Blog#36: Drie genocides op de Poolse bevolking in de Tweede Wereldoorlog. Deel 2: De vernietiging van de Poolsheid in Wołyń

09 jun
2018

 

Foto: isakowicz.pl

Inleiding

 

Op een zondagochtend, 11 juli 1943 vielen er kogels, granaten, flessen met aangestoken benzine, hooivorken, zeisen, messen, bijlen en pokers. De meeste slachtoffers waren vrouwen en kinderen.

 

Deze tragedie heeft levens van meer dan 130.000 Polen gekost (….), tientallen duizenden gewonden, duizenden wezens, daklozen, ontelbare schare aan getraumatiseerde mensen.

 

De situatie van Polen, die in de Zuid-Oost provincies van het land woonden, was tragisch in de Tweede Wereldoorlog.

 

Eerst verscheurd door de Sovjetterreur, deportaties naar Siberië en Kazachstan, aanhoudingen midden in de nacht, Sovjet kampen (1939-1941).
Daarna de Duitse bezetting, dwangarbeid in Duitsland, quota’s in mensen, producten en geld, razzia’s, concentratiekampen (1941-1944), om uiteindelijk geteisterd te worden door de terreur, die de Oekraïense politie, in de Duitse dienst zaaide.

 

De genocide op Polen in Wolyn in de Tweede Wereldoorlog wacht nog steeds op de uitleg, ondanks het verstrijken van meer dan 70 jaar. (1)

 

Wat is genocide?

 

Het woord genocide heeft Poolse advocaat en officier van justitie van de Joodse afkomst, Rafal Lemkin geïntroduceerd. In het door Lemkin voorbereidde VN-verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, d.d. 9 december 1948, zegt het Art. II het volgende:
Foto: geni.com
“(…)
In dit Verdrag wordt onder genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen:
a. het doden van leden van de groep;
b. het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
c. het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;
d. het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
e. het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.(…)” (2)

 

Volgens het VN-verdrag worden de misdaden van de Oekraïense nationalisten (OUN-UPA) op Polen in Wolyn als Genocide aangeduid.

 

De Oekraïense nationalisten veronderstelden een zo snel mogelijke moord op alle leden van de Poolse natie, van ongeboren baby’s, kinderen, volwassenen tot bejaarden ongeacht het geslacht en de leeftijd.
Daar waar de omstandigheden het toelieten, ging het doden gepaard met barbaarse martelingen, zoals:

 

  1. hakken met bijlen
  2. spijkers in schedels slaan
  3. scalperen
  4. afsnijden of afhakken van een hand, neus, oren, lippen of een tong
  5. met een bijl op het voorhoofd of schedel slaan
  6. mond van oor tot oor openscheuren
  7. keel afsnijden
  8. het hoofd (af)hakken met een bijl
  9. borsten afsnijden
  10. iemand levend met een zaag door het midden snijden
  11. buik van een zwangere vrouw opensnijden en iets erin gooien
  12. stoppen van voorwerpen in de vrouwelijke schede
  13. ophangen van slachtoffers aan hun ingewanden
  14. aderen uittrekken
  15. handen branden
  16. het hele lichaam in stukken hakken
  17. vastspijkeren aan een tafel of aan een kruis in de kerk
  18. slaan met een hamer een houten pen in de buik
  19. het lichaam aan stukken scheuren met paarden of kettingen
  20. het lichaam door de straten slepen aan een touw rondom de nek
  21. het slachtoffer als schietschijf gebruiken
  22. ophangen aan een prikkeldraad
  23. het slachtoffer levend ingraven en het uitstekende hoofd met een zeis afsnijden
  24. het slachtoffer in brand steken
  25. de huid met een scheermes uitsnijden
  26. kinderen levend in een waterput, vuur of brandende gebouwen gooien, ophangen aan genitaliën, ze op pallen of hekken spitsen, in een rivier laten verdrinken, baby’s op hooivorken spitsen

(3)

De onvoorstelbare brutaliteit van de daders doet denken aan de scènes uit de 18de eeuwse bloederige traditie van de hajdamaks *) en later van de bolsjewistische revolutie.
De historicus Aleksander Korman heeft vastgesteld, dat de Oekrainse Partizanen Armee (UPA) 362 methodes van beestachtige martelingen op Polen toepaste. (4)

 

Onafhankelijkheidsprogramma van de OUN-UPA voor Oekraïne

 

De Oekraïense nationalisten (OUN-UPA) hebben een deel van hun samenleving een eenvoudig onafhankelijkheidsprogramma aangepraat.
“Als er geen enkele Jood, Pool, Hongaar, Roemeen, moslim of andere vreemdeling op de Oekraïense bodem zou zijn (…), maar vooral geen één Pool, zal ook Roosevelt Oekraïne als onafhankelijk land erkennen“.
Daarom riepen ze het volk op om “te doden, doden en nogmaals te doden wanneer het juiste moment aanbreekt”.

 

Acties tegen Polen waren georganiseerd, gepland en wijdverspreid.

 

In Wolyn hebben ze 60.000 slachtoffers gekost. Van 1150 dorp nederzettingen en 31.000 boerderijen heeft de UPA 91% vernietigd.
In Oost-Galicie waren het 70.000 slachtoffers.

 

De door hen aangevallen bevolking was niet eerder opgeroepen om het gebied te verlaten, nog werd hen een andere vesting aangeboden. Ze werden zelfs aangemoedigd om te blijven en ze kregen ‘veiligheidsgaranties’.

 

De medeplichtige aan de slachting van de Poolse bevolking, behalve de UPA strijders, was ook de Oekrainse bevolking, ook vrouwen en kinderen.

 

Oekraïense boeren namen deel aan de moorden op Polen, omdat ze op deze manier hun bezittingen en grond konden overnemen, en dit verlangen bleek in veel gevallen sterker te zijn dan het morele gebod “gij zult niet doden”.

 

De Oekrainse boeren, voorzien van bijlen, zeisen en messen vormden bendes, de zgn. ‘zelfverdedigingseenheden‘, en hielpen de UPA bij de moorden. Vrouwen en kinderen deden mee aan berovingen, brandstichtingen en aan het doden van de gewonden.

 

Dat mensen jarenlang buren van elkaar, goede kennissen of vrienden waren, had daar geen invloed op. Ook geen gemengd huwelijk werd ontzien. Vaak dwong de UPA de Oekrainse mannen (vrouwen) om hun echtgenote(s)n te doden.

 

Meedogenloze dood wachtte alle Oekrainers, die Polen op een of andere manier hielpen, door ze te waarschuwen of ze onderdak te bieden. Ondanks dat waren er veel rechtvaardige Oekrainers.

 

Typerend is dat het geen bezetter was die deze moorden pleegde. Het waren de medeburgers, mensen die geen loyaliteit aan de II Poolse Republiek toonden.

 

Sommigen maakten gebruik van de door hen geroofde documenten en onder de naam van hun slachtoffers verhuisden ze naar Polen of naar het Westen.

 

Na elke moord en beroving verbranden Oekrainers elke boerderij. Ze kapten de bomen, die er rondom stonden en ze ploegden de grond.

 

Ze deden het om geen kans te laten bestaan dat iemand na de oorlog zijn eigendommen zou kunnen herkennen. Ook om geen waterputten met de vermoordde mensen en de massagraven te laten vinden (5).

 

Het was geen Pools-Oekrainse- of burgeroorlog

 

Het is onjuist deze tragedie, die in de jaren 1943-44 plaatsvond een Pools-Oekrainse- of burgeroorlog te noemen. Dit zou betekenen dat beide kanten dezelfde doelen hadden.

 

Polen waren totaal geschokt en ze konden zich niet verdedigen. Wat ze konden doen was een wanhopige verdedig tegen de vernietiging. Bovendien waren het vooral hulpeloze boeren, die de schachtoffers werden. (6)

 

Het commandant van het AK district Wolyn, Kazimierz Babinski, psuedonim “Lubon”, vermeldde op 22 april 1943 over de situatie van de Polen in Wolyn, waarin de Oekraïense bandieten de hele gezinnen afslachten (…),

 

Hij wees erop dat de Duitsers de Oekraïense bevolking in een zelfmoordstrijd tegen hun medeburgers van de Poolse nationaliteit duwen.
Het is voor de Duitsers makkelijker het land te bezetten wanneer de verschillende bevolkingsgroepen met elkaar vechten. Op deze manier kunnen ook de Sovjet-partizanen de Poolse leiding in hun handen krijgen. De enige verliezers in deze situatie, schreef hij zijn de Poolse en Oekraïense bewoners en eigenaren van dit land.

 

Het AK commandant verbood de methoden, die de Oekraïnse bendieten gebruikten. Hij zei, we zullen geen Oekrainse boerderijen ter vergelding verbranden, geen vrouwen en kinderen vermoorden.

 

In de verdedigingsacties verbood hij de samenwerking zowel met de Duitse bezetter als met de Sovjet-partizanen. De commandanten hebben de plicht om er alles aan te doen dat ze de Polen, die samen met de Sovjet-partizanen vechten aan de Poolse kant te krijgen. Hij waarschuwde voor de provocateurs en de communisten. (8)

 

Op 16 januari 1944 schreef het AK commandant aan de leiding: Er is geen genade of een verzachtende omstandigheid voor de moordenaars van vrouwen en kinderen. We hebben dit gevecht niet gewild. Als buren wilden we in vrede met de Oekraïense bevolking van Volhynia leven. Het is anders gegaan en we hebben geen schuld aan dit bloedvergieten. (9)

 

Één keer was er sprake van vergelijkbare strijdkrachten tussen de Polen en de Oekrainers, toen in 1944 de “Pools-Oekrainse frontlinie” ontstond. Als gevolg daarvan stierven in dat hele gebied niet meer dan 2-3 duizend Oekraïners.

 

Moskou en Kiev beschouwden de OUN-UPA officieel als een criminele organisatie. Vooral omdat ze naar de onafhankelijkheid van Oekraïne streefde. Dat was zo wie zo het lot van elk volk dat dit soort aspiraties in de ogen van de Sovjets had. Dat OUN-UPA de Polen vermoordde was niet van belang.
In Oost- en Zuid-Oekraïne is een overtuiging dat de OUN-UPA een fascistische organisatie is.
In West-Oekraïne, die ooit van de Poolse Republiek II was, en onder de Oekraïners in Canada en Zuid-Amerika zijn de tradities van OUN-UPA tot de dag van vandaag levendig.
De OUN-UPA strijders krijgen hun gedenkmonumenten, de straten en scholen worden naar ze vernoemd. De dreigingen richting Polen worden nog steeds uitgesproken. (6)

 

Het gebeurde al eerder

 

In 1918 hebben twee Oekraïnse Volksrepublieken hun onafhankelijkheid verklaard: De Oekrainse Volksrepubliek (URL) met de hoofdstad Kiev en waar de provincie Volyn (Wolyn) toebehoorde en de West-Oekrainse Volksrepubliek (ZURL) in Oost-Galitie (Galicja Wschodnia) met de hoofdstad Lvov.

 

Lvov was beslist Pools en met de Poolse Republiek ruim 500 jaar verbonden.

 

Toen begon Oekraine oorlog met Polen.

 

Het Oekraïens bewind was kort en extreem bloederig. Een voorbeeld is hier Złoczów. Oekraïners hebben daar 150 Polen van verschillende leeftijden en beroepen op beschuldiging van ‘de Oekraïnse intelligentie te willen vermoorden’ aangehouden .

 

Ze hebben die 150 in wezen onschuldige mensen gevangen gehouden en gemarteld. De tijdelijke Oekraïense rechtbank heeft 22 van hen binnen enkele minuten ter dood veroordeeld.
Diegenen die de vonnis velden, waren geen primitieve of ongeschoolde mensen. Integendeel, allemaal beschikten ze over universitaire diploma’s.

 

Toen de Poolse Republiek II de macht in Złoczów overnam, heeft de Poolse regering exhumatie van de slachtoffers in maart 1919 verricht. De afgevaardigden van de geallieerden namen eraan deel.

 

Toen bleek dat de doden zonder doodskisten werden begraven, hun schedels waren verbrijzeld, benen en armen gebroken.
Onder de doden waren o.a. Jan Herzog, een minderjarige leerling, Kazimierz Izykiewicz, 21-jarige spoormedewerker, Ludwig Miller, 26-jarige fotograaf.

 

De moord in Złoczów heeft de positie van Oekraïne in Versailles, waar men over de toekomstige staatsgrenzen besliste, beschadigd .

 

Ook toen ging het om misdaden die wijd verbreid waren. Het waren de Oekraïense machthebbers, het leger en de Oekraïense bevolking die de misdaden pleegde.
(7)
Diegenen die sterke zenuwen hebben, kan ik deze video aanbevelen:

Volgende blog: drie genocides op de Poolse bevolking in de WOII, deel 3:

Bronnen:

*) Het woord hajdamak komt uit de Turkse taal en betekent jagen, achtervolgen. Het waren losse groepen van de weggelopen boeren, verarmde stedelingen en Kozakken, die in 1730-1770 in Oekraïne opereerden. De adel, geestelijken en Joden waren voor hen een belichaming van het kwaad. http://www.historycy.org/index.php?showtopic=46404
(1)  Joanna Wieliczka-Szarkowa: “Wolyn we Krwi 1943”, pag. 44
(2) Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, 1948, Parijs, 9 december 1948, Nederlandse vertaling, Tractatenblad 1960, 32, gewijzigd bij Tractatenblad 1966, 179:  https://www.coutinho.nl/mrm/1001.htm
(3) Joanna Wieliczka-Szarkowa: “Wolyn we Krwi 1943”, pag. 339-340
(4) idem, pag. 340
(5) idem, pag. 340-342
(6) idem, pag. 343-346
(7) idem, pag. 46-48
(8) idem, pag. 262-265
(9) idem, pag. 292

Geef een reactie