kopafbeelding

Blog#54: Amerikaanse wet “Act S-447” vs de poging tot afpersing van Polen. De mythische rijkdommen van de Poolse Joden voor de WOII. Terugblik in de 123 jaar bezetting van Polen.

13 nov
2019

(…) Wee degenen die onrechtvaardige wetten uitvaardigen, die de onderdrukking wettelijk bekrachtigen. Zij verdraaien het recht van de zwakken (…)” – Jesaja 10:1-2

Onderwerpen te behandelen in de volgende blogs:

  1. “S-447 JUST” – De inleiding:  historische feiten lijden, voor wie de schadeloosstelling en teruggave van bezittingen, “Magdalenka/Rondetafel afspraken van 1989” en de communistische invloed anno 2019
  2. S-447 JUST” is onverenigbaar met de Amerikaanse constitutie
  3. Verdrag van Luxemburg d.d. 10 september 1950 tussen de Duitse Federale Republiek en Israël
  4. Verdrag d.d. 16 juli 1960 tussen Polen de VS en andere Europese landen  
  5. Mythische rijkdommen van de Poolse Joden voor de Tweede Wereldoorlog – wie is wie iets schuldig? Deel 3(1), Deel 3(2), Deel 3(3)
  6. “S-447 JUST” – uitkomst van een goed georganiseerd en vooruitgedacht plan van de Joodse organisaties
  7. “Holocaust restitutie – dubieuze en frauduleuze onderneming van de Joodse organisaties”, helaas is dit artikel van de fenixx.org van internet verdwenen.

Tegenover de dreiging van Pruisen en Rusland medio achttiende eeuw

rozbiory Polski. Bron: rozbria.pl

In Polen bestond een traditie om Joden hun zaken zelf te laten regelen. Het begon met de privileges die Poolse koning, Kazemier de Grote, Joden in de 14de eeuw gaf.

400 jaar gaat het goed in de Pools-Joodse relatie. De 15de eeuw is bekend van een goede conjunctuur en in de 16de eeuw beleeft Polen de gouden eeuw.

De 17de eeuw noemt Ewa Kurek een ongelukkige tijd voor Polen. Het land wordt van alle kanten aangevallen. Waaronder de Zweedse zondvloed verwoest het land.

In de 18de eeuw blijkt de schatkist leeg te zijn, er zijn veel politieke en economische problemen. (23)

De economische toestand van de Poolse bevolking medio achttiende eeuw was dramatisch, schrijft Feliks Koneczny, filosoof, historicus en kenner van de beschavingen. (1) 

De hervormingen zouden het land herstellen en moderniseren. Een sterk leger zou Polen van Pruisen en vooral van Rusland onafhankelijk maken. Daar was geld voor nodig.  

Joodse schulden aan de schatkist

Het Joodse parlement, het z.g.n. ‘vier landen parlement’ was geroepen om de belastingen onder de Joden te laten innen en aan de schatkist te betalen.

In 1764, het kroningsjaar, komen de Joodse zaken voor het eerst onder de aandacht. Na 400 jaar blijkt dat de schatkist leeg is, de Joodse belastingen komen niet meer binnen, de Joodse elite rijker dan de koning wordt en de Joodse massa’a steeds armer worden. (23)

Joodse bankiers in opdracht van de Pruisische koning verpestten opzettelijk de waarde van de Poolse munt en fraudeerden wijdverbreid met de belastingen, die ze aan de Staatskas verschuldigd waren, voor gigantische bedragen. (7)

Om daar korte metten mee te maken, schaafde Poolse koning de hogere Joodse structuren af. Het Poolse parlement nam de belastinginning van de Joden over en heeft een verzoek tot terugbetaling van de schulden bij de Kahals ingediend. (5) 

“Staat binnen een staat”

Tijdens de administratieve hervorming is gebleken dat de Joodse gemeenschap in Polen een soort ‘staat binnen een staat‘, ‘natie binnen een natie‘ was. 

De enige verbinding tussen de juridisch-administratieve structuren van de Poolse staat en de religieuze structuren van de Joodse gemeenschap – schrijft historica Ewa Kurek – was de z.g. Judeanus, die aan het koninklijk hof verbleef. (2)   

Macht van de Kahals

De macht van het bestuur binnen de Joodse gemeenschap, de Kahals, en de uitbuiting van de geloofsgenoten blijken buitensporig. 

Medio achttiende eeuw, aan de vooravond van de deling van Polen ontstaat een hevige strijd binnen de Joodse gemeenschappen, tussen de voor- en tegenstanders van de Kahals.

Het is een verzet tegen de macht van de Joodse elite, bestaande uit één paar rijke families die niet alleen de Joodse “massa’s genadeloos exploiteerden, maar bemoeiden zich ook met elk aspect van hun leven“. (3)

De armoe en overbevolking van de Joodse massa’a beginnen medio achttiende eeuw nadrukkelijk zichtbaar en problematisch te worden. (4)

Joodse schulden aan de magnaten

De economische eisen van de Poolse magnaten vormden een andere reden voor de hervormingen. De Joodse gemeenschappen, Kahals hadden ook enorme schulden bij de adel, magnaten en de geestelijken.  

De Kahal’s maakten schulden bij de rijkere Polen en door kredietmisbruik dreigden failliet te gaan. Deze situatie had vanzelfsprekend fatale gevolgen voor de vooraanstaande families in Polen en kon ze ten val brengen.

Deze kredieten hadden speculatief karakter en waren een langere tijd aan de gang. 

De Poolse magnaten leenden de Kahals geld met 6% rente. Tegelijkertijd bedroeg de handelscommissie tussen de Joden onderling 35%. Het was voor hen een zeer lucratieve business, een soort geldpiramide, en ze leenden zo veel mogelijk. (6) Het had te maken met de door de Kahals bedachte exploitatierechten, het z.g.n. “chazaka” en “meropia”. **)

Schulden volgens het onderzoek uit 1764

Volgens het onderzoek van de parlementaire commissie uit 1764  ging het om kosmische voor die tijd bedragen: 2,5 miljoen PLZ. 1,5 miljoen daarvan waren schulden bij de geestelijken. 

De deling van Polen die kort daarna plaatsvond, maakte het onmogelijk om alle schulden in kaart te brengen, zoals de kleinere claims van de rijkere plattelandsheren. 

Geen één schuld is ooit terug betaald.  

Bij de huidige bankpraktijken en de toepassing van strafrentes over het gehele periode, tot nu toe komen de deskundigen op een schuld van 25 biljoen USD uit. 

Men vergeet vaak, schrijft Ireneusz T. Lisiak, dat de in Polen financieel actieve Joden leningen van de banken ook vóór de [Tweede Wereld]oorlog namen. Als onderpand voor de leningen gebruikten ze hun onroerend goed, waarop al hypotheken waren afgesloten. Deze hypotheken zijn ook nooit afbetaald. (24)

Vergeefse pogingen om Joden in Polen te emanciperen en ze voor de Poolse zaak te winnen

De hervormingen voorzagen voor de Joden gelijke rechten met de christenen, verplichte scholing in een Poolse openbare school en opschorting van drankvergunningen voor een periode van 50 jaar. 

De meerderheid van de Poolse Joden was daar tegen en bleef liever in de afzondering. Elke verandering zagen ze als een aanval op hun materiële en morele belangen. 

‘De herbergiers, overijverig opgeleid in de Talmoed konden geen pioniers van de hervormingen zijn. De ouderlingen, die ten koste van de gemeente leefden, wilden geen veranderingen, omdat ze geen macht en winst wilden verliezen’.

Joden noemden Polen ‘hun paradijs en een beloofde land, want ze hadden er alles wat nodig was om hun spirituele onderscheid te behouden. En met het geld dat ze de dorpelingen listig afpakten, betaalden ze de rijken voor de vrijheden en vrijstellingen die de wet ze niet wilde geven.’ (8)

Houding tegenover de staat 

Wat Polen en Joden van elkaar scheidde, waren niet alleen de religie, cultuur en de economische rivaliteit, maar ook de houding tegenover de staat. De bezetters maakten daar gebruik van. (9) 

Mikolaj Repnin zei over de Kosciuszko Opstand [red. 1794] dat “alle joden (…) in hun ijver ons begunstigden”. “In de oorlog 1812-13, toen de Polen met hulp van Napoleon hun vrijheid hoopten te winnen, hebben joden de kant van de Russen gekozen (…). Alle joden waren ons [Russen] zo toegewijd (…) en heel vaak gaven ze aan ons de belangrijkste informatie door”. “(…) Ook in de november opstand [1830] dienden ze meer het bezettende Russische leger dan het Poolse (…)”. (9)

In 123 jaar van de bezetting van Polen, gebruikten de bezetters ook andere nationale minderheden zoals Oekraïners, Wit-Russen of Litouwers in hun anti-Poolse plannen. Dat gebeurde na 1918 en in 1939-45. 

Zowel in de Poolse geschiedschrijving als de Poolse traditie heeft men elke samenwerking met de bezetter als verraad gezien, ongeacht of het een Duitse, Sovjets, Zweeds, Russische of Oostenrijkse bezetter was. (10)

Magnaten trekken hun steun terug

Tijdens de 123 jaar durende bezetting van Polen, zochten Polen de gewone menselijke solidariteit. Ze zochten het overal in de wereld, maar vooral onder diegenen die het land sinds de eeuwen bewoonden. 

De adel en de magnaten waren als stand verplicht het land te verdedigen. *)

De houding, die de Joden tegenover de strijd voor de onafhankelijkheid van Polen hadden aangenomen, zag men als onverschilligheid en verraad. Daarom begonnen magnaten hun steun voor de Joden terug te trekken.

Desondanks verloren Polen in de negentiende eeuw het vertrouwen niet in het wakker maken van de massa’s Poolse Joden om samen te vechten.

Met elke opstand uit 1794, 1812, 1830, 1846, 1863, elk gevangenschap en verbanning naar Siberië, en weer op nieuw een verzet, riepen ze hen op om samen te vechten. (11)

De jaren vlogen voorbij en slechts een paar Poolse Joden begreep het idee van de Pools-Joodse broederschap van bloed. (12)

Één van hen was kolonel Berek Joselewicz. “De eerste die wilde en kon met de tirannie van de kahal’s en de almacht van tsadicks breken (…)“. (13) 

Joden, zoals de Joodse historicus, Majer Balaban het zei, “waren zich niet bewust van de plotselinge verandering, ze begrepen de bezetting niet, het interesseerde hen niet dat drie mogendheden de deling van Polen hadden ondertekend (…)“. Ze aanbaden de indringers en zwoeren hen de loyaliteit. (14)

Een vreemd land?

Ondanks het feit dat Poolse Joden bijna duizend jaar het Pools grondgebied bewoonden, bleef Polen voor de meerderheid van hen een vreemd land. Polen dienen betekende een vreemde zaak dienen. (…) Poolse Joden leefden in de historische traditie van eigen volk, eigen mysticisme, religie en legendes“. (15)

De bezettende machten waren voor hen even legitiem als de macht van de Poolse koningen. Ze begroetten de bezetters met hen toebehorende eer, ze baden voor ze en ze onderwierpen zich daaraan zonder te veel weerstand.

Het blijkt dat de Joodse geschiedenis, tradities, liturgie en de religieuze principe die Joden hebben, het voor hen onmogelijk maakte om de historische en religieuze last van hun eigen natie met de last van de Poolse geschiedenis en het Poolse concept van patriottisme en vrijheid te kunnen verzoenen“, schrijft historica Ewa Kurek. (16)

In alle door Pruisen, Rusland en Oostenrijk bezette delen van Polen begon het proces van assimilatie van de Poolse Joden in de culturen en samenlevingen van Rusland, Pruisen en Oostenrijk. Het was een gevaarlijke voor de Poolse zaak ontwikkeling en de hoofdmotor voor de vijandigheid tegen de Joden. (17)

Eigen belang en geen solidariteit

Nu weten we, zegt historica Ewa Kurek, dat de houding van de Joden vooral werd bepaald door de bezorgdheid om te overleven en de vorm van het Joods leven, die ze door de eeuwen heen op het Pools gebied hadden opgebouwd, in de onveranderde vorm te behouden”.

Polen gaven hun beste zonen en dochters om voor de vrijheid van Polen te vechten. Ze verwachtten van Joden geen afstand van hun eigen religie maar solidariteit. 

De houding van de Joden tegenover de bezetters en gebrek aan solidariteit tegenover Polen noemde men bij de naam: een enorme ondankbaarheid en duidelijk verraad van de buitenlanders.

Poolse oorlog tegen de Bolsjewieken. Bron: Polish club

Polen hadden het volste recht om solidariteit van de Joden te verwachten, zowel in de strijd als de opbouw van de Poolse staat, die de Joden en hun belangen door de eeuwen heen beschermde. 

Dus op het moment toen de Polen hun onafhankelijkheid in 1918 hadden herwonnen, één ding werd duidelijk dat “de Joodse ‘natie’ geen vertrouwen, respect en solidariteit van de opgebouwde Poolse staat verdiende“. 

Deze overtuiging werd des te meer versterkt door de Joodse claims op het Poolse grondgebied.

Het gebeurde voordat nog de laatste strijd voor de onafhankelijkheid moest worden gewonnen. (18) 

Op 21-22 oktober 1918 vond de zionistische conferentie in Warschau plaats. Izaak Grünbaum eiste van de Poolse staat een constitutionele garantie voor de nationale autonomie voor de Joden in Polen. (19) 

Door dit soort eisen te accepteren, “zou Polen geen product meer van het nationale leven zijn – zei Poolse politicus Joachim Lelewel – maar een naamloze vennootschap waarin de verschillende naties een staat vormden om hun materiële belangen te bevredigen”
In Polen, vanaf het moment van het herwinnen van de onafhankelijkheid in 1918 hadden de Joodse, Ruthenische [Russische] en Duitse minderheden gelijke rechten met de Poolse bevolking. Ze waren op gelijke wijze in alle gezamenlijke organen vertegenwoordigd.

Als ze daarnaast nog afzonderlijke lichamen kregen, zouden Polen er als de enige natie tot de rol van een paria in hun eigen land gereduceerd worden. (20)

Dat kon niemand accepteren. 

Het is ook het moment waarop de vijandige propaganda tegen Polen begon.

Bron: historiek.net

Het ging zelfs zo ver dat Polen in het verdrag van Versailles in 1919 slechter werd behandeld dan de Duitsers, de aanstichters en verliezers van de Grote Oorlog.

Met een uitzondering van 1-2% hebben Joden tijdens de 123 jaar gevangenschap van Polen geen solidariteit getoond. Ze hebben geen deel aan de strijd en de opbouw van de nieuwe Poolse staat genomen. Ze waren echter de eersten, die van de nieuw gewonnen onafhankelijkheid wilden profiteren door mede eigenschap van Polen te eisen. (21)

wordt vervolgd

Vorige blog: Wie waren de Poolse Joden?

Volgende blog: Welke groep Poolse Joden heeft de oorlog overleefd

Terug naar het begin: blog#1

*) Elke stand had in de Eerste Republiek Polen duidelijke rechten en verplichtingen – de adel: politiek en de verdediging van het land, boeren akkers bewerken, priesters bidden, stedelingen ambacht en verzorging van de stad. Hoewel Joden formeel geen stand waren, behandelde ze men wel als zodanig. Hun taak was handel en het verstrekken van leningen. 

**) Volgens de Joodse wet (Talmoed) is alles wat niet-Joden hebben, een ‘woestijn’ of een ‘vrij meer’, waar Joden zich op hun eigen manier mogen vestigen, zoals hun eigen welzijn het vereist. Men had dus bedacht dat alles wat niet-Jood heeft, is eigendom van de Kahal.

De Kahal kon een niet-Jood zijn eigendom niet zomaar afpakken, daarom heeft hij voor zijn eigen gebruik de ‘exploitatierechten’ van niet-Joden bedacht. Deze rechten mocht een Jood van de Kahal door middel van veiling ‘kopen’. Deze ‘rechten’ waren beschermd en erfelijk. Als de ‘exploitatierecht’ over een grond ging, noemde men het ‘chazaka’, en over een persoon ‘meropia’. “Wie op deze wijze een goj (niet-Jood) of zijn eigendom ‘verwierf’, mag hij er zijn eigen winsten bedenken, naar willekeur handelen, zich niet beperkt voelen en voor geen concurrentie vrezen“.

Deze praktijk ontstond in Polen eind zestiende eeuw.

“Zo zag de Joodse economie in Polen eruit”, schrijft Feliks Koneczny, “(…) dat medio achttiende eeuw het hele land met chazaka of meropia werd beplakt. Er bleken twee wetten, het Poolse en het Joodse, twee eigendomsrechten en twee rechterlijke machten op het gebied van eigendom te bestaan”. (22)

Bronnen:

(1) Feliks Koneczny, Cywilizacja zydowska, deel III, walka o byt, ekspansja”, pag. 55-56 [De Joodse beschaving, deel 3. De strijd om het bestaan, de uitbreiding]

(2) Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45”, str. 52 [“Voorbij de grens van solidariteit”. Pools-Joodse relaties 1939-45″]

(3) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag.92 – na: S. Hirschhom “Historia Zydow w Polsce od Sejmu Czteroletniego do wojny europejskiej (1788-1940)”, pag.18; Warszawa 1921- [De Joodse beschaving, deel 3. De strijd om het bestaan, de uitbreiding; S. Hirschhom “Joodse geschiedenis in Polen v.a. de Vierjarig Palrement tot de WOII (1788-1940)”]

(4) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag. 56 – na Zalkind Hurwicz “Usprawiedliwienie czyli Apologia Zydow, I,2; Warszawa 1786 – [De Joodse beschaving, deel 3. De strijd om het bestaan, de uitbreiding; Zalkind Hurwicz “Rechtvaardiging of verontschuldiging van Joden”, I 2, Warszawa 1786]

(5)  Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45” str. 52 na: A. Eisenbach “Emancypacja zydowska na ziemiach polskich 1785-1870”, Warszawa 1988, s. 42 [Voorbij de grens van solidariteit. Pools-Joodse relaties 1939-1945 – na: A. Eisenbacht “Joodse emancipatie op het Pools grondgebied 1785-1870]

(6) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag. 102-103 [Joodse beschaving]

(7) https://justice4poland.com/2019/02/26/dlugi-zydow-wobec-polski/comment-page-1/ [Justice4Poland_Joodse schulden aan Polen]

(8) B. Stanislawczyk “Kto sie boi prawdy? Walka z cywilizacja chrzescijanska w Polsce”, pag. 112-114 [ “Wie is bang voor de waarheid? Het gevecht tegen de christelijke beschaving in Polen”]

(9)  B. Stanislawczyk “Kto sie boi prawdy? Walka z cywilizacja chrzescijanska w Polsce”, pag. 114-115

(10) Ewa Kurek “Poza granica solidarnosci. Stosunki polsko-zydowskie 1939-45”, pag. 13

(11) idem, pag. 60

(12) idem, pag. 64

(13) idem, pag. 55 na: Z. Hoffman, Berek Joselewicz, in: Kalendarz zydowski 1984-1985, Warszawa 1984, str. 116

(14) idem, pag. 53-54

(15) idem, pag. 64-65

(16) idem, pag. 66

(17) idem, pag. 62

(18) idem, pag. 68-69

(19) idem, pag. 68-69

(20) idem, pag. 71; uit het parlementair verslag, november 1920, l.59

(21) idem, pag. 71

(22) Feliks Koneczny, “Cywilizacja zydowska”, t.III, Walka o byt. Ekspansja”, pag. 107-109 – na: Brafmann: ‘Joden en de Kahals’ (vierde uitgave), met uitleg van Teodor Jeske-Choinski; Warszawa, 1914

(23) TV Niezalezny Lublin, gesprek met historica Ewa Kurek over de Joodse schulden de zogenaamde ‘schulden op synagogen’ uit 1764; d.d. 8-11-2019: https://youtu.be/58qUj3kY9VA [TV Onafhankelijk Lublin]

(24) Ireneusz T. Lisiak, “Zaklamany Holokaust”, pag. 51 [De verkeerde voorstelling van de Holocaust]

Geef een reactie