kopafbeelding

Blog#11: De media in dienst van de politiek na 1989: Gazeta Wyborcza van Adam Michnik

13 mei
2017

 

Inleiding 

 

Het meest waardevolle uit alle Ronde Tafel *) bepalingen was de oprichting van een onafhankelijk dagblad, die iedereen in het land zou bereiken. Een ware stem van de vrije samenleving en Solidarnosc. Zo ontstond het idee van een uniek dagblad, later “Gazeta Wyborcza” genoemd.

 

Iedereen van Solidarnosc steunde het blad moreel en op het gebied van werken. Vanaf het begin stonden het blad ter beschikking uitstekende schrijvers, overtuigd van hun roeping journalisten, ideeën van ervaren organisatoren, de ondersteuning van de meest waardevolle elite en hulp van de communistische staat.

 

Adam Michnik samen met zijn team had alles om van ‘Gazeta Wyborcza” het meest betrouwbare en eerlijke krant te maken. En wat is er van geworden?

 

Een uniek mediaal fenomeen, het grootste in haar soort in Centraal- en Oost-Europa. Michnik creëerde een dagelijks, opiniemakend blad die zeer snel haar eigen normen van journalistieke en politieke correctheid in Polen bepaalde.

 

Door tegenstanders “wybrcza” (“selectief”) genoemd, omdat ze zeer snel beroemd werd van een kenmerkende selectie van informatie, beoordelingen en opmerkingen.

 

“Gazeta Wyborcza” heeft haar hoofddoel bereikt, ze werd in Polen het grootste politieke instrument en een lucratieve onderneming (1).

 

Het begin

 

Afhankelijk werd “Gazeta Wyborcza” met het logo van Solidarnosc uitgegeven (het eerste nummer verscheen op 8 mei 1989). Solidarnosc was echter haar eigenaar niet, maar een privé onderneming “Agora”, opgericht door Adrzej Wajda, Zbigniew Bujak en Aleksander Paszynski. Officieel begon het vanuit het niets, zonder advertenties en commercials.

 

“Gazeta Wyborcza” werd gezien als stem van alle leden van de burgerbeweging. Ze won de sympathie van de lezers, een sterke positie in de markt, en ze kreeg de faam van een eerste onafhankelijke release. In 1990 bedroeg de gemiddelde oplage 500 000 exemplaren.

 

Ondanks het feit dat het een privé onderneming was, profiteerde ze van de Ronde Tafel toezeggingen, zoals een korting op het papier (red. IV: dat toen in het land gerantsoeneerd werd) en levering van papier uit de staatsreserves.

 

Geen enkele titel die een paar maanden later op de markt kwam had dergelijk sociaal vertrouwen of overheidssteun noch zo goed gekozen moment van debuut.

 

Een belangrijk deel van de journalisten, die naar “Gazeta Wyborcza” ging, kwam van het ondergrondse weekblad “Tygodnik Mazowsze”. Ook apparatuur, veel geld en gaven die het blad van binnen- en buitenland ontving, had “Gazeta Wyborcza” van “Tygodnik Mazowsze” overgenomen.

 

Tijdens de eerste weken van het bestaan van “Gazeta Wyborcza” kreeg het personeel geen salaris. Journalisten beschouwden de “Gazeta” als iets meer dan alleen een werkplek. Zelfs de drukkers van Solidarnosc kwamen naar “Gazeta” na hun werkuren om er gratis te werken.

 

“Gazeta Wyborcza” zou een dagblad van de gehele oppositie worden, maar al na een jaar bleek de krant van alleen een deel daarvan te zijn (1).

 

“Oorlog aan de top”

 

Adam Michnik als hoofdredacteur van “Gazeta Wyborcza” werd partij in een twee jaar (van medio 1989 tot en met juni 1990) durende politieke conflict, de zogenaamde “oorlog aan de top” tussen het linker en het conservatieve kamp binnen Solidarnosc.

 

Adam Michnik, als de belangrijkste ideoloog van de linkse kant van Solidarnosc steunde de regering Mazowiecki en zijn kandidatuur voor het presidentschap. Tegelijkertijd pleitte hij tegen Lech Walesa. Voor de presidentsverkiezingen, gaf Michnik een expliciete verklaring van zijn politieke voorkeur door middel van een artikel “Waarom ga ik niet voor Lech Walesa stemmen. (3)”

 

In reactie daarop had het Nationaal Comité van Solidarnosc “Gazeta Wyborcza” het recht ontnomen om langer het logo van Solidarnosc te gebruiken. Het Comité vond het artikel van Michnik tendentieus, dat alleen één doel kon dienen: Lech Walesa in diskrediet brengen, de spot met hem drijven. Bovendien was “Gazeta Wyborcza” nooit een informatieblad van Solidarnosc geweest.

 

De opkomende leider Jaroslaw Kaczynski vertegenwoordigde het conservatieve kamp en hij verbond de kans op politieke verandering in Polen met Lech Walesa. Het ging hem niet zo zeer om de persoon maar om het programma en de visie op de toekomst van het land.

 

Het weekblad “Tygodnik Solidarnosc” was de stem van de vakbond Solidarnosc. Zijn oplage was vijf keer kleiner dan die van “Gazeta Wyborcza”, en elk jaar verloor het aan belang.

 

Met het artikel van Piotr Wirzbicki “Familie, Aanhang, Hof” signaleerde “Tygodnik Solidarnosc”, als eerste de splitsing in het kamp van Solidarnosc.
De ‘familie’ moest Geremek, Kuron en Michnik, de ‘aanhang‘ de voorstanders van Mazowiecki en het ‘hof‘ de omgeving van Walesa vertegenwordigen.

 

Het samengaan van de ‘familie’ en de ‘aanhang‘ was het begin van de oorlog aan de top, die Solidarnosc voor goed heeft verdeeld.

 

Deze deling bleef actueel (ondanks het feit dat Lech Walesa later de kant van Adam Michnik had gekozen) en wees twee politieke richtingen en twee vormen van patriottisme aan: traditioneel en liberaal (1).

 

Het feit dat “Gazeta Wyborcza” voor één partij had gekozen, veroorzaakte ontevredenheid bij een aantal journalisten binnen de krant. Als gevolg daarvan verloren ze ook hun banen.

 

– Mijn rol als verslaggever is het aandragen van feiten en tijdens de presidentiële campagne werd ik aangespoord om de kandidaten te evalueren en in mijn artikels voor Mazowiecki te kiezen – herinnert zich Krzysztof Leski, tegenwoordig journalist bij de BBC. Hij raakte in ernstig conflict met de leiding van “Gazeta”. Als gevolg daarvan werd hij om een willekeurige reden in zijn beroep als reporter geseponeerd, vervolgens naar een buitenlandse afdeling overgeplaatst en daarna met een anderhalf jaar onbetaald verlof gestuurd.

 

Gedurende deze periode begon Adam Michnik ook in het openbaar zijn sympathie voor Wojciech Jaruzelski te uiten en bij elke kritiek over hem haalde hij naar de journalisten uit.

 

Een andere reden voor ontevredenheid onder de journalisten was een circulaire uit 1991, die hen verbood in het openbaar opvattingen te uiten, die in strijd waren met de lijn van “Gazeta Wyborcza”.

 

– In toenemende mate werd ik in verlegenheid gebracht – vertelt Grzegorz Gorny – het gebeurde dat ik op pad werd gestuurd met een kant-en-klare instructie: deze ondersteunen, de andere aanvallen. Deze manier van schrijven beviel me niet, en toen ik bij de krant wegging, voelde ik een grote opluchting (2).

 

In de eerste helft van de jaren 90-tig was alles in “Gazeta Wyborcza” ondergeschikt aan het politiek slagen van de ‘hervormingen van Balcerowicz’ en de toetreding van Polen tot NAVO en de EU (1).

 

Politieke neutraliteit van “Gazeta Wyborcza” bestaat niet

 

“Gazeta Wyborcza” creëert politieke gebeurtenissen, of in ieder geval bereidt zorgvuldig de basis daarvoor.

 

Michnik had in een interview voor “Tygodnik Powszechny” toegegeven, dat hij in de “Gazeta” meer een politieke dan een redactionele functie vervult. De medeoprichter van “Gazeta Wyborcza” Juliusz Rawicz maakte er geen geheim van: “wij zijn een politieke krant. We creëren de situaties, gebeurtenissen, als wij onze kijk op een zaak willen populariseren”.

 

Het grootste deel van de kranten in de wereld heeft een speciale pagina bestemd alleen voor opmerkingen. Er is een duidelijke scheiding van de informatie pagina. “Gazeta Wyborcza” integendeel, tot de dag van vandaag publiceert reacties direct onder de tekst op de eerste pagina.

 

In de publieke opinie werd “Gazeta Wyborcza” met de partij “Unia Wolnosci” (Virjheidsunie) geassocieerd. Deze opinie werd bevestigd toen Agora de partij met 300.000 PLN in de parlementsverkiezingen steunde.

 

“Gazeta Wyborcza” verloor de steun van Solidarnosc, maar ze verloor haar status als de ideologische en morele autoriteit niet (2).

 

Het is belangrijk hier te vermelden dat in de late jaren 80-tig en de hele jaren 90-tig de kennis van de gesprekken en overeenkomsten tussen de oppositie en het communistische regime (laat staan de gesprekken in Moskou) een geheime kennis was, voor het grote publiek niet toegankelijk.

 

De woorden van een oppositieautoriteit zoals Adam Michnik hadden een vernietigende kracht. Tegenspraak verdween in de zee van bewondering en respect voor ‘de grote dissident’.

 

Kritische stemmen konden de publieke opinie niet bereiken, omdat de meeste media in Polen door de linkse groepen uit post-Solidarnosc en post-communisme waren gedomineerd. Waarin de belangrijkste plaats had de omgeving van “Gazeta Wyborcza”.

 

In 1990, schreef J. Orzel in het weekblad “Tygodnik Solidarnosc”: “de monopolie van de regering op de massamedia zorgt ervoor dat de alternatieve programma’s geen kans krijgen om gehoord te worden. We hebben te maken met een paradoxale en gevaarlijke situatie, waarbij de ontevreden samenleving de overheid steunt omdat ze geen alternatief ziet” (1).

 

Monopolisering van de media

 

De monopolisering van de massamedia was een onderdeel van de Ronde Tafel transformatie. De uitverkoop van de Poolse kranten trad in. De kranten die het geld niet hadden om zich te redden, kwamen in de buitenlandse handen. De grootste inkoop activiteit toonde het Duitse kapitaal (red.IV: op dit moment 75% van de media in Polen).

 

Ondanks de internationale diversiteit spraken de buitenlandse tijdschriften met één stem, ten gunste van de economische en culturele liberalisering. Op de achtergrond stonden nl. de eigendom belangen van de westerse bedrijven.

 

Ook de uitgever van “Gazeta Wyborcza”,  Agora werd gekocht door het Amerikaanse bedrijf Cox. Na 9 jaar debuteerde Agora op de beurs en ze groeide uit tot een van de meest opiniërende instellingen in Polen en ze breidde snel uit (1).

 

De droom en de val 

 

“Gazeta Wyborcza” was de droom van de meeste journalisten. Ze werd criterium van waarden, mode, snobisme, en van het behoren tot het ‘beter’ of ‘slechter’.

 

Het werken bij de krant gaf prestige en opende de deuren tot de hogere kringen in Polen en buitenland. De protegés van “Gazeta Wyborcza” bleven in haar geest denken, zelfs na het verlaten van de krant .

 

Mensen van “Gazeta Wyborcza”, en meer in het algemeen mensen van de links seculiere kringen vormden een invloedrijke omgeving (‘salon’ genaamd), die het openbare leven en de publieke opinie sinds 1989 had gedomineerd. “Gazeta Wyborcza” was hun spreekbuis, en haar hoofdredacteur Adam Michnik hun geestelijke leider. De krant bepaalde de denkwijze van de meerderheid van de intellectuelen en jongeren.

 

Begin van de gezagscrisis van “Gazeta” was de ‘affaire van Rywin’ (1).

 

Dit was één van de grootste corruptieschandalen van de RP III, op het snijvlak van politiek, het bedrijfsleven en de media, en net als vele andere schandalen uit de post-communistische tijd nooit opgehelderd.

 

Lew Rywin zou Adam Michnik in 2002 een corruptievoorstel hebben gedaan. Volgens dit voorstel moest Agora aan de SLD (Poolse Boerenpartij) 17,5 miljoen dollar betalen voor het invoeren van de voor Agora gunstige mediawet (red. IV: om de overname van POLSAT mogelijk te maken). In ruil daarvoor zou “Gazeta Wyborcza” met kritiek op minister-president en de SLD stoppen. Na de overname van POLSAT door Agora zou Lew Rywin een betrekking bij POLSAT krijgen (4).

 

 

Bronnen:
 
*) “Magdalenka”/”Ronde Tafel 1988-89” – De geheime overeenkomst van elites tegen de Poolse bevolking, wiens doel was geen onafhankelijk Polen maar een transformatie van het communistische systeem in de z.g.n. RP III. De basis voor de RPIII werd het post-communisme gebaseerd op: de institutionele, juridische en personele continuïteit, de invloeden van verschillende belangengroepen, sociale onrechtvaardigheid en het waarborgen van de geopolitieke belangen (vooral van Moskou).  –  http://www.slawomircenckiewicz.pl/aktualnosci/cenckiewicz-o-zdradzie-okraglego-stolu-pelna-wersja-tekstu, p.11
(1) B. Stanislawczyk, “Kto sie boi prawdy?”, ‘Walka o “dusze narodu”, czyli media w sluzbie polityki’, pag. 302-309
(2) R. Kasprow, L. Zalewska, “Od nedzy do pieniedzy” : http://niniwa22.cba.pl/gazeta_wyborcza_i_agora.htm
(3) Michnik A., “Dlaczego nie oddam glosu na Lecha Walese”, “Gazeta Wyborcza, nr. 252, 27-28 X 1990

Geef een reactie