaren probeert men een legende van ongekende rijkdommen van de Poolse Joden te creëren en hiermee reële grond voor de financiële claims.

De wereld liet zich “effectief overtuigen van de overal aanwezige rijkdom van alle Joden“, schrijft Ireneusz Lisiak in zijn boek.

Emanuel Ringelbloem, Poolse Jood, historicus en politicus zei voor de WOII: “de meeste Poolse Joden waren straat arm en volledig door de Joodse elite vergeten“. (7) 

Dit bevestigen ook de beschrijving van de Poolse, middeleeuwse voorstellingen rond de Kerst. “In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht over het (…) stereotype van de Joodse rijkdom, komt een wijdverbreide Joodse armoede voort uit het Kerst-beeld van een Jood“. (8) 

Men moet weten

“Men moet weten, zegt historicus Ewa Kurek, dat onder Poolse Joden slechts een paar procent extreem rijke Joden waren.

De meesten van hen zijn zo rijk geworden, omdat ze vierhonderd jaar lang tot 1764 de joodse gemeenschappen extreem hoge belastingen oplegden. De joodse bevolking bestond uit de eenvoudige Joodse chassieden, dramatisch armen.

De Judenratten en de Joodse politieagenten [red. policja żydowska, Jüdischer Ordnungsdienst] hebben deze Joodse chassieden op bevel van de Duitsers als eersten in de wagons geladen en naar Chełmno, Treblinka, Bełżec en andere vernietigingskampen gestuurd.

Emanuel Ringelblum, de Joodse schrijver van een dagboek, vermoord door de Duitsers, schreef dat onder de geassimileerde rijke Joden in het getto van Warschau een uitdrukking had postgevat: ‘de menigte moet sterven‘.

Daarom, zegt Ewa Kuren, hadden onze Poolse Joodse chassieden geen kans om gered te worden. Ze kenden geen Pools. Ze werden veracht door hun eigen verlichte Joden.” (14)

Ultimatum tot terugbetalingen?

Steeds vaker horen we over ‘een ultimatum tot terugbetaling, schadeloosstelling of compensatie voor het Joods onroerend goed dat nog in Polen is achtergebleven‘.

Bron: geopolityka.org
De Curzon linie. Bron: wikipedia.org

Het is merkwaardig dat deze eisen de eigendommen betreffen die zijn achtergelaten in het vooroorlogse IIRP.

Voor de Joodse kringen is het blijkbaar onbelangrijk dat Polen 1/3 van zijn grondgebied in de oostelijke gebieden door de oorlog [red. aan de Sovjet Unie] verloor“. (9)     

In de afgelopen 50 jaar ontstond een zorgvuldig opgebouwd en wijdverbreid geloof, dat 10% Joden in het vooroorlogse Polen 40% van alle belastingen betaalden.

Het is ook triest dat sommige belangrijke Joodse historici hun aanzien gebruikten om dit verzinsel door de jaren heen te laten beklijven. (10) 

3 miljoen Poolse Joden afhankelijk van de liefdadiagheidsorganisaties

Het zou betekenen dat 17,27% van de Joodse bevolking (17,27% van 10% = 517.000 mensen), 40% van de gehele belasting (800 000 000,00 PLN) betaalde, om een miljarden budget van de Poolse staat te onderhouden.

 “Terwijl 1 miljoen van de 3 miljoen Poolse Joden afhankelijk was van de liefdadigheidsorganisaties. (…) 50% van de Poolse Joden niet in staat was om jaarlijks de minimale belasting ten hoogte van 5 zloty aan hun eigen gemeente te betalen. 50-55% was helemaal niet van plan iets te betalen. De helft van de belastingbetalers kon geen 10 zloty betalen. 75% van de Joden kan als arm worden aangemerkt“. (11)

Adressanten van de claims blijven Duitsers

Voor 1 september 1939 beschikten Joden als privé personen en als leden van een joodse gemeenschap (corporatie) over een bepaald vermogen. Ze waren burgers van de Tweede Poolse Republiek en aanhangers van een soort joodse religie. Voor ongeveer 90% waren het de chassieden.

Als gevolg van de Duitse aanval op Polen op 1 september 1939, de zes jaar durende bezetting van Polen en de uitroeiing van Joden hebben de meeste van deze burgers niet overleefd.

Tegelijk zijn tijdens de Duitse bezetting van Polen ook andere Poolse burgers, gelovigen of ongelovigen vermoord.

Diegenen die daarvoor verantwoordelijk zijn, zijn de Duitsers en de landen die met Duitsland tijdens de WOII collaboreerden.

Polen was het enige land in Europa dat nooit met het regime van Hitler collaboreerde. Polen was het eerste land dat de strijd tegen Duitsland aanging. (12)

Edward Reid over de Pools-Joodse relaties: ‘de ongegronde claims’ (Engels)

Lees meer:

Vorige blog: houding van Joden tegenover de Poolse strijd om vrijheid in de 123 jaar van bezetting van het land

Volgende blog: wat de wereld niet mag weten, o.a. een gedicht van Itzaak Katzenelson

Bronnen:

*) De statistische jaarboeken vermeldden het inkomen van de staat zonder onderscheid van de nationale minderheden, maar wetende het professionele karakter van de Joodse minderheid, kunnen we proberen en, hoewel bij benadering, de geloofwaardigheid van de ‘autoriteiten’ te controleren.

Het Poolse budget uit 1937/38 bedroeg: 2 049 000 000, 00 Plz, waarvan de belastingen: 723 000 000,00 Plz. Directe belastingen: 

  • grondbelasting: 58 000 000,00 Plz
  • onroerendezaakbelasting: 86 000 000,00 Plz
  • industriële belasting: 262 000 000,00 Plz
  • inkomstenbelasting: 280 000 000,00 Plz
  • vermogensbelasting: 5 000 000,00 Plz
  • rentes, schulden en boetes enz.: 17 000 000,00 Plz
  • licenties te koop: 2 000 000,00 Plz
  • heffingen voor eigendomsgebruik: 13 000 000,00 Plz  (11)

(1) Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45” str. 46-47 / na: Alexader Hertz, Zydzi w kulturze polskiej, Warszawa, s. 83-87 [E. Kurek: Voorbij de grens van solidariteit. Pools-Joodse relatie 1939-45/Alexander Hertz: Joden in de Poolse cultuur]

(2) idem, pag. 35 

(3) idem, pag. 46

(4) Ireneusz T. Lisiak Zaklamany Holokaust, str. 14 [P. Gontarczyk, Daleko od prawdy (w] R. Jankowski (red.), Cena “Strachu”. Gross w oczach historykow, Warszawa 2008, s. 293-294) [I.T.Lisiak: De verkeerde voorstelling van de Holocaust/P.Gontarczyk: Ver van de waarheid – in: R.Jankowski: De prijs van “Angst”, Gross gezien door historici]

(5) idem, pag.15 – na: M.J. Chodakiewicz, “Klopoty z kuracja szokowa”, ‘Rzeczpospolita’, 5 stycznia 2001; zob. tez. L.Z. Niekrasz, Operacja ‘Jedwabne’. Mity i fakty, Wroclaw, 2005, s. 59 [in: M.J.Chodakiewicz: Problemen met de schokbehandeling; L.Z.Niekrasz: Operatie ‘Jedwabne’, mythen en feiten]

(6) idem, pag. 73

(7) idem, pag. 27

(8) Ewa Kurak, Poza granica solidarnosci/wokol stereotypow: Judasz i Haman w jednym stali domu, pag. 95 [E. Kurek: Voorbij de grens van solidariteit: Judas en Haman woonden in één huis]

(9)     Ireneusz T. Lisiak “Zaklamany Holokaust”, pag. 29

(10)   idem, pag. 28 

(11)   idem, pag. 31

(12) https://justice4poland.com/2019/02/26/dlugi-zydow-wobec-polski/comment-page-1/

(13) Ireneusz T. Lisiak “Zaklamany Holokaust”, pag. 24

(14) Katarzyna Treter-Sierpinska: Zydzi, gender, multikulti czyli oszustwo i szajba/wywiady z ‘antysemitami'”, pag. 251-252 [Joden, gender, multiculti ofwel het vlasspelen en de gedachteloosheid/interviews met ‘antisemieten’].

Blog#54: Amerikaanse wet “Act S-447” vs de poging tot afpersing van Polen. De mythische rijkdommen van de Poolse Joden voor de WOII. Terugblik in de 123 jaar bezetting van Polen.

(…) Wee degenen die onrechtvaardige wetten uitvaardigen, die de onderdrukking wettelijk bekrachtigen. Zij verdraaien het recht van de zwakken (…)” – Jesaja 10:1-2

De onderwerpen die in de blogs 51 t/m 58 aan bod komen:

  1. “S-447 JUST” – De inleiding:  historische feiten lijden, voor wie de schadeloosstelling en teruggave van bezittingen, “Magdalenka/Rondetafel afspraken van 1989” en de communistische invloed anno 2019
  2. S-447 JUST” is onverenigbaar met de Amerikaanse constitutie
  3. Verdrag van Luxemburg d.d. 10 september 1950 tussen de Duitse Federale Republiek en Israël
  4. Verdrag d.d. 16 juli 1960 tussen Polen de VS en andere Europese landen  
  5. Mythische rijkdommen van de Poolse Joden voor de Tweede Wereldoorlog – wie is wie iets schuldig? Deel 1, Deel 2
  6. “S-447 JUST” – uitkomst van een goed georganiseerd en vooruitgedacht plan van de Joodse organisaties. Deel 1, Deel 2
  7. “Holocaust restitutie – dubieuze en frauduleuze onderneming van de Joodse organisaties”, helaas is dit artikel van de fenixx.org van internet verdwenen.

Tegenover de dreiging van Pruisen en Rusland medio achttiende eeuw

rozbiory Polski. Bron: rozbria.pl

In Polen bestond een traditie om Joden hun zaken zelf te laten regelen. Het begon met de privileges die Poolse koning, Kazemier de Grote, Joden in de 14de eeuw gaf.

400 jaar gaat het goed in de Pools-Joodse relatie. De 15de eeuw is bekend van een goede conjunctuur en in de 16de eeuw beleeft Polen de gouden eeuw.

De 17de eeuw noemt Ewa Kurek een ongelukkige tijd voor Polen. Het land wordt van alle kanten aangevallen. Waaronder de Zweedse zondvloed verwoest het land.

In de 18de eeuw blijkt de schatkist leeg te zijn, er zijn veel politieke en economische problemen. (23)

De economische toestand van de Poolse bevolking medio achttiende eeuw was dramatisch, schrijft Feliks Koneczny, filosoof, historicus en kenner van de beschavingen. (1) 

De hervormingen zouden het land herstellen en moderniseren. Een sterk leger zou Polen van Pruisen en vooral van Rusland onafhankelijk maken. Daar was geld voor nodig.  

Joodse schulden aan de schatkist

Het Joodse parlement, het z.g.n. ‘vier landen parlement’ was geroepen om de belastingen onder de Joden te laten innen en aan de schatkist te betalen.

In 1764, het kroningsjaar, komen de Joodse zaken voor het eerst onder de aandacht. Na 400 jaar blijkt dat de schatkist leeg is, de Joodse belastingen komen niet meer binnen, de Joodse elite rijker dan de koning wordt en de Joodse massa’a steeds armer worden. (23)

Joodse bankiers in opdracht van de Pruisische koning verpestten opzettelijk de waarde van de Poolse munt en fraudeerden wijdverbreid met de belastingen, die ze aan de Staatskas verschuldigd waren, voor gigantische bedragen. (7)

Om daar korte metten mee te maken, schaafde Poolse koning de hogere Joodse structuren af. Het Poolse parlement nam de belastinginning van de Joden over en heeft een verzoek tot terugbetaling van de schulden bij de Kahals ingediend. (5) 

“Staat binnen een staat”

Tijdens de administratieve hervorming is gebleken dat de Joodse gemeenschap in Polen een soort ‘staat binnen een staat‘, ‘natie binnen een natie‘ was. 

De enige verbinding tussen de juridisch-administratieve structuren van de Poolse staat en de religieuze structuren van de Joodse gemeenschap – schrijft historica Ewa Kurek – was de z.g. Judeanus, die aan het koninklijk hof verbleef. (2)   

Macht van de Kahals

De macht van het bestuur binnen de Joodse gemeenschap, de Kahals, en de uitbuiting van de geloofsgenoten blijken buitensporig. 

Medio achttiende eeuw, aan de vooravond van de deling van Polen ontstaat een hevige strijd binnen de Joodse gemeenschappen, tussen de voor- en tegenstanders van de Kahals.

Het is een verzet tegen de macht van de Joodse elite, bestaande uit één paar rijke families die niet alleen de Joodse “massa’s genadeloos exploiteerden, maar bemoeiden zich ook met elk aspect van hun leven“. (3)

De armoe en overbevolking van de Joodse massa’a beginnen medio achttiende eeuw nadrukkelijk zichtbaar en problematisch te worden. (4)

Joodse schulden aan de magnaten

De economische eisen van de Poolse magnaten vormden een andere reden voor de hervormingen. De Joodse gemeenschappen, Kahals hadden ook enorme schulden bij de adel, magnaten en de geestelijken.  

De Kahal’s maakten schulden bij de rijkere Polen en door kredietmisbruik dreigden failliet te gaan. Deze situatie had vanzelfsprekend fatale gevolgen voor de vooraanstaande families in Polen en kon ze ten val brengen.

Deze kredieten hadden speculatief karakter en waren een langere tijd aan de gang. 

De Poolse magnaten leenden de Kahals geld met 6% rente. Tegelijkertijd bedroeg de handelscommissie tussen de Joden onderling 35%. Het was voor hen een zeer lucratieve business, een soort geldpiramide, en ze leenden zo veel mogelijk. (6) Het had te maken met de door de Kahals bedachte exploitatierechten, de z.g.n. “chazaka” en “meropia”. **)

Schulden volgens het onderzoek uit 1764

Volgens het onderzoek van de parlementaire commissie uit 1764  ging het om kosmische voor die tijd bedragen: 2,5 miljoen PLZ. 1,5 miljoen daarvan waren schulden bij de geestelijken. 

De deling van Polen die kort daarna plaatsvond, maakte het onmogelijk om alle schulden in kaart te brengen, zoals de kleinere claims van de rijkere plattelandsheren. 

Geen één schuld is ooit terug betaald.  

Bij de huidige bankpraktijken en de toepassing van strafrentes over het gehele periode, tot nu toe komen de deskundigen op een schuld van 25 biljoen USD uit. 

Men vergeet vaak, schrijft Ireneusz T. Lisiak, dat de in Polen financieel actieve Joden leningen van de banken ook vóór de [Tweede Wereld]oorlog namen. Als onderpand voor de leningen gebruikten ze hun onroerend goed, waarop al hypotheken waren afgesloten. Deze hypotheken zijn ook nooit afbetaald. (24)

Vergeefse pogingen om Joden in Polen te laten emanciperen en ze voor de Poolse zaak te winnen

De hervormingen voorzagen voor de Joden gelijke rechten met de christenen, verplichte scholing in een Poolse openbare school en opschorting van drankvergunningen voor een periode van 50 jaar. 

De meerderheid van de Poolse Joden was daar tegen en bleef liever in de afzondering. Elke verandering zagen ze als een aanval op hun materiële en morele belangen. 

‘De herbergiers, overijverig opgeleid in de Talmoed konden geen pioniers van de hervormingen zijn. De ouderlingen, die ten koste van de gemeente leefden, wilden geen veranderingen, omdat ze geen macht en winst wilden verliezen’.

Joden noemden Polen ‘hun paradijs en een beloofde land, want ze hadden er alles wat nodig was om hun spirituele onderscheid te behouden. En met het geld dat ze de dorpelingen listig afpakten, betaalden ze de rijken voor de vrijheden en vrijstellingen die de wet ze niet wilde geven.’ (8)

Houding tegenover de staat 

Wat Polen en Joden van elkaar scheidde, waren niet alleen de religie, cultuur en de economische rivaliteit, maar ook de houding tegenover de staat. De bezetters maakten daar gebruik van. (9) 

Mikolaj Repnin zei over de Kosciuszko Opstand [red. 1794] dat “alle joden (…) in hun ijver ons begunstigden”. “In de oorlog 1812-13, toen de Polen met hulp van Napoleon hun vrijheid hoopten te winnen, hebben joden de kant van de Russen gekozen (…). Alle joden waren ons [Russen] zo toegewijd (…) en heel vaak gaven ze aan ons de belangrijkste informatie door”. “(…) Ook in de november opstand [1830] dienden ze meer het bezettende Russische leger dan het Poolse (…)”. (9)

In 123 jaar van de bezetting van Polen, gebruikten de bezetters ook andere nationale minderheden zoals Oekraïners, Wit-Russen of Litouwers in hun anti-Poolse plannen. Dat gebeurde na 1918 en in 1939-45. 

Zowel in de Poolse geschiedschrijving als de Poolse traditie heeft men elke samenwerking met de bezetter als verraad gezien, ongeacht of het een Duitse, Sovjets, Zweeds, Russische of Oostenrijkse bezetter was. (10)

Magnaten trekken hun steun terug

Tijdens de 123 jaar durende bezetting van Polen, zochten Polen de gewone menselijke solidariteit. Ze zochten het overal in de wereld, maar vooral onder diegenen die het land sinds de eeuwen bewoonden. 

De adel en de magnaten waren als stand verplicht het land te verdedigen. *)

De houding, die de Joden tegenover de strijd voor de onafhankelijkheid van Polen hadden aangenomen, zag men als onverschilligheid en verraad. Daarom begonnen magnaten hun steun voor de Joden terug te trekken.

Desondanks verloren Polen in de negentiende eeuw het vertrouwen niet in het wakker maken van de massa’s Poolse Joden om samen te vechten.

Met elke opstand uit 1794, 1812, 1830, 1846, 1863, elk gevangenschap en verbanning naar Siberië, en weer op nieuw een verzet, riepen ze hen op om samen te vechten. (11)

De jaren vlogen voorbij en slechts een paar Poolse Joden begreep het idee van de Pools-Joodse broederschap van bloed. (12)

Één van hen was kolonel Berek Joselewicz. “De eerste die wilde en kon met de tirannie van de kahal’s en de almacht van tsadicks breken (…)“. (13) 

Joden, zoals de Joodse historicus, Majer Balaban het zei, “waren zich niet bewust van de plotselinge verandering, ze begrepen de bezetting niet, het interesseerde hen niet dat drie mogendheden de deling van Polen hadden ondertekend (…)“. Ze aanbaden de indringers en zwoeren hen de loyaliteit. (14)

Een vreemd land?

Ondanks het feit dat Poolse Joden bijna duizend jaar het Pools grondgebied bewoonden, bleef Polen voor de meerderheid van hen een vreemd land. Polen dienen betekende een vreemde zaak dienen. (…) Poolse Joden leefden in de historische traditie van eigen volk, eigen mysticisme, religie en legendes“. (15)

De bezettende machten waren voor hen even legitiem als de macht van de Poolse koningen. Ze begroetten de bezetters met hen toebehorende eer, ze baden voor ze en ze onderwierpen zich daaraan zonder te veel weerstand.

Het blijkt dat de Joodse geschiedenis, tradities, liturgie en de religieuze principe die Joden hebben, het voor hen onmogelijk maakte om de historische en religieuze last van hun eigen natie met de last van de Poolse geschiedenis en het Poolse concept van patriottisme en vrijheid te kunnen verzoenen“, schrijft historica Ewa Kurek. (16)

In alle door Pruisen, Rusland en Oostenrijk bezette delen van Polen begon het proces van assimilatie van de Poolse Joden in de culturen en samenlevingen van Rusland, Pruisen en Oostenrijk. Het was een gevaarlijke voor de Poolse zaak ontwikkeling en de hoofdmotor voor de vijandigheid tegen de Joden. (17)

Eigen belang en geen solidariteit

Nu weten we, zegt historica Ewa Kurek, dat de houding van de Joden vooral werd bepaald door de bezorgdheid om te overleven en de vorm van het Joods leven, die ze door de eeuwen heen op het Pools gebied hadden opgebouwd, in de onveranderde vorm te behouden”.

Polen gaven hun beste zonen en dochters om voor de vrijheid van Polen te vechten. Ze verwachtten van Joden geen afstand van hun eigen religie maar solidariteit. 

De houding van de Joden tegenover de bezetters en gebrek aan solidariteit tegenover Polen noemde men bij de naam: een enorme ondankbaarheid en duidelijk verraad van de buitenlanders.

Poolse oorlog tegen de Bolsjewieken. Bron: Polish club

Polen hadden het volste recht om solidariteit van de Joden te verwachten, zowel in de strijd als de opbouw van de Poolse staat, die de Joden en hun belangen door de eeuwen heen beschermde. 

Dus op het moment toen de Polen hun onafhankelijkheid in 1918 hadden herwonnen, één ding werd duidelijk dat “de Joodse ‘natie’ geen vertrouwen, respect en solidariteit van de opgebouwde Poolse staat verdiende“. 

Deze overtuiging werd des te meer versterkt door de Joodse claims op het Poolse grondgebied.

Het gebeurde voordat nog de laatste strijd voor de onafhankelijkheid moest worden gewonnen. (18) 

Op 21-22 oktober 1918 vond de zionistische conferentie in Warschau plaats. Izaak Grünbaum eiste van de Poolse staat een constitutionele garantie voor de nationale autonomie voor de Joden in Polen. (19) 

Door dit soort eisen te accepteren, “zou Polen geen product meer van het nationale leven zijn – zei Poolse politicus Joachim Lelewel – maar een naamloze vennootschap waarin de verschillende naties een staat vormden om hun materiële belangen te bevredigen”
In Polen, vanaf het moment van het herwinnen van de onafhankelijkheid in 1918 hadden de Joodse, Ruthenische [Russische] en Duitse minderheden gelijke rechten met de Poolse bevolking. Ze waren op gelijke wijze in alle gezamenlijke organen vertegenwoordigd.

Als ze daarnaast nog afzonderlijke lichamen kregen, zouden Polen er als de enige natie tot de rol van een paria in hun eigen land gereduceerd worden. (20)

Dat kon niemand accepteren. 

Het is ook het moment waarop de vijandige propaganda tegen Polen begon.

Bron: historiek.net

Het ging zelfs zo ver dat Polen in het verdrag van Versailles in 1919 slechter werd behandeld dan de Duitsers, de aanstichters en verliezers van de Grote Oorlog.

Met een uitzondering van 1-2% hebben Joden tijdens de 123 jaar gevangenschap van Polen geen solidariteit getoond. Ze hebben geen deel aan de strijd en de opbouw van de nieuwe Poolse staat genomen. Ze waren echter de eersten, die van de nieuw gewonnen onafhankelijkheid wilden profiteren door mede eigenschap van Polen te eisen. (21)

wordt vervolgd

Vorige blog: Wie waren de Poolse Joden?

Volgende blog: Welke groep Poolse Joden heeft de oorlog overleefd

Terug naar het begin: blog#1

*) Elke stand had in de Eerste Republiek Polen duidelijke rechten en verplichtingen – de adel: politiek en de verdediging van het land, boeren akkers bewerken, priesters bidden, stedelingen ambacht en verzorging van de stad. Hoewel Joden formeel geen stand waren, behandelde ze men wel als zodanig. Hun taak was handel en het verstrekken van leningen. 

**) Volgens de Joodse wet (Talmoed) is alles wat niet-Joden hebben, een ‘woestijn’ of een ‘vrij meer’, waar Joden zich op hun eigen manier mogen vestigen, zoals hun eigen welzijn het vereist. Men had dus bedacht dat alles wat niet-Jood heeft, is eigendom van de Kahal.

De Kahal kon een niet-Jood zijn eigendom niet zomaar afpakken, daarom heeft hij voor zijn eigen gebruik de ‘exploitatierechten’ van niet-Joden bedacht. Deze rechten mocht een Jood van de Kahal door middel van veiling ‘kopen’. Deze ‘rechten’ waren beschermd en erfelijk. Als de ‘exploitatierecht’ over een grond ging, noemde men het ‘chazaka’, en over een persoon ‘meropia’. “Wie op deze wijze een goj (niet-Jood) of zijn eigendom ‘verwierf’, mag hij er zijn eigen winsten bedenken, naar willekeur handelen, zich niet beperkt voelen en voor geen concurrentie vrezen“.

Deze praktijk ontstond in Polen eind zestiende eeuw.

“Zo zag de Joodse economie in Polen eruit”, schrijft Feliks Koneczny, “(…) dat medio achttiende eeuw het hele land met chazaka of meropia werd beplakt. Er bleken twee wetten, het Poolse en het Joodse, twee eigendomsrechten en twee rechterlijke machten op het gebied van eigendom te bestaan”. (22)

Bronnen:

(1) Feliks Koneczny, Cywilizacja zydowska, deel III, walka o byt, ekspansja”, pag. 55-56 [De Joodse beschaving, deel 3. De strijd om het bestaan, de uitbreiding]

(2) Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45”, str. 52 [“Voorbij de grens van solidariteit”. Pools-Joodse relaties 1939-45″]

(3) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag.92 – na: S. Hirschhom “Historia Zydow w Polsce od Sejmu Czteroletniego do wojny europejskiej (1788-1940)”, pag.18; Warszawa 1921- [De Joodse beschaving, deel 3. De strijd om het bestaan, de uitbreiding; S. Hirschhom “Joodse geschiedenis in Polen v.a. de Vierjarig Palrement tot de WOII (1788-1940)”]

(4) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag. 56 – na Zalkind Hurwicz “Usprawiedliwienie czyli Apologia Zydow, I,2; Warszawa 1786 – [De Joodse beschaving, deel 3. De strijd om het bestaan, de uitbreiding; Zalkind Hurwicz “Rechtvaardiging of verontschuldiging van Joden”, I 2, Warszawa 1786]

(5)  Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45” str. 52 na: A. Eisenbach “Emancypacja zydowska na ziemiach polskich 1785-1870”, Warszawa 1988, s. 42 [Voorbij de grens van solidariteit. Pools-Joodse relaties 1939-1945 – na: A. Eisenbacht “Joodse emancipatie op het Pools grondgebied 1785-1870]

(6) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag. 102-103 [Joodse beschaving]

(7) https://justice4poland.com/2019/02/26/dlugi-zydow-wobec-polski/comment-page-1/ [Justice4Poland_Joodse schulden aan Polen]

(8) B. Stanislawczyk “Kto sie boi prawdy? Walka z cywilizacja chrzescijanska w Polsce”, pag. 112-114 [ “Wie is bang voor de waarheid? Het gevecht tegen de christelijke beschaving in Polen”]

(9)  B. Stanislawczyk “Kto sie boi prawdy? Walka z cywilizacja chrzescijanska w Polsce”, pag. 114-115

(10) Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45”, pag. 13

(11) idem, pag. 60

(12) idem, pag. 64

(13) idem, pag. 55 na: Z. Hoffman, Berek Joselewicz, in: Kalendarz zydowski 1984-1985, Warszawa 1984, str. 116

(14) idem, pag. 53-54

(15) idem, pag. 64-65

(16) idem, pag. 66

(17) idem, pag. 62

(18) idem, pag. 68-69

(19) idem, pag. 68-69

(20) idem, pag. 71; uit het parlementair verslag, november 1920, l.59

(21) idem, pag. 71

(22) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag. 107-109 – na: Brafmann: ‘Joden en de Kahals’ (vierde uitgave), met uitleg van Teodor Jeske-Choinski; Warszawa, 1914

(23) TV Niezalezny Lublin, gesprek met historica Ewa Kurek over de Joodse schulden de zogenaamde ‘schulden op synagogen’ uit 1764; d.d. 8-11-2019: https://youtu.be/58qUj3kY9VA [TV Onafhankelijk Lublin]

(24) Ireneusz T. Lisiak, “Zaklamany Holokaust”, pag. 51 [De verkeerde voorstelling van de Holocaust]

mijnpolen.nl