Maand: september 2018

Witold Pilecki, "The Auschwitz Volunteer: Byond Bravery"

Blog#41: Polen streden tegen de Holocaust, Amerika en Groot Brittannië daartegen keken toe en deden er niets aan. Deel 2: De rassenideologie van de Britten, het cynisme van de Amerikaanse elite en het antisemitisme van Frankrijk

Aankondiging van de doodstraffen. Bron: pl.wikipedia.org

In Polen, als het enige door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog bezette land, stond de doodstraf voor elke hulp aan Joden. De dood wachtte niet alleen de helper maar ook zijn hele gezin, zelfs een dorp.
Ondanks dat heeft de Poolse ondergrondse regering vanaf het begin hulp aan de Poolse Joden verleend.
Binnen het hoofdhoofdkwartier van de AK (Home Army) bestond er vanaf begin 1941 een afdeling, die de informatie over het lot van de Poolse Joden verzamelde.
Om hulp te kunnen organiseren ontstaat eerst in september 1942 een tijdelijk orgaan voor hulp aan de Joden, dat op 4 december 1942 in “Żegota” veranderde.

Bron: Polscy sprawiedliwi/De Poolse rechtvaardigen

De Poolse regering in ballingschap had in maart 1943 een afvaardiging naar Polen gestuurd om de samenwerking met “Żegota” aan te gaan. Via deze weg stroomde de financiële hulp aan “Żegota” en de verslagen aan de regering in Londen.

Witold Pilecki samen met Jan Redzej en Edmund Ciesielski ontsnapten uit Auschwitz. Bron: Nasz Dziennik

Van 26 op 27 april 1943 vlucht Witold Pilecki uit Auschwitz en hij voorziet het Westen van de volgende bewijzen over de genocide.
Ten einde raad hebben Polen ook een aanval op Auschwitz overwogen om de aandacht van het Westen voor deze drama te trekken. Op dat moment waren er acht duizend SS-ers ter verdediging gestationeerd.
In juli 1943 heeft Żegota een voorstel aan de Poolse regering in Londen gedaan om de geallieerden officieel te verzoeken een ruil tussen de Joodse bevolking en de Duitse burgers te organiseren.
Ook de Poolse katholieke kerk bleef met de lot van de Joden begaan.

Bisschop Karol Radoński. Bron: Chronologia.pl

De Poolse bisschop, Karol Radoński heeft de misdaden van de Duitsers in een radiotoespraak in Londen hard veroordeeld. Hij zei: “Als het gaat om de Joodse bevolking, zijn marteling overtreft alles, wat de haat en het barbarisme van de onderdrukker kan bedenken (…). “
De regeringen van de VS en Groot Brittannië wilden de informatie over de genocide op de Joodse bevolking niet horen.
De nota’s van de Poolse regering in Londen stuitten op onverschilligheid.
Toen gen. Sikorski begin december 1942 voor de zoveelste keer de geallieerden had opgeroepen om de spoorwegen naar de gaskamers en de crematoria te bombarderen, beloofde Churchill zich over die kwestie te buigen.
Het is een feit, dat dit soort bombardementen technisch gezien al vanaf 1942 mogelijk waren, en in 1944 vonden ze regelmatig plaats.
In 1944 waren het niet alleen Polen maar ook de joodse organisaties, die de geallieerden verzochten om de communicatiewegen naar de vernietigingskampen te bombarderen.
De informatie over de genocide op Joden kregen Britten niet allen van de Poolse kant. Dit bewijzen berichten van de Chileense diplomaat uit Tsjechië en Moravië, waarin hij over de beginnende genocide informeerde.
Churchill bleef niet allen zwijgen, maar hij steunde het Britse beleid in Palestina nl. de toestroom van de Joodse vluchtelingen uit Europa tegen te gaan.
Toen in december 1940 het schip “Salvador” met honderden illegale Joodse immigranten de Palestijnse kusten had bereikt, hebben de Britten hen de toegang tot Haifa geweigerd.
Het schip “Salvador” zonk.
Van dit soort incidenten waren er veel aan de Palestijnse kust in de jaren 1940-42.
Om de onverschilligheid van de Britten te begrijpen, moet men eerst de realiteit uit die tijd begrijpen, legt historicus, Leszek Pietrzak verder uit.
Niet alleen de Duisters vonden zichzelf een betere ras, de Britten vonden het ook. Churchill zei het herhaaldelijk “we are superior”.
Voor de Britse elite waren Joden, Arabieren, Hindoe en de negers alleen mindere rassen.
Britten vonden dat de genocide op Joden niet hun zaak was.
Een soortgelijke houding toonden de Amerikaanse regering en de Amerikaanse elite.
De Amerikaanse president, Franklin D. Roosevelt reageerde niet eens op de Poolse oproep om de genocide te stoppen.
Volgens de historicus was Roosevelt een doeltreffende en cynische politicus.
Laten we aan een feit helpen herinneren, zegt de historicus, dat Roosevelt liet Stalin de verantwoordelijkheid voor de misdaden in Katyń de Duitsers in de schoenen schuiven. Waarom? Om aan zijn kiezers niet hoeven uit te leggen, dat hij één misdadiger aan het helpen was om de strijd tegen een andere misdadiger te voeren.
In de Holocaust-kwestie zag Roosevelt een dreiging voor zijn eigen imago.
Hij was er van bewust dat als hij iets daartegen had ondernomen, zou de publieke opinie in Amerika het mogelijk onvoldoende hebben gevonden. Daarom koos hij voor het zwijgen.
Toen eind oktober 1943 een delegatie van de Amerikaanse rabbijnen in het Witte Huis arriveerde, vluchtte Roosevelt stiekem het kantoor uit om de zoveelste gesprek over de Holocaust te vermijden.

1943, mars van de rabbijnen in Washington. Bron: Haaretz

Dat hier sprake van een bewust beleid was, bewijst het handelen van het Amerikaanse Departement.
Begin 1943 hebben de Amerikaanse ambtenaren voor de Amerikaanse media de toegang tot informatie over de genocide, die de Joodse gemeenschap in Amerika vanuit Zwitserland kreeg, geblokkeerd.
Een paar weken later hebben de Amerikanen en Britten tijdens een geheime conferentie op Bermuda besloten, dat de geallieerden geen speciale actie zouden ondernemen om de Holocaust te onderbreken.

Bermuda conferentie, 1943. Bron: The Telegraph

Tot de dag van vandaag blijft de verloop van deze conferentie geheim.
De Amerikanen hebben maar een deel daarvan openbaar gemaakt. De Britse documenten zijn nog steeds geheim.
De regeringen van de VS en Groot Brittannië hebben alleen één keer officieel hun standpunt in de genocide op Joden genomen.
Op 17 december 1942 hebben ze een diplomatieke nota afgevaardigd, waarin stond, dat na de oorlog de schuldigen aan de misdaden aan hun verantwoordelijkheid niet zouden ontkomen.
Hoewel de Amerikanen en Britten de Holocaust doodgewoon hebben genegeerd, heeft de derde belangrijkste bondgenoot, Frankrijk actief aan de holocaust deelgenomen.

Bron: nations wiki-fandom

De Franse Vichy-regering deed er vanaf het begin z’n best om zijn antisemitisme aan de Duitsers te laten zien.
Nog in oktober 1940 hebben ze 6 duizend Joden vanuit het III Duitse Rijk naar Frankrijk vervoerd.
Dezelfde maand hebben de Fransen een anti-Joodse wet ingevoerd. De Jodenvervolging in Frankrijk was begonnen.
Joden mochten niet meer bepaalde beroepen uitoefenen. De buitenlandse Joden werden naar de interneringskampen gebracht.
Daarna volgden de registratie en het in beslagneming van de Joodse eigendommen.
De Vichy machthebbers waren bereid de vervolging van Joden te vergroten, mits de Joodse eigendommen bij de Fransen terecht konden komen.
De Vichy regering organiseerde de transporten met Joden naar Auschwitz zelf.
Het eerste transport vertrok op 27 maart 1942, en de laatste in juli 1944, toen de geallieerden al in Normandië waren geland.
In zijn boek uit 1972, “Vichy Frankrijk” vertelt de Amerikaanse historicus Robert Paxton dat Duitsers in Frankrijk weinig bezettingskrachten hadden, omdat de Fransen de meerderheid van de taken zelf uitvoerden.

Bron: bol.com

Hoe het vork in de steel zat, getuigt een geschil tussen de Franse spoorwegen en de Franse regering dat over de rekeningen voor het vervoer van Joden naar de vernietigingskampen ging.
Omdat de Vichy regering die rekeningen niet had betaald, eiste het bestuur van het spoorbedrijf nog één jaar na de oorlog dat de Franse regering de kosten zou voldoen.
Het is goed deze feiten in acht te nemen,  zegt de historicus, als we de huidige Franse media nu horen roepen over het bestrijden van het vermeend Pools antisemitisme.
Bron:
Bron omslagfoto: Raport Witolda, glos gminny, “The Auschwitz Volunteer”, bron.com
Boek van historicus, dr Leszek Pietrzak: “Zakazana Historia” – Kibice Holokaustu, pag. 30-33 (“De verboden geschiedenis” – “De Supporters van de Holocaust”)

Blog#40: Polen streden tegen de Holocaust. Amerika en Groot Brittannië daartegen keken toe en deden er niets aan. Deel 1: De muur van onverschilligheid

 

Groot Brittannië en de VS deden niks om Hitler in het uitvoeren van de Holocaust te beletten

 

Inleiding

 

70 jaar geleden heeft de Poolse regering in Londen de geallieerden geïnformeerd over het feit dat de Duitsers Joden op grote schaal aan het moorden waren.

 

In de daar opvolgende jaren eiste hij van Groot Brittannië en de VS om er actie tegen te ondernemen. Zonder effect.

 

Die zwijgende toestemming van de wereldmachten voor de uitroeiing van de Joden blijft tot op heden een beschaamd en onduidelijk stuk van de geschiedenis.

 

Het verbaast ook niet dat men in deze landen gretig de pogingen ondersteunt om de Polen met de medeverantwoordelijkheid voor de Holocaust te belasten.

 

Er wordt beweerd dat Polen met de nazi-bezetter zouden hebben samengewerkt, financieel van de Holocaust zouden hebben geprofiteerd (valse stelling van Jan Tomasz Gross) of op zijn minst passief op de slachting van hun medeburgers zouden hebben toegezien.

 

De feiten zijn anders. Het waren juist de Polen, die eigen levens riskeerden om hun Joodse medeburgers te redden.

 

De Polen eisten van de geallieerden om er alles aan te doen om de Holocaust te stoppen. De twee grootste bondgenoten, de VS en Groot Brittannië, hebben ondertussen bewust besloten om daar niets aan te doen.

 

Het is de hoogste tijd om daar duidelijk over te gaan praten, schrijft historicus, Leszek Pietrzak.

 

De feiten op een rij

 

Begin 1940, de eerste berichten bereiken Winston Churchill

 

Leiding van de Poolse ondergrondse, De Unie voor de Gewapende Strijd (Zwiazek Walki Zbrojnej) informeert de Poolse regering in Londen over de vervolging van de Poolse Joden. Poolse premier en bevelhebber, Wladyslaw Sikorski deelt dit bericht met Winston Churchill en de Britse Minister voor de Buitenlandse Zaken, Antony Eden.

 

April, 1940, Duitsers bouwen Auschwitz-Birkenau

 

Duitsers beslissen over het bouwen van de concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Een paar maanden later vertrekt het eerste transport met Joden.

 

Om de waarheid over de Auschwitz-Birkenau concentratiekamp te leren kennen was een nauwkeurige informatie over de kamp en directe verslagen nodig.

 

Witold Pilecki met zijn gezin. Bron: e-learning-auschwitz-birkanau

Witold Pilecki, luitenant en medeoprichter van het Geheime Poolse Armee (die later samen met de AK, Home Army samen ging), legt de plannen voor om de Auschwitz concentratiekamp binnen te dringen.
Het doel was om de informatie over het functioneren van de kamp te verzamelen en de verzetsstructuren op te opbouwen.

 

19 september 1940, Witold Pilecki alias Tomasz Serafinski in Auschwitz

 

Witold Pilecki laat zich door de Duitsers tijdens een razzia in Warschau oppakken, om drie dagen later als Tomasz Serafinski in Auschwitz terecht te komen.

 

the mass extermination of jews in german occupied poland

Het rapport uitgegeven door de Poolse regering in Londen. Bron: jewish.org

De eerste informatie over de genocide, die in Auschwitz begon, kwam van luitenant Pilecki. Het ondergrondse cel “Anna” in Zweden heeft zijn verslag naar Londen doorgestuurd.

 

Voorjaar 1941, “German occupation in Poland”, een bericht in het Engels, Frans en Spaans 

 

Poolse premier, Wladyslaw Sikorski vergroot zijn inspanningen om de bondgenoten, en de wereldopinie van de informatie te voorzien over de situatie van Joden in het door de Duitsers bezette Polen.

 

Op 3 mei 1941 stuurt hij een bericht in het Engels, Frans en Spaans met als titel “German occupation in Poland”, waarin hij over de ekstermienatie van Joden informeerde.

 

Groot Brittannië en de VS hebben deze informatie herhaaldelijk ontvangen.

 

Najaar 1941, “Endlösung der Judenfrage” begint eerder op het bezet Pools gebied 

 

Voordat nog de exacte plannen het daglicht hebben gezien (formeel gebeurde het tijdens de conferentie aan de Wannsee, 20 januari 1942), realiseerden de Duitsers dit plan al op de door hen bezette Poolse gebieden.

 

Een voorbeeld is hier Chełmno, waar ze Joden in de afgesloten vrachtwagens met behulp van uitlaatgassen vermoordden.

 

De leiders van de westerse landen kregen deze informatie in december 1941.

 

Einde 1941 en begin 1942, “De tot nu toe ongekende beestachtigheid”, oproep van Sikorski op de BBC 

 

Sikorski deed er alles aan om de bondgenoten tot het handelen te dwingen. De Poolse Ministerie van Informatie heeft in die tijd een brochure over de ekstermienatie “De tot nu toe ongekende beestachtigheid” uitgegeven.

 

Alle geallieerde regeringen hebben deze toespraak later i.v.v. een diplomatieke nota ontvangen.

 

Najaar 1942, Jan Karski, AK soldaat levert de volgende bewijzen

 

In opdracht van de Poolse regering in Londen vertrekt Jan Karski naar bezet Polen. Twee keer drong hij in het Warschau getto binnen. Hij verbleef in een overgangskamp in Izbica.
In het najaar 1942 keert hij terug in Groot Brittannië, waar hij als ooggetuige over de moorden op Joden heeft verteld.

Jan Karski, AK soldaat, in opdracht van de Poolse regering in Londen. Bron: Wyborcza

 

Op basis van de documentatie, die Jan Karski had meebracht, heeft Edward Raczynski, Minister voor Buitenlandse Zaken, een grondig verslag over de Holocaust voorbereid en aan de geallieerden gepresenteerd.

 

Karski werd ook door president van de VS, F.D. Roosevelt ontvangen. Hij heeft ontmoetingen met allerlei invloedrijke mensen in Amerika gehad, zoals de politici, vertegenwoordigers van de media en de kunstwereld. Overal appelleerde hij om de Poolse Joden te helpen. Zonder resultaat.

 

10 december 1942, volgende berichten van de Poolse regering aan het Westen

 

Sikorski verstuurt het volgende bericht aan de Verenigde Naties. Opnieuw roept hij het Westen om actie tegen de uitroeiing “van Poolse burgers van de Joodse afkomst” te ondernemen .

 

De Poolse ambassadeur in Londen, Edward Raczynski, verstuurde een diplomatiek bericht aan de geallieerde regeringen. In het bericht beschreef hij het lot van de Joodse bevolking.

 

Ook de Poolse Nationale Raad in Londen wendde zich tot de internationale gemeenschap met een dergelijk appel.
De Poolse president in ballingschap, Wladyslaw Raczkiewicz riep de paus Pius XII op 18 december 1942 op, om zijn zwijgen door te breken en de Joden en de Polen, die door de Duitsers in het bezet Pools gebied worden vermoord, in bescherming te nemen.

 

 

Volgende blog: Deel 2: De rassenideologie van de Britten, het cynisme van de Amerikaanse elite en het antisemitisme van Frankrijk

 

Bron:
Bron omschlagfoto: Raport Witolda, glos gminny, “The Auschwitz Volunteer”, bron.com
Boek van historicus, dr Leszek Pietrzak: “Zakazana Historia” – Kibice Holokaustu, pag. 28-33 (“De verboden geschiedenis” – “De Supporters van de Holocaust”)

mijnpolen.nl