Blog#2: Propagandafunctie van woorden

propaganda woorden
31 dec
2016
 
 
De links seculiere groepen in Polen (later ‘links liberalen’ genoemd) samen met de postcommunisten hebben de politieke en maatschappelijke discussie in Polen na 1989 gedomineerd.

 

De nieuwe maatschappelijke en politieke orde volgens hen vereiste een verandering van het waardesysteem die aan de basis van de westerse beschaving ligt: vrijheid, familie, geloof, gemeenschap, natie, vaderland, moraliteit, nationale identiteit, historisch geheugen, vaderlandsliefde, goedheid, waarheid. Al deze begrippen hebben een bepaalde waarde en ze vullen elkaar aan.

 

Een andere invulling van deze begrippen en vervaging van hun werkelijke betekenis heeft zijn gevolgen. Het eisen van de politieke subjectiviteit op nationaal, sociaal en staatkundig gebied brengt bijna automatisch een beschuldiging naar boven van eurofobie, xenofobie, marktfobie, provincialisme, nationalisme, antisemitisme en zelfs fascisme.
Iedereen die de door de EU opgelegde regels in twijfel brengt, gemotiveerd door het belang van zijn eigen land krijgt meteen de naam van een euroscepticus en in het vervolg een nationalist.

 

Het begrip ‘nationalisme’ heeft in het publieke debat het woord ‘chauvinisme’ verdrongen en het is bijna zijn synoniem geworden.

 

De tragische ervaringen met het Duitse nazisme vormden een gelegenheid om zowel de ‘natie’ als ‘nationalisme’ in diskrediet te brengen door ze ten onrechte met elkaar de identificeren. En het nationalisme gelijk aan het antisemitisme te stellen.

 

Historisch gezien was het Duits nazisme een racistische ideologie en geen nationale ideologie. Het was ronduit a-nationaal.(1)

 

Het is hier belangrijk duidelijk de verschillen te benadrukken tussen het Latijns nationalisme, in dit geval het katholiek, Pools nationalisme en het concept van het nationalisme uit de Germaans-protestantse stroom.

 

De totalitaire tendens die in Italië en Duitsland begin vorige eeuw ontstond, bracht met zich mee een nationaal egoïsme (anders darwinistisch nationalisme genoemd) of zelfs haat tegenover andere naties. Dit ging gepaard met het verwerpen van het christendom zoals in het geval van Hitler’s Duitsland.

 

Het Germaans-protestantse nationalisme was op bezetting belust, imperialistisch, waar de menselijke natuur in de publieke domein aan de staat was onderworpen. De geldende principes waren: de macht boven de wet, het doel heiligt de middelen.

 

In het Latijnse nationalisme of christelijk nationalisme daartegen hebben we het over een staat als gemeenschap. De gemeenschap is de drijvende, creatieve kracht achter de ontwikkeling van de staat en de politieke entiteit in de staat. Tussen de overheden en de samenleving bestaat een natuurlijke, organische samenwerking. En dit is juist het katholiek personalisme, die de basis voor de relatie tussen de staat en het individu in de Latijnse beschaving vormt.(2)

 

Een andere betekenis heeft ook het begrip ‘fascisme’ gekregen. Dit woord beleeft zijn opleving in de jaren 90-tig en dit keer in zijn valse betekenis. Hiermee wordt namelijk de rechtse en conservatieve kant van de politiek betiteld. Terwijl zowel het ‘nazisme’ als ‘fascisme’ linkse bewegingen waren. Het was Stalin die het woord ‘fascisme’ begon te gebruiken om zijn politieke tegenstanders te bestrijden.

 

De links-liberalen in Polen na 1989 namen deze retoriek over. Een ‘fascist’ betekent tegenwoordig een ‘politieke ketter’. Het dient om een persoon te stigmatiseren en uit de publieke sfeer uit te sluiten. De linkse groepen putten ook uit andere woorden, zoals: ‘racist’, ‘seksist’, ‘homofoob’, ‘kristen-ist’ (in het Pools = chrzescijanista), ‘antisemiet’ die met dezelfde bedoeling gebruikt worden.

 

Op deze manier ontstaat er een reeks van onderling afhankelijke begrippen: natie, nationalisme, fascisme, patriottisme, xenofobie, antisemitisme, waar nog een andere z.g.n. ‘moderner’ betekenis wordt aan toegevoegd.

 

Propaganda functie van deze woordenreeks is groot. Deze begrippen hebben een sterk gekleurde of emotionele waarde en ze beschikken tegelijk over een vage inhoud. Ze dienen geen communicatie maar een politieke strijd. Het zijn stigma woorden die klinken en werken als een vonnis. (3)

Volgende blog: “Georganiseerde brutaliteit van de z.g.n. ‘totale oppositie’ in Polen”

Vorige blog: “Ter inleiding op mijnPolen.nl”

Bronnen:
(1)(3) B.Stanislawczyk, “Kto sie boi prawdy?”, p. 699-700
(2) M. Ryba “Odklamac wczoraj i dzis”, p.133-135

Geef een reactie